|
AORTA 2012 (v6·11) |
|
|
|
|
|
Datum: |
5 december 2012 |
|
Versie: |
6.11.0.0 |
|
Referentie: |
|
|
|
|
Nictiz is het landelijke
expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert. |
1 Inleiding 6
1.1 Doelgroep voor dit document 6
1.2 Doel en scope 6
1.3 Interpretatie van interactiegerelateerde eisen 6
1.4 Documenthistorie 6
1.5 Uitleg template 7
2 Generieke eisen 9
2.1 Betrouwbaarheid 9
2.2 Fictieve gegevens 12
2.3 Koppeling aan patiëntadministratie 12
2.4 Mandaten 13
3 Primaire interacties 18
3.1 Patiëntgegevens raadplegend systeem 18
3.2 Bronsysteem patiëntgegevens 21
3.3 Gegevens versturend systeem 25
3.4 Gegevens ontvangend systeem 27
4 Verwijsindex 31
4.1 Verwijsindex raadplegend systeem 31
4.2 Verwijsindex bewerkend systeem 32
5 Zorgadresboek 36
5.1 Zorgadresboek raadplegend systeem 36
6 Signaalfunctie 39
6.1 Abonnerend systeem 39
6.2 AbonnementSignaal ontvangend systeem 41
6.3 NotificatieSignaal ontvangend systeem 42
7 Vertrouwensmodel 44
7.1 Autorisatieprofiel bewerkend systeem 44
7.2 Toegangslog raadplegend systeem 46
8 Applicatiebeheer 47
8.1 Applicatieregister raadplegend systeem 47
8.1.1 Applicatieregister raadplegen systeem – APR.RPSa.2011 47
8.1.2 Applicatieregister raadplegen systeem – APR.RPSb.2011 47
8.2 Applicatieregister bewerkend systeem 48
8.3 Koppeling verifiërend systeem 51
8.4 Koppeling bevestigend systeem 53
9 Patiëntadministratie 55
9.1 Patiëntadministrerend systeem 55
Bijlage A: Referenties 59
Dit document beschrijft de functionele eisen die worden gesteld aan informatiesystemen om gekoppeld te kunnen worden aan het landelijk schakelpunt (LSP). De doelgroep van dit document bestaat uit:
De functionele eisen die dit document beschrijft, worden gebruikt bij de kwalificatie van XIS’en. Functionele eisen zijn gegroepeerd in systeemrollen. Dit document bevat de functionele eisen die worden gesteld aan een XIS om gekwalificeerd te kunnen worden voor alle binnen AORTA gedefinieerde infrastructurele systeemrollen.
Eisen die direct gerelateerd zijn aan de ontvangst en/of verzending van berichten worden beschreven in een specifiek formaat. Deze eisen bevatten ondermeer de onderdelen beginsituatie, trigger, interacties en resultaat. De betekenis van deze onderdelen is als volgt. Het systeem wordt, wat betreft deze onderdelen, geacht aan een eis te voldoen indien:
Uitzonderingen waaraan het systeem dient te voldoen zijn ook beschreven. Bovendien bevatten deze eisen een onderdeel opties. Dit onderdeel bestaat uit een lijst van verplichte (gebruikers)opties die het systeem moet bieden om aan de eis te voldoen. Opties zijn altijd gerelateerd aan de beschreven interacties.
|
Versie |
Datum |
Omschrijving |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
Initiele versie. |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 23724: NTP-synchronisatie GBX en ZIM aangescherpt |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 33800/33803: Verduidelijking: Bronsysteem patiëntgegevens moet meegegeven time-out/responsetijd ondersteunen. |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 33927: GBX.OPV.e4510 aangepast. Beschreven wat een GBZ moet doen als niet alle patiëntgegevens opgeleverd kunnen worden. |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 34123: BSN in Payload en Transmission-wrapper moeten gelijk zijn |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 34790: GBK mag geen applicatieregisterberichten implementeren. Alle eisen waarbij applicatieregisterinteracties betrokken zijn, zijn voor GBK en ook voor GBP uitgesloten. Het gaat om de interactie:
|
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 35173 Eis opgenomen over hoe een patiëntadministratie gekoppeld moet worden. |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 35178: Mandatering, eisen GBX.AUT.e4560, GBX.AUT.e4570 toegevoegd. |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 35181: GBZ.BVL.e4090 toegevoegd voor onderscheidende presentatie van fictieve gegevens |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 35187: Performance- en beschikbaarheideisen GBZ/ZSP |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 35188: Signaalfunctie |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 35191: Toevoeging elektronische handtekening (GBX.STU.e4030, GBX.STU.e4530, GBX.STU.e4540). |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 36012: Synchronisatie VWI |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 41710: Overdrachtverzoeken |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 42949: Herzien datamodel applicatieregister; (review) nieuwe berichten voor wijzigen en toevoegen. |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 44252: Tijdsbestek waarbinnen heraangemeld moet worden |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 51929: Eisen aan applicatieregisterwijzigingsberichten zijn opgenomen in §8.2 |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 46035: Eisen aangepast voor het gebruik van opt-in en whitelists |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RFC 46587: Update systeemrolcodes |
|
6.11.0.0 |
5-dec-2012 |
RFC 33802: Zorgaanbiedernummer vervangen door zorgaanbieder-id in
Patiëntadministrerend systeem. |
|
6.11.0.0 |
5-dec-2012 |
RFC 52276 Verduidelijking eis GBX.VWI.e4020.1: voorwaarden wanneer ook op vertrouwensniveau laag heraanmeldingen gedaan mogen worden. |
De eisen die in dit document zijn opgenomen, zijn in een template gegoten waardoor ze makkelijker leesbaar zijn geworden. Het gebruikte template bevat onder andere aparte aanduidingen voor het karakter en de verificatiewijze. Hieronder wordt kort aangegeven wat de termen in deze velden aanduiden.
Karakter:
Verificatiewijze (geeft een indicatie van de wijze waarop de eis wordt getoetst):
Vertrouwensniveau (geeft het minimaal vereiste vertrouwensniveau aan, zie voor meer informatie [PKI-Overheid] en [UZI-register]):
Deze paragraaf bevat algemene eisen voor betrouwbaar transport. Sommige van deze eisen zijn algemeen geldend. Andere eisen zijn conditioneel van aard, en worden waar nodig verplicht gesteld in eisen over concrete berichtuitwisselingen.
|
Ieder initiërend systeem: a) moet bij tokenauthenticatie: ieder nieuw bericht voorzien van een nieuw authenticatietoken; b) moet ieder duplicaatbericht identiek maken aan het originele bericht (inclusief alle identificerende gegevens); c) moet bij tokenauthenticatie: ieder duplicaat bericht ook voorzien van een identiek authenticatietoken; d) mag een antwoord 'token reeds gebruikt' niet als succes interpreteren. |
|
|
Functie |
Gebruik van (tokens bij verzenden) (duplicaat)bericht. |
|
Karakter |
Verplicht. |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Deze eis is onder andere nodig om: · eventuele retry-mechanismen correct te laten werken; · de opdrachtnemende applicatie (waaronder de ZIM) in staat te stellen duplicaatdetectie te doen.
Duplicaatdetectie dient onder andere om zeker te stellen dat een opdracht maximaal één keer wordt uitgevoerd.
Voor raadplegingen hoeft geen duplicaatdetectie uitgevoerd te worden door de ontvanger. Bij raadplegingen maakt het voor het resultaat dan ook niet uit of duplicaten of nieuwe opvragingen gebruikt worden. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
- |
|
Een reagerend systeem moet na het ontvangen van een bericht, anders dan een raadpleging, aan de hand van het patiëntstuk-id bepalen of het om een nieuw of om een reeds verwerkt bericht gaat. Een reeds verwerkt bericht moet worden beantwoord met een fout. |
|
|
Functie |
Detectie van duplicaatberichten. |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
Wanneer het schadelijk is een bericht twee keer te verwerken. Aangegeven in de eisen voor een specifieke interactie. |
|
Toelichting |
Voor interacties die idempotent zijn (deze kunnen zonder neveneffecten meerdere malen uitgevoerd worden) is duplicaatdetectie niet nodig. Voor niet-idempotente interacties is dit wel nodig.
Deze eis dient om te voorkomen dat opdrachten onterecht meerdere malen worden uitgevoerd. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·BTW·e05 |
|
Voor gegevens versturende systemen geldt het volgende: a) Het systeem mag tot een maximum van <gbx-opdracht-retry> aantal pogingen doen met een duplicaat bericht in een tijdspanne van <gbx-min-timeout> tot <gbx-max-timeout>. b) Wanneer het systeem na bovenstaande poging(en) geen afdoende antwoord heeft ontvangen, mag het een nieuwe poging uitvoeren met een nieuw bericht, waarin dezelfde inhoud en dus ook hetzelfde patiëntstuk-id is opgenomen. Dit wordt beschouwd als een nieuwe transactie, waarbij dus ook a) weer geldig is. c) Wanneer op een nieuwe poging tot toevoegen van gegevens, als bedoeld in b) een antwoord ‘bestaat al’ wordt ontvangen, mag het systeem dit als succes interpreteren. Immers, de unieke patiëntstuk-id’s garanderen dat het om de juiste gegevens gaat. d) Wanneer op een nieuwe poging tot verwijderen van gegevens, als bedoeld in b), een antwoord ‘bestaat niet’ wordt ontvangen, mag het systeem dat als succes interpreteren. e) Op een nieuwe poging tot wijzigen van gegevens, als bedoeld in b), mag alleen een antwoord dat expliciet 'succes' aanduidt als succes geïnterpreteerd worden. f) Een nieuwe poging als bedoeld in b) mag ook uitgevoerd worden direct na de eerste poging, het is dus niet verplicht om eerst een nieuwe poging uit te voeren met een duplicaat bericht. |
|
|
Functie |
Automatisch herhalen van verstuurde, niet-bevestigde, berichten |
|
Karakter |
Optioneel |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Een retry-mechanisme dient om de gebruiker niet te vermoeien met foutmeldingen in geval van een incidentele communicatiestoring.
Wanneer de ZIM bij tokenauthenticatie een bericht verwerkt, wordt het authenticatietoken gecontroleerd en kan dit token niet nogmaals gebruikt worden. Een nieuwe poging met een duplicaatbericht is bij tokenauthenticatie dan ook alleen zinvol wanneer het originele bericht niet bij de ZIM is aangekomen.
De ZIM initieert zelf geen retries naar ontvangende systemen. Iedere poging van het versturend systeem resulteert in maximaal één poging van de ZIM per ontvangend systeem. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
|
Deze aanduiding is gereserveerd omdat de eis is verwijderd. |
|
Voor gegevens versturende systemen geldt het volgende: a) Eis GBX.BTW.e4010 is verplicht; b) Bij falende communicatie, eventueel na herhaalde pogingen als bedoeld in GBX.BTW.e4050, mag niet gestopt worden, maar dienen deze stappen herhaald te worden tot er een uitkomst is die als succes geïnterpreteerd mag worden. Dat mag na tussenkomst van een gebruiker of systeembeheerder. |
|
|
Functie |
Garantie geven dat gegevens in zendende en ontvangende systeem overeenstemmen. |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
Verplicht wanneer dit in de eisen voor een specifieke interactie is aangegeven. |
|
Toelichting |
Deze eis voorkomt dat een bericht vergeten wordt wanneer het niet succesvol verstuurd kan worden.
Deze eis kan bijvoorbeeld worden geïmplementeerd door: · gebruikers bij de eerstvolgende keer inloggen te informeren over niet bevestigde berichten; · gebruikers de mogelijkheid te bieden een lijst met niet bevestigde berichten te bekijken.
In geval van bijvoorbeeld aanmelden gegevens moet er uiteindelijk succes geboekt worden, anders raakt de verwijsindex corrupt.
Deze eis is mutueel exclusief met GBX.BTW.e4080. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
|
Voor gegevens versturende systemen geldt het volgende: a) Eis GBX.BTW.e4010 is verplicht; b) Bij falende communicatie, eventueel na herhaalde pogingen als bedoeld in GBX.BTW.e4050, mag wel gestopt worden, maar moet de gebruiker gewaarschuwd worden dat de communicatie niet gelukt is. |
|
|
Functie |
Garantie geven dat gegevens niet zonder kennisgeving gestaakt wordt. |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
Verplicht wanneer dit in de eisen voor een specifieke interactie is aangegeven. |
|
Toelichting |
Bijvoorbeeld bij falen van verzenden van een voorschrift kan de voorschrijver besluiten terug te grijpen op een papieren recept. Opnieuw blijven proberen is dan niet altijd nodig (mits de verwijsindex correct is) noch zinvol.
Deze eis is mutueel exclusief met GBX.BTW.e4070. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
GBZ-beheerders en zorgverleners kunnen fictieve gegevens gekoppeld aan fictieve BSN’s gebruiken op AORTA. De aangesloten informatiesystemen kunnen berichten aangaande fictieve gegevens en de fictieve BSN’s herkennen en de onderstaande eis zorgt dat het onderscheid ook duidelijk is voor gebruikers.
|
Het systeem moet fictieve gegevens opvallend onderscheidend presenteren aan gebruikers. |
|
|
Functie |
Onderscheiden van fictieve gegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Deze eis helpt onjuist gebruik van fictieve gegevens te voorkomen. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
- |
Ieder GBZ moet over een patiëntadministratie beschikken, maar een XIS hoeft die niet per se in te bouwen. Het staat een GBZ vrij een eigen patiëntadministrerend systeem te kiezen dat voldoet aan de eisen in hoofdstuk 9. De systeemrol van Patiëntadministrerend systeem is daarmee niet verplicht voor XIS-typekwalificatie, maar een GBZ moet wel aantoonbaar over een dergelijk systeem beschikken en dit met het gebruikte XIS hebben gekoppeld om zodoende te kunnen garanderen dat er in het XIS met geverifieerde BSN’s gewerkt wordt. Onderstaande eis geeft dit weer.
|
Het systeem moet: a) aan eisen GBX.IDA.4010 t/m GBX.IDA.4050 voldoen, of b) (bij implementatie in een GBZ) een koppeling kunnen leggen met een derde systeem dat aan eisen GBX.IDA.4010 t/m GBX.IDA.4050 voldoet. |
|
|
Functie |
Gebruik van geverifieerde BSN’s |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Ieder GBZ moet over een patiëntadministratie beschikken, maar een XIS hoeft die niet per se in te bouwen. Het staat een GBZ vrij een eigen patiëntadministrerend systeem te kiezen dat voldoet aan onderstaande eisen. De systeemrol van Patiëntadministrerend systeem is daarmee niet verplicht voor XIS-typekwalificatie, maar een GBZ moet wel aantoonbaar over een dergelijk systeem beschikken en dit met het gebruikte XIS hebben gekoppeld om zodoende te kunnen garanderen dat er in de XIS-instantie met geverifieerde BSN’s gewerkt wordt. Die gerefereerde eisen hoeven bij optie b) dan niet voor de XIS-typekwalificatie te worden ingebouwd. |
|
Verificatiewijze |
a) Test b) Demo |
|
Voorheen |
- |
Een zorgverlener kan twee soorten mandaten verstrekken:
Beide soorten mandaten moeten lokaal worden vastgelegd.
|
Een zorgverlener moet, wanneer hij lokaal is ingelogd op vertrouwensniveau midden, beheermandaten kunnen vastleggen, inzien en intrekken. Zorgverleners mogen uitsluitend beheermandaten intrekken waarvoor zij mandaterende zijn.
Wanneer een beheermandaat wordt ingetrokken dienen alle zorgmandaten, die door de mandaatbeheerder (de houder van het beheermandaat) zijn verstrekt, automatisch te vervallen.
Voor een beheermandaat worden tenminste de volgende gegevens vastgelegd: a. het UZI-nummer van de mandaatbeheerder; b. de ingangsdatum van het mandaat; c. de einddatum van het mandaat; d. het UZI-nummer van de mandaterende zorgverlener; e. de rolcode van de mandaterende zorgverlener; f. het abonneenummer (URA) van de zorgaanbieder waartoe de mandaterende zorgverlener behoort. |
|
|
Functie |
Beheren van beheermandaten. |
|
Karakter |
Optioneel |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Het verstrekken van een beheermandaat kan de zorgverlener tijd besparen doordat de houder van het beheermandaat namens de zorgverlener zorgmandaten kan verstrekken en beheren.
Eventueel kan de zorgverlener er voor kiezen om (ook) zelf zorgmandaten uit te geven en beheren. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ.AE.BMD.e09 |
|
De zorgverlener of mandaatbeheerder moet, wanneer hij lokaal is ingelogd op vertrouwensniveau midden, zorgmandaten kunnen vastleggen, inzien, wijzigen en intrekken. Gebruikers mogen uitsluitend zorgmandaten intrekken waarvoor zij mandaterende of mandaatbeheerder zijn.
Voor een zorgmandaat worden tenminste de volgende gegevens vastgelegd:
b. de ingangsdatum van het mandaat; c. de einddatum van het mandaat; d. het UZI-nummer van de mandaterende zorgverlener; e. de rolcode van de mandaterende zorgverlener; f. het UZI-nummer van de mandaatbeheerder (indien van toepassing); g. het abonneenummer (URA) van de zorgaanbieder waartoe de mandaterende zorgverlener behoort. |
|
|
Functie |
Beheren van zorgmandaten. |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Zorgmandaten mogen niet worden toegekend aan gebruikers die zich identificeren met een GBZ-beheerderpas.
De verantwoordelijke |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ.AE.BMD.e01 |
|
De organisatie moet, op verzoek van de toezichthouder, een overzicht kunnen geven van alle in het verleden geldende beheer- en zorgmandaten. In dit overzicht moeten de gegevens beschikbaar zijn, zoals beschreven in GBX.AUT.e4510 en GBX.AUT.e4520. |
|
|
Functie |
Mandaatoverzicht voor toezichthouder. |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBK.AE.BMD.e12 |
GBX.AUT.e4540 |
|
Deze aanduiding is gereserveerd omdat de eis is verwijderd. |
|
GBX.AUT.e4550 |
|
Deze aanduiding is gereserveerd omdat de eis is verwijderd. |
|
GBX.AUT.e4560 |
|
Deze aanduiding is gereserveerd omdat de eis is verwijderd. |
Dit hoofdstuk bevat de algemene eisen voor systeemrollen die gebruik maken van de primaire interacties van AORTA: het opvragen en versturen van patiëntgegevens.
De eisen in dit hoofdstuk zijn algemeen geldend, en zijn verwoord aan de hand van abstracte, niet bestaande berichten. In deze eisen zijn een aantal mogelijkheden opengelaten. Zorgtoepassingen definiëren systeemrollen met eisen voor concrete, specifieke berichten. In de PvE’s voor deze systeemrollen worden de opengelaten mogelijkheden in de generieke eisen nader gespecificeerd.
|
Functie |
Opvragen van patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger, en b. Er is voldaan aan eis GBX.OPV.e4020. |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenPatiëntgegevens-bericht naar de ZIM, zoals beschreven in het PvE voor de concrete systeemrol. 2. Het systeem ontvangt een opleverenPatiëntgegevens-bericht, zoals beschreven in het PvE voor de concrete systeemrol. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing die is gepresenteerd aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel] |
|
Opties |
Bij het samenstellen van het opvragenPatiëntgegevens-bericht moeten de query-parameters meegegeven kunnen worden, zoals beschreven in het PvE voor de concrete systeemrol. Ook kan men de gewenste responstijd instellen <uiterste-oplevertijd-gbz>, wanneer iemand een volledig medicatiedossier wil opvragen zou de responstijd verhoogd kunnen worden.
Wanneer het systeem een opvraagbericht in de nieuwste versie stuurt, moet het systeem antwoorden in de eerst lagere versie ook kunnen verwerken. |
|
Responsetijd |
GBZ-oplever-time-out is het tijdsinterval waarna een opvragend systeem geen oplevering meer van de ZIM hoeft te verwachten. |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Wanneer het systeem een opvraagbericht in de nieuwste versie stuurt, worden systemen die deze versie nog niet ondersteunen door de ZIM bevraagd in de eerst lagere versie.
Wanneer het systeem een opvraagbericht in de eerst lagere versie dan de nieuwste stuurt, hoeft slechts rekening te worden gehouden met antwoorden in deze eerst lagere versie.
Het systeem kan desgewenst voorafgaand aan een opvraagbericht opvragen wat de hoogste gemeenschappelijke versie van dat opvraagbericht is via een ‘opvragen Interactieversie’ bericht (zie: applicatieregister raadplegend systeem), zodat het vervolgens het opvraagbericht naar de ZIM kan sturen in die gemeenschappelijk ondersteunde versie.
Opvragingen worden ook doorgezet naar het initiërende systeem. Er zal dus ook een oplevering zijn van de gegevens die geresideerd zijn bij het initiërende systeem. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·OPV·e07 |
|
Bij het opvragen van inhoudelijke patiëntgegevens verschaft het systeem de gebruiker slechts toegang indien: a. de patiënt is ingeschreven volgens [PvE GBx Org] en i. korter dan <gbx-max-behandelrelatie-termijn> geleden een behandelrelatie is vastgelegd volgens GBX.IDA.e4050, of ii. een behandelrelatie blijkt uit de werkcontext, of iii. de zorgverlener alsnog een behandelrelatie vastlegt volgens GBX.IDA.e4050, of b. de zorgverlener voor de betreffende patiënt zelf, korter dan <gbx-max-behandelrelatie-termijn> geleden, gegevens heeft (her)aangemeld bij de verwijsindex en de behandelrelatie niet is beëindigd. |
|
|
Functie |
Toets op behandelrelatie |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBX·AE·OPV·e21 |
|
Wanneer patiëntgegevens, die conform GBX.OPV.e4010 zijn ontvangen, ongewijzigd in de eigen patiëntadministratie worden opgenomen dan moet worden vastgelegd dat het een kopie betreft. Hierbij moet de originele OID bij de gegevens opgeslagen worden. |
|
|
Functie |
Opslaan ontvangen patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Gewoonlijk zullen patiëntgegevens die via het LSP worden opgevraagd niet in de eigen patiëntadministratie worden opgenomen. Het kan echter gewenst zijn om ontvangen patiëntgegevens als onderbouwing bij besluitvorming te bewaren.
In het verlengde hiervan kan de zorgverlener eigen aantekeningen toevoegen, of de ontvangen gegevens wijzigen. Gewijzigd overgenomen gegevens worden beschouwd als eigen dossiergegevens.
Om redundantie van informatie te voorkomen mogen als kopie aangemerkte patiëntgegevens niet bij de verwijsindex worden aangemeld en niet worden opgeleverd bij het verwerken van een opvraagverzoek.
Wanneer een gebruiker, als kopie aangemerkte, lokale gegevens raadpleegt is het raadzaam om aan te geven dat het een kopie betreft, en dat de gegevens mogelijk zijn verouderd. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·OPV·e11 |
PvE’s voor concrete systeemrollen specificeren de logische berichten, de bijbehorende HL7-interacties en de te ondersteunen query-parameters. Hiervoor wordt de onderstaande (template) tabel gebruikt. Onderstaande tabel bevat een voorbeeldvulling.
|
Invulling van patiëntgegevensraadplegend systeem |
|||
|
Logisch bericht |
HL7-interactie |
Karakter |
Query-parameters |
|
Versturen: opvragenVerstrekkingen-bericht |
Verplicht/ |
- Responstijd; - Geneesmiddelencode; - Meest recente verstrekkingen per voorschrift; - Verstrekkingsperiode(s); - Verwachte gebruiksperiode(s).
Als er meerdere parameters meegegeven worden geldt er een EN-relatie. |
|
|
Ontvangen: opleverenVerstrekkingen-bericht |
Verplicht/ |
- |
|
Een GBX geldt als bronsysteem patiëntgegevens wanneer het voor één of meer van de in het systeem geregistreerde patiënten gegevens heeft aangemeld in de verwijsindex.
|
Functie |
Retourneren van opgevraagde patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen, b. systeem heeft de opgevraagde patiëntgegevens aangemeld bij de VWI. |
|
Trigger |
Het systeem ontvangt een opvragenPatiëntgegevens-bericht |
|
Interacties |
Het systeem retourneert een opleverenPatiëntgegevens-bericht, zoals beschreven in het PvE voor de concrete systeemrol. |
|
Resultaat |
Het bericht is afgehandeld en de opgevraagde gegevens zijn, indien toegestaan, binnen de gestelde responsetijd geretourneerd. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Het geretourneerde bericht bevat alle, in het systeem aanwezige, vrijgegeven patiëntgegevens, die voldoen aan de criteria die zijn meegegeven in het opvragenPatiëntgegevens-bericht, en waarbij sprake is van een definitieve koppeling met het BSN. De criteria zijn beschreven in het PvE voor de concrete systeemrol.
In het geval het bronsysteem, om welke reden dan ook, niet alle opgevraagde gegevens kan retourneren, dient er een foutmelding te worden verstuurd. Deze foutmelding dient door het bronsysteem te worden verstuurd, tezamen met de patiëntgegevens die wel opgeleverd kunnen worden.
Als kopie aangemerkte gegevens mogen niet worden geretourneerd. |
|
Responsetijd |
Bij het beantwoorden van een opvragenPatiëntgegevens-bericht moet rekening gehouden worden met dat dit gebeurt vòòr het tijdstip dat in het bericht is meegegeven (<uiterste-oplevertijd-gbz>). Indien het niet mogelijk is om de gevraagde gegevens tijdig op te leveren, dient zo snel mogelijk een melding naar de ZIM gestuurd te worden.
Het systeem dient in staat te zijn <gbx-opleversnelheid> kilobytes aan berichtinhoud per seconde te retourneren. |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·BUZ·e02 |
|
Een systeem dat berichten in de nieuwste versie ondersteunt, dient ook berichten in de eerst lagere versie te ondersteunen. |
|
|
Functie |
Ondersteunen oude versie bericht |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
|
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
- |
|
Patiëntgegevens moeten na vastlegging, automatisch of op commando van de gebruiker, vrijgegeven kunnen worden. Vrijgeven moet kunnen op verschillende aggregatieniveaus, zoals beschreven in de domeinspecificatie waartoe de gegevens behoren.
Na het vrijgeven van patiëntgegevens moet zo nodig (conform GBX.OPV.e4540) de verwijsindex worden bijgewerkt. |
|
|
Functie |
Vrijgeven van patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Slechts vrijgegeven patiëntgegevens kunnen via AORTA worden opgevraagd.
Het vrijgeven van patiëntgegevens kan zowel op commando als automatisch gebeuren. Als op commando vrijgeven onwerkbaar is, mag dit automatisch gebeuren. Het is aan te raden de gebruiker hierover te informeren. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ.AE.PUB.e02 |
|
Vrijgegeven patiëntgegevens moeten op verschillende aggregatieniveaus kunnen worden afgeschermd. De aggregatieniveaus zijn beschreven in de domeinspecificatie waartoe de gegevens behoren.
Na het afschermen van patiëntgegevens moet zo nodig (conform GBX.OPV.e4540) de verwijsindex worden bijgewerkt. |
|
|
Functie |
Afschermen van patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Afgeschermde patiëntgegevens kunnen niet via AORTA worden opgevraagd. Deze eis is nodig zodat een zorgverlener op verzoek van een patiënt bepaalde gegevens kan afschermen. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ.AE.PUB.e09 |
|
In het systeem beschikbare patiëntgegevens, waarvoor het systeem fungeert als bronsysteem patiëntgegevens, moeten bij de verwijsindex worden aangemeld, heraangemeld en afgemeld. Dit dient te geschieden onder vermelding van de gegevenssoort waartoe de patiëntgegevens behoren.
Het systeem dient een gegevenssoort aan te melden indien het beschikt over, tot de gegevenssoort behorende, vrijgegeven gegevens voor een patiënt.
Het systeem dient een gegevenssoort her aan te melden indien er iets wijzigt in de lokale registratie van de tot de gegevenssoort behorende, aangemelde gegevens voor een patiënt.
Het systeem dient een gegevenssoort af te melden indien het niet langer beschikt over, tot de gegevenssoort behorende, vrijgegeven gegevens voor een patiënt.
Patiëntgegevens mogen slechts bij de verwijsindex zijn aangemeld, wanneer er sprake is van een definitieve koppeling met het BSN. |
|
|
Functie |
Bijhouden van de verwijsindex |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
Aanmelden is alleen toegestaan indien uit de opt-in-registratie van het systeem expliciet blijkt dat de patiënt akkoord is gegaan met het beschikbaar maken van zijn medische gegevens aan andere zorgaanbieders. |
|
Toelichting |
Patiëntgegevens en gegevenssoorten worden gedefinieerd in domeinspecificaties. Als kopie aangemerkte patiëntgegevens mogen niet worden aangemeld. Aangemelde patiëntgegevens kunnen via AORTA worden opgevraagd. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ.AE.PUB.e05 |
PvE’s voor concrete systeemrollen specificeren de logische berichten, de bijbehorende HL7-interacties en de te ondersteunen query-parameters. Hiervoor wordt de onderstaande (template) tabel gebruikt. Onderstaande tabel bevat een voorbeeldvulling.
|
Invulling van bronsysteem patiëntgegevens |
|||
|
Logisch bericht |
HL7-interactie |
Karakter |
Query-parameters |
|
Ontvangen: opvragenVerstrekkingen-bericht |
Verplicht/ |
- Responstijd - Geneesmiddelencode; - Meest recente verstrekkingen per voorschrift; - Verstrekkingsperiode(s); - Verwachte gebruiksperiode(s).
Als er meerdere parameters meegegeven worden geldt er een EN-relatie. |
|
|
Versturen: opleverenVerstrekkingen-bericht |
Verplicht/ |
- |
|
|
Functie |
Versturen van patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger. |
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een versturenPatiëntgegevens-bericht naar de ZIM, zoals beschreven in het PvE voor de concrete systeemrol. 2. Het systeem ontvangt een bevestiging conform [HL7v3 IH Wrp]. |
|
Resultaat |
De bevestiging is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Het systeem moet de mogelijkheid bieden om: · De afzender van een ander bericht als bestemming te gebruiken; · Handmatig een bestemming in te voeren.
Het systeem moet berichten versturen in een versie die het ontvangende systeem ondersteunt. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
De berichtversie die wordt ondersteund door het ontvangende systeem kan worden opgevraagd bij het applicatieregister (zie: applicatieregister raadplegend systeem: opvragen Interactieversie). |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·STU·e01 |
|
Het systeem mag alleen patiëntgegevens versturen indien voor die patiëntgegevens sprake is van een definitieve koppeling met het BSN. |
|
|
Functie |
Borging definitieve koppeling met BSN |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Deze eis zorgt ervoor dat een gebruiker conform [Wbsn-z] artikel 9 alleen patiëntgegevens kan versturen nadat de vereiste BSN-verificatie en eventueel benodigde WID-controle is gedaan. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·STU·e12 |
|
Bij het versturen van een bericht moet het systeem:
|
|
|
Functie |
Elektronisch ondertekenen bericht |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
De concrete systeemrol verplicht deze eis |
|
Toelichting |
Elektronische handtekeningen kunnen slechts door de verantwoordelijke gebruiker zelf worden geplaatst. Gebruikers kunnen elkaar niet mandateren voor het plaatsen van een elektronische handtekening. Een expliciete wilsuiting is vereist voor een rechtsgeldige elektronische handtekening.
Het is mogelijk om meerdere stukken tegelijkertijd te ondertekenen, mits de ondertekenaar duidelijk wordt gemaakt welke stukken ondertekend worden, en de inhoud van deze stukken in ongewijzigde vorm aan de ondertekenaar kenbaar zijn gemaakt. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
- |
PvE’s voor concrete systeemrollen specificeren de logische berichten, de bijbehorende HL7-interacties en de geldende betrouwbaarheidseisen. Hiervoor wordt de onderstaande (template) tabel gebruikt. Onderstaande tabel bevat een voorbeeldvulling.
|
Invulling van gegevens versturend systeem |
|||
|
Logisch bericht |
HL7-interactie |
Karakter |
Kwaliteitseisen |
|
Versturen: Waarneembericht |
Verplicht/ |
<van toepassing zijnde kwaliteitseisen (bijv. betrouwbaarheidseisen, elektronische handtekening eisen> |
|
|
Ontvangen: Bevestiging |
Verplicht/ |
- |
|
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Functie |
Ontvangen en verwerken van opgestuurde patiëntgegevens |
|
Beginsituatie |
a. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen. |
|
Trigger |
a. Het systeem ontvangt een versturenPatiëntgegevens-bericht |
|
Interacties |
1. Het systeem stuurt een bevestiging naar de afzender conform [HL7v3 IH Wrp]. |
|
Resultaat |
De ontvangen patiëntgegevens zijn verwerkt. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Een systeem dat berichten in de nieuwste versie ondersteunt, dient ook berichten in de eerst lagere versie te ondersteunen. |
|
Responsetijd |
Het systeem dient in staat te zijn <gbx-verwerkingssnelheid> kilobytes aan berichtinhoud per seconde te verwerken. |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Berichten kunnen zijn geadresseerd aan een applicatie die niet de applicatie is van de zorgverlener die het bericht moet krijgen. Het GBX moet er in dat geval voor zorgen het bericht bij de juiste applicatie wordt afgeleverd. Indien het verplicht is voor het ontvangen bericht om het patient-id in de transmissionwrapper te vermelden, dan dient dat gelijk te zijn aan het patient-id in de inhoud van het bericht. Indien dit niet het geval is, moet een foutmelding worden teruggestuurd en moet de verwerking worden afgebroken. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·BUZ·e04 |
|
Wanneer patiëntgegevens, die conform GBX.STU.e4510 zijn ontvangen, ongewijzigd in de eigen patiëntadministratie worden opgenomen, en de patiëntgegevens niet ontvangen zijn in het kader van een dossieroverdracht, dan moet worden vastgelegd dat het een kopie betreft. |
|
|
Functie |
Opslaan ontvangen patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Gewoonlijk zullen patiëntgegevens die via het LSP worden ontvangen in de eigen patiëntadministratie worden opgenomen. Wanneer dit automatisch gebeurt is het raadzaam om de geadresseerde gebruiker van de verwerkte berichten op de hoogte te stellen.
In het verlengde hiervan kan de zorgverlener eigen aantekeningen toevoegen, of de ontvangen gegevens wijzigen. Gewijzigd overgenomen gegevens worden beschouwd als eigen dossiergegevens.
Om redundantie van informatie te voorkomen mogen als kopie aangemerkte patiëntgegevens niet bij de verwijsindex worden aangemeld en niet worden opgeleverd bij het verwerken van een opvraagverzoek.
Wanneer een gebruiker, als kopie aangemerkte, gegevens raadpleegt is het raadzaam om aan te geven dat het een kopie betreft, en dat de gegevens mogelijk zijn verouderd. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·OPV·e11 |
|
Bij ontvangst van een elektronisch ondertekend bericht moet het systeem: a. De geldigheid van het gebruikte certificaat verifiëren; b. De geldigheid van het handtekeningtoken en de handtekening verifiëren; c. Toetsen of de, middels het handtekeningtoken, ondertekende informatie overeenkomt met de informatie in het bericht. d. De elektronisch ondertekende gegevens aan de gebruiker kunnen tonen.
De details voor deze eis zijn beschreven in [IH EH UZI-pas]. |
|
|
Functie |
Controleren elektronische handtekening |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
De concrete systeemrol verplicht deze eis |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
- |
|
Na de controle van een elektronisch ondertekend bericht, zoals bedoeld in GBX.STU.e4530, moet het systeem, bij het openen van het bericht het resultaat van de controle aan de gebruiker kunnen tonen.
De details voor deze eis zijn beschreven in [IH EH UZI-pas]. |
|
|
Functie |
Tonen resultaat controle elektronische handtekening |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
De concrete systeemrol verplicht deze eis |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
- |
|
Na ontvangst van een elektronisch ondertekend bericht moet het systeem: a. Het bericht archiveren; b. Ervoor zorgen dat het bericht niet gewijzigd kan worden; c. De uitkomst van de in GBX.STU.e4530 beschreven controles archiveren. |
|
|
Functie |
Archiveren ondertekende berichten |
|
Karakter |
Conditioneel |
|
Condities |
De concrete systeemrol verplicht deze eis |
|
Toelichting |
De archiveringstermijn dient in overeenstemming te zijn met geldende wettelijke kaders. Medicatievoorschriften dienen bijvoorbeeld 15 jaar bewaard te worden. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
- |
PvE’s voor concrete systeemrollen specificeren de logische berichten, de bijbehorende HL7-interacties en de geldende betrouwbaarheidseisen. Hiervoor wordt de onderstaande (template) tabel gebruikt. Onderstaande tabel bevat een voorbeeldvulling.
|
Invulling van gegevens ontvangend systeem |
|||
|
Logisch bericht |
HL7-interactie |
Karakter |
Kwaliteitseisen |
|
Ontvangen: Waarneembericht |
Verplicht/ |
Eis GBX.BTW.e4030 is van toepassing |
|
|
Versturen: Bevestiging |
Verplicht/ |
- |
|
In de verwijsindex wordt bijgehouden welke zorgsystemen over bepaalde patiëntgegevens beschikken.
De code voor het signaal verwijderde indexgegevens wordt ontvangen door de systeemrol Verwijsindex bewerkend systeem. In het applicatieregister wordt hiervoor de code VWI.SVI.2011 opgenomen.
De code van de systeemrol Verwijsindex raadplegend systeem in het applicatieregister is VWI.RPS.2011.
|
Functie |
Opvragen indexgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger. |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenIndex- of opvragenIndexMetGegevensbeheerder-bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH VWI]. 2. Het systeem ontvangt een opleverenIndex- resp. opleverenIndexMetGegevensbeheerder-bericht conform [HL7v3 IH VWI]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responstijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Deze eis is nodig voor een gebruiker die wil weten welke (soorten van) patiëntgegevens landelijk beschikbaar zijn voor een bepaalde patiënt. Indien gegevens van het initiërende systeem voldoet aan de opvraag, dan wordt deze ook opgeleverd. Het systeem mag de gebruiker bij het opvragen van de indexgegevens slechts toegang verschaffen indien: · de zorgverlener zelf patiëntgegevens heeft aangemeld bij de verwijsindex en de behandelrelatie niet is beëindigd, zie GBX.IDA.e4050, of · de patiënt/cliënt is ingeschreven volgens GBX.IDA.e4010, en: · een behandelrelatie is vastgelegd volgens GBX.IDA.e4050, of · een behandelrelatie blijkt uit de werkcontext, of · de zorgverlener alsnog uitdrukkelijk volgens GBX.IDA.e4050 een behandelrelatie en toestemming vastlegt, in andere gevallen moet het GBZ een foutmelding geven. Een andere toepassing is dat een gebruiker kan controleren of dat wat er verwacht wordt in de VWI te staan, hetzelfde is als wat er daadwerkelijk in de VWI staat. Dit is alleen voor de eigen applicatie mogelijk met de nieuwe versie van het opvragenIndexMetGegevensbeheerder-bericht. Op basis hiervan zou men een synchronisatieslag uit kunnen (laten) voeren. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·OPV·e01 |
De code van de systeemrol VWI Bewerkend systeem in het applicatieregister is VWI.BWS.2011.
|
Functie |
Aanmelden van patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger. b. Voor de onderhavige patiënt is opt-in geregistreerd. |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem, of b. Het systeem initieert de functie automatisch n.a.v. het vrijgeven van patiëntgegevens. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een aanmeldenGegevens bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH VWI]. 2. Het systeem ontvangt een bevestiging conform [HL7v3 IH VWI]. |
|
Resultaat |
Het bevestigingsbericht is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Wanneer de gebruiker een GBZ-beheerder is dient er gebruik te worden gemaakt van fictieve BSN’s en van fictieve gegevens. |
|
Responstijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
Indien gegevens automatisch worden aangemeld, dan moet dit gebeuren op basis van een door de gebruiker vastgelegde systeeminstelling. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·PUB·e02 GBZ·AE·PUB·e04 GBZ·AE·PUB·e05 GBZ·AE·PUB·e07 |
|
Functie |
Heraanmelden van patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
Voor de onderhavige patiënt is opt-in geregistreerd. |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger. b. Er zijn gegevens beschikbaar gekomen om her aan te melden. |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem, of b. Het systeem initieert de functie automatisch n.a.v. het vrijgeven nieuwe gegevens of het afschermen, bijwerken van bestaande patiëntgegevens. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een heraanmeldenGegevens bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH VWI]. 2. Het systeem ontvangt een bevestiging conform [HL7v3 IH VWI]. |
|
Resultaat |
De bevestiging is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Heraanmelden wanneer de gebruiker lokaal is ingelogd op vertrouwensniveau laag mag ook, indien er geen andere elementen dan de actualiteit van de aanmelding in de VWI worden gewijzigd, iets wat waarschijnlijk meestal het geval zal zijn n.a.v. het vrijgeven nieuwe gegevens of het afschermen, of bijwerken van bestaande patiëntgegevens. Overige uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Wanneer de gebruiker een GBZ-beheerder is dient er gebruik te worden gemaakt van fictieve BSN’s en van fictieve gegevens. |
|
Responstijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
Elke keer als de gebruiker nieuwe gegevens heeft toegevoegd, moet dit worden heraangemeld bij de VWI. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de verwijzingen in de VWI actueel blijven. Het heraanmelden dient ook te gebeuren in het geval een patiënt totaal bezwaar heeft gemaakt. Het is namelijk mogelijk dat een patiënt zijn totaal bezwaar na verloop van tijd intrekt.
Als het LSP, bij een poging tot heraanmelden, aan een GBZ terugmeldt dat de categorie niet bestaat in de verwijsindex, dan probeert het GBZ automatisch alle vrijgegeven patiëntstukken in die categorie aan te melden.
Het heraanmelden van de actualiteit kan op vertrouwensniveau laag. Als er nog andere attributen veranderd dienen te worden met het heraanmeldbericht, dan moet de gebruiker ingelogd zijn op vertrouwensniveau midden.
Indien een GBZ gebruik maakt van het heraanmelden op laag of van signalering dan dient het heraanmelden te gebeuren binnen 15 minuten. Anders moet binnen 24 uur een heraanmelding plaatsvinden. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·PUB·e04 |
|
Functie |
Afmelden van patiëntgegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger. |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem, of b. Het systeem initieert de functie automatisch indien er geen vrijgegeven patiëntstukken meer zijn aangemeld onder het betreffende categorie-id. c. Het systeem initiëert de functie automatisch wanneer voor een patiënt opt-out geregistreerd wordt, indien voor deze zelfde patiënt eerder opt-in geregistreerd was en op basis hiervan gegevens waren aangemeld. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een afmeldenGegevens bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH VWI]. 2. Het systeem ontvangt een bevestiging conform [HL7v3 IH VWI]. |
|
Resultaat |
De bevestiging is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Wanneer de gebruiker een GBZ-beheerder is dient er gebruik te worden gemaakt van fictieve BSN’s en van fictieve gegevens. |
|
Responstijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
Afmelden van gegevens is nodig om ervoor te zorgen dat de ZIM het systeem niet langer zal vragen naar deze gegevens.
Het systeem moet aan de gebruiker een faciliteit bieden om bij het systeem aan te geven dat het een afmelding moet doen voor alle patiënten waarvoor geen opt-in is verkregen. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
Een GBX kan ondersteuning bieden voor het opzoeken van zorgaanbieders, zorgverleners en medewerkers. Voor het bevragen van het zorgadresboek (ZAB) wordt gebruik gemaakt van opvraagberichten. Het opzoeken van zorgaanbieders is verdeeld in kandidaat- en detailberichten. Zie de beschrijving van de interfaces in [Ontw ZAB] voor het onderscheid tussen interfaces. Deze splitsing in kandidaat- en detailberichten bestaat niet voor het opzoeken van zorgverleners, medewerkers en applicaties.
De code van de systeemrol ZAB raadplegend systeem in het applicatieregister is APR.RPS.2011.
|
Functie |
Opvragen van zorgaanbieders |
|
Karakter |
Optioneel |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau laag of hoger (trigger a), of b. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen (trigger b). |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem, of b. Het systeem initieert de functie automatisch. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenZorgaanbiederKandidaten bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH ZAB]. 2. Het systeem ontvangt een opleverenZorgaanbiederKandidaten bericht conform [HL7v3 IH ZAB]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
De oplevering van het aantal antwoorden wordt door de ZIM begrensd. Het totaal aantal gevonden antwoorden en het aantal opgeleverde antwoorden wordt meegezonden. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SZA·e01 |
|
Functie |
Opvragen van zorgaanbiederdetails |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau laag of hoger (trigger a), of b. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen (trigger b). |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem, of b. Het systeem initieert de functie automatisch. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenZorgaanbiederDetails bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH ZAB]. 2. Het systeem ontvangt een opleverenZorgaanbiederDetails bericht conform [HL7v3 IH ZAB]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
De oplevering van het aantal antwoorden wordt door de ZIM begrensd. Het totaal aantal gevonden antwoorden en het aantal opgeleverde antwoorden wordt meegezonden. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SZA·e03 |
|
Functie |
Opvragen van zorgverlenerdetails |
|
Karakter |
Optioneel |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau laag of hoger (trigger a), of b. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen (trigger b). |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem, of b. Het systeem initieert de functie automatisch. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenZorgverlenerDetails bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH ZAB]. 2. Het systeem ontvangt een opleverenZorgverlenerDetails bericht conform [HL7v3 IH ZAB]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
De oplevering van het aantal antwoorden wordt door de ZIM begrensd. Het totaal aantal gevonden antwoorden en het aantal opgeleverde antwoorden wordt meegezonden. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SZA·e02 |
In het abonnementenregister wordt bijgehouden welke abonnementen er afgesloten zijn door op het LSP aangesloten zorgsystemen (zie [Ontw Sgl ABR]). Een aangesloten systeem dat de interfaces kan aanroepen om een abonnement af te sluiten, op te vragen of op te zeggen vervult de systeemrol ‘abonnerend systeem’.
De code van de systeemrol Abonnerend Systeem in het applicatieregister is: SGL.ABS.2011.
|
Functie |
Het registreren van een abonnement in het abonnementenregister |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger |
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een registratieAbonnement bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH Sgl ABR]. 2. Het systeem ontvangt een antwoordRegistratieAbonnement conform [HL7v3 IH Sgl ABR] |
|
Resultaat |
Het antwoordbericht is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in [Foutentabel] en [Ontw Sgl ABR] LSP.ABR.t2065. |
|
Opties |
Wanneer de gebruiker een GBZ-beheerder is dient er gebruik te worden gemaakt van fictieve BSN’s. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
Er mag alleen door een zorgverlener een abonnement geregistreerd worden op wijziging van een gegevenssoort dat ingezien mag worden volgens het autorisatieprotocol. De abonneerbare gegevenssoorten zijn te vinden in paragraaf 4.1.1 van [Ontw Sgl ABR], evenals de logische attributen van het bericht. Een abonnement mag niet langer duren dan <zim-duur-abonnement>. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SGL·e01 |
|
Functie |
Het beëindigen van een abonnement in het abonnementenregister |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opzeggingAbonnement bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH Sgl ABR] 2. Het systeem ontvangt een antwoordOpzeggingAbonnement conform [HL7v3 IH Sgl ABR] |
|
Resultaat |
Het antwoordbericht is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in [Foutentabel]. |
|
Opties |
Wanneer de gebruiker een GBZ-beheerder is dient er gebruik te worden gemaakt van fictieve BSN’s. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
Iedere zorgverlener die werkt onder de abonnee (organisatie) , mag het abonnement beëindigen. Het abonnement-id is noodzakelijk om een abonnement te beëindigen. Deze is te verkrijgen door middel van het opvragen van het abonnement. De logische attributen zijn te vinden in paragraaf 4.1.2 van [Ontw Sgl ABR] |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SGL·e02 |
|
Functie |
Het opvragen van een abonnement in het abonnementenregister |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragingAbonnement bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH Sgl ABR] 2. Het systeem ontvangt een opleveringAbonnement bericht conform [HL7v3 IH Sgl ABR] |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: · Gepresenteerd aan de gebruiker of · Gebruikt voor beëindiging van het abonnement |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in [Foutentabel]. |
|
Opties |
· Wanneer de gebruiker een GBZ-beheerder is dient er gebruik te worden gemaakt van fictieve BSN’s. · Het moet mogelijk zijn om de zender-organisatie-id te gebruiken als query parameter (gelijk aan abonnement-organisatie-id) en daarnaast ten minste een van de volgende query parameters mee te geven: o abonnement-id o abonnement-applicatie-id o abonnement-zorgverlener-id o abonnement-gebeurtenis-type o abonnement-gebeurtenis-object o abonnement-gebeurtenis-subject De definities van de parameters staan beschreven in Paragraaf 4.1.3 van [Ontw Sgl ABR]]. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Iedere zorgverlener van de organisatie die abonnementeigenaar is mag het abonnement opvragen. De oplevering van het aantal antwoorden wordt door de ZIM begrensd. Maximaal <zim-max-opleveren-abonnementen> worden opgeleverd. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SGL·e03 |
|
Een abonnement dient beëindigd te worden indien a. Uit de inschrijving van de patiënt volgens [PvE GBx Org] blijkt dat i. langer dan <gbx-max-behandelrelatie-termijn> geleden een behandelrelatie is vastgelegd volgens GBX.IDA.e4050, en ii. er geen behandelrelatie meer blijkt uit de werkcontext, en iii. de zorgverlener niet alsnog een behandelrelatie vastlegt volgens GBX.IDA.e4050, en b. de zorgverlener voor de betreffende patiënt zelf, langer dan <gbx-max-behandelrelatie-termijn> geleden, gegevens heeft (her)aangemeld bij de verwijsindex. |
|
|
Functie |
Toets op behandelrelatie |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SGL·e06 |
Het abonnementSignaal ontvangend systeem ontvangt signalen die verstuurd worden door de ZIM naar aanleiding van een registratie in het abonnementenregister (zie [Ontw Sgl GBV]
De code van de systeemrol Abonnerend Systeem in het applicatieregister is: SGL.AOS.2011.
|
Functie |
Het verwerken van een abonnementSignaal dat wordt ontvangen als reactie op een gebeurtenis waarop een systeem een abonnement heeft. |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen. |
|
Trigger |
a. Het systeem ontvangt een afleverenAbonnementSignaal bericht van de ZIM conform [HL7v3 IH Sgl ABR]. |
|
Interacties |
1. Het systeem verstuurd een bevestigingsbericht conform [HL7v3 IH Sgl ABR] |
|
Resultaat |
Het bericht is verwerkt door: · Het signaal te presenteren aan de gebruiker en/of · Bij gebeurtenistype “wijziging gegevens” de gebruiker de mogelijkheid te bieden de gewijzigde gegevens gelijk op te vragen |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
Het abonnementSignaal wordt door de ZIM <zim-signaal-aanbieden-STU> keer aan de component STU aangeboden met <zim-signaal-tijdsbestek> tijd tussen het aanbieden. |
|
Toelichting |
Het bericht wordt verstuurd naar de applicatie. De organisatie moet zelf bepalen welke zorgverleners/medewerkers het signaal te zien krijgen. De zorgverlener die het abonnement geregistreerd heeft, wordt meegestuurd in het bericht. De gebeurtenis die heeft plaatsgevonden waar een abonnement op genomen is wordt ook meegeleverd in het bericht. De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in paragraaf 4.2.2. van [Ontw Sgl GBV]. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SGL·e04 |
Het notificatieSignaal ontvangend systeem ontvangt signalen die verstuurd worden door de ZIM naar aanleiding van een gebeurtenis in de ZIM (zie [Ontw Sgl GBV]) Op dit signaal kan geen abonnement worden genomen.
De code van de systeemrol Abonnerend Systeem in het applicatieregister is SGL.NOS.2011.
|
Functie |
Het verwerken van een notificatieSignaal dat wordt ontvangen als reactie op een gebeurtenis waarop een systeem geen abonnement kan nemen. |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen. |
|
Trigger |
Het systeem ontvangt een afleverenNotificatieSignaal bericht van de ZIM conform [HL7v3 IH Sgl ABR]. |
|
Interacties |
Het systeem verstuurd een bevestigingsbericht conform [HL7v3 IH Sgl ABR] |
|
Resultaat |
Het bericht is verwerkt door: · Het signaal te presenteren aan de gebruiker en/of · Bij gebeurtenistype “abonnement verwijderd” de gebruiker de mogelijkheid te bieden het abonnement gelijk opnieuw af te sluiten. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in [Foutentabel] . |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
Het notificatieSignaal wordt door de ZIM <zim-signaal-aanbieden-STU> keer aan de component STU aangeboden met <zim-signaal-tijdsbestek> tijd tussen het aanbieden. |
|
Toelichting |
Het bericht wordt verstuurd naar de applicatie. De organisatie moet zelf bepalen welke zorgverleners/medewerkers het signaal te zien krijgen. De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in paragraaf 4.1.2. van [Ontw Sgl GBV].
Van de volgende gebeurtenis wordt een notificatieSignaal verstuurd: · Gebeurtenis ‘abonnement verwijderd’ Een abonnement kan verwijderd worden door bezwaar van een patiënt of omdat het abonnement verlopen is. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SGL·e05 |
In het autorisatieprofiel wordt bijgehouden welke specifieke beroepstitels, individuele zorgverleners en afzonderlijke zorginstellingen een patiënt wil in- of uitsluiten voor toegang tot zijn patiëntgegevens. Uitgesloten partijen hebben geen toegang tot zijn patiëntgegevens. Bij insluiting door de patiënt hebben alleen de ingesloten partijen toegang tot zijn patiëntgegevens. Daarnaast heeft de patiënt de mogelijkheid totaal bezwaar te maken tegen uitwisseling van zijn patiëntgegevens. Insluitingen, uitsluitingen en totaal bezwaar worden vastgelegd in een autorisatieprofiel. Een patiënt kan zijn autorisatieprofiel opvragen of wijzigen. Indien er geen autorisatieprofiel aanwezig is wordt er vanuit gegaan dat de patiënt geen bezwaar heeft gemaakt.
De code van de systeemrol Autorisatieprofiel bewerkend systeem in het applicatieregister is APF.BWS.2011.
|
Functie |
Opvragen autorisatieprofiel |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger. |
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenAutorisatieprofiel bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APF]. 2. Het systeem ontvangt een opleverenAutorisatieprofiel bericht conform [HL7v3 IH APF]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Indien er geen autorisatieprofiel aanwezig is wordt er vanuit gegaan dat de patiënt geen bezwaar heeft gemaakt. |
|
Verificatiewijze |
Test. |
|
Voorheen |
GBP·AE·BAF·e04 |
|
Functie |
Wijzigen autorisatieprofiel |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger. |
|
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een wijzigenAutorisatieprofiel bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APF]. 2. Het systeem ontvangt een bevestigingWijzigenAutorisatieprofiel of een afwijzenWijzigenAutorisatieprofiel bericht conform [HL7v3 IH APF]. |
|
Resultaat |
Het retourbericht is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Het systeem moet de mogelijkheid bieden de volgende keuzes in te voeren: · geen bezwaar; · totaal bezwaar; · gedifferentieerd bezwaar op basis van insluiten of uitsluiten. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
Deze eis is nodig om patiënten in staat stellen bezwaar te maken tegen de uitwisseling van hun gegevens via de landelijke infrastructuur. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBP·AE·BAF·e09 |
De code van de systeemrol Toegangslog raadplegend systeem in het applicatieregister is TLG.RPS.2011.
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Functie |
Opvragen centrale toegangsloggegevens |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger (trigger a), of b. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen (trigger b). |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem, of b. Het systeem initieert de functie automatisch. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een raadplegenToegangslog bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH TLG]. 2. Het systeem ontvangt een opleveringToegangslogresultaten bericht conform [HL7v3 IH TLG]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem gepresenteerd aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responstijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Deze functie wordt momenteel gebruikt door het GBK (trigger a) en door het GBP (trigger b) naar aanleiding van een verzoek van een patiënt. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
De systeemrol Applicatieregister raadplegend systeem valt in het applicatieregister uiteen in de codes APR.RPSa.2011 en APR.RPSb.2011.
|
Functie |
Opvragen van geregistreerde applicaties. |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau midden of hoger (trigger a), of b. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen (trigger b). |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem of b. Het systeem initieert de functie automatisch |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenZorgaanbiederapplicatie bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het ontvangt een opleverenZorgaanbiederapplicatie bericht conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). c. bij de presentatie/beslissing wordt rekening gehouden met de begrenzing van het aantal antwoorden. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Als het aantal antwoorden begrensd is moet het systeem de mogelijkheid bieden om: · een andere zoekvraag te stellen om het resultaat compleet te krijgen of; · de vraag anders te stellen waardoor wel het gehele antwoord verwerkt kan worden. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
De oplevering van het aantal antwoorden wordt door de ZIM begrensd. Het totaal aantal gevonden antwoorden en het aantal opgeleverde antwoorden wordt meegezonden in het opgeleverde bericht. De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in hoofdstuk 4 van [Ontw APR] |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SZA·e13 |
|
Functie |
Opvragen van hoogst ondersteunde interactieversie |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau laag of hoger. |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem (trigger a), of b. Het systeem initieert de functie voorafgaand aan een opvraag- of stuurinteractie van patiëntgegevens. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenInteractieVersie bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het ontvangt een opleverenInteractieVersie bericht conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing over de te hanteren versie voor de betreffende interactie. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Het versienummer van de interactie is onderdeel van het interactie-id. De ZIM retourneert het id van de hoogste interactieversie die door alle gevraagde systemen inclusief de afzender wordt ondersteund. Aangezien de ZIM twee versies ondersteunt kan de opgeleverde interactieversie één versie lager zijn dan de versie van de afzender. De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in hoofdstuk 4 van [Ontw APR] . |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
Een beheerder zal voor de applicatie(s) die hij beheert detailinformatie willen ontvangen voordat deze een wijziging aan de geregistreerde applicatiegegevens aanbrengt.
Daarnaast zal de beheerder ook lokaal en centraal geregistreerde applicatiegegevens willen wijzigen of laten wijzigen. Belangrijk is om daarbij op te merken dat de lokale configuratie-instellingen overeen moeten komen met die uit het ‘centrale’ applicatieregister. De lokaal geregistreerde applicatiegegevens moeten gebruikt worden in de communicatie tussen het zorginformatiesysteem en de ZIM.
De code van de systeemrol Applicatieregister bewerkend systeem in het applicatieregister is APR.BWS.2012.
|
Functie |
Opvragen van geregistreerde applicatiedetails |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau laag of hoger. |
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een opvragenZorgaanbiederapplicatie-details bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het systeem ontvangt een opleverenZorgaanbiederapplicatie-details bericht conform [HL7v3 IH APR] |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
Bepaalde detailinformatie wordt alleen opgeleverd indien het vragende systeem tot hetzelfde GBX behoort als het in antwoord opgenomen. De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in hoofdstuk 4 van [Ontw APR]. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SZA·e05 |
|
Functie |
Wijzigen van geregistreerde applicatiegegevens |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
De gebruiker is lokaal ingelogd als beheerder op vertrouwensniveau midden of hoger. |
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een wijzigen-applicatie bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het systeem ontvangt een accepterenWijzigen-applicatie of een afwijzenWijzigen-applicatie bericht een conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
Het retourbericht is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker. De lokale configuratie van de applicatie is in overeenstemming met die geregistreerd in het applicatieregister. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in § van [Ontw APR]. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SZA·e05 |
|
Functie |
Wijzigen van de status van geregistreerdeapplicatiesysteemrol |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
De gebruiker is lokaal ingelogd als beheerder op vertrouwensniveau midden of hoger. |
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een wijzigen applicatiesysteemrol bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het systeem ontvangt een accepteren applicatiesysteemrolverzoek of een afwijzen applicatiesysteemrolverzoek bericht een conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
Het retourbericht is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker.De lokale configuratie van de applicatie is in overeenstemming met die geregistreerd in het applicatieregister. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in hoofdstuk 4 van [Ontw APR]. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
|
Functie |
Toevoegen een systeemrol bij een geregistreerde applicatie |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Beginsituatie |
De gebruiker is lokaal ingelogd als beheerder op vertrouwensniveau midden of hoger |
|
Trigger |
De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een toevoegen applicatiesysteemrol bericht naar de ZIM conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het systeem ontvangt een accepteren applicatiesysteemrolverzoek of een afwijzen applicatiesysteemrolverzoek bericht een conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
Het retourbericht is ontvangen en het resultaat van de interactie is kenbaar gemaakt aan de gebruiker. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
De logische attributen van dit bericht zijn te vinden in hoofdstuk 4 van [Ontw APR]. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
Het koppeling verifiërend systeem biedt een beheerder de mogelijk om de bereikbaarheid van de ZIM of een GBX te verifiëren. Dit om eventuele fouten en/of gemelde problemen op te kunnen oplossen.
De code van de systeemrol Koppeling verifiërend systeem in het applicatieregister is APR.KVS.2011.
|
Functie |
Verifiëren communicatiekoppeling |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Begin situatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau laag (trigger a), of b. Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen (trigger b). |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem of b. Het systeem initieert de functie automatisch. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt een verifiërenCommunicatiekoppeling bericht naar de ZIM of een ander GBX conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het systeem ontvangt een verifiërenCommunicatiekoppelingAntwoord bericht conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·BZA·e15 |
|
Functie |
Verifiëren applicatiekoppeling |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Begin situatie |
a. De gebruiker is lokaal ingelogd op vertrouwensniveau laag of hoger. |
|
Trigger |
a. De gebruiker initieert de functie via het systeem. |
|
Interacties |
1. Het systeem verzendt en verifiërenApplicatiekoppeling bericht naar de ZIM of een ander GBX conform [HL7v3 IH APR]. 2. Het systeem ontvangt een verifiërenApplicatiekoppelingAntwoord bericht conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
De opgeleverde gegevens zijn door het systeem: a. gepresenteerd aan de gebruiker, of b. verwerkt tot een beslissing (die is gepresenteerd aan de gebruiker). |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Het bericht moet een authenticatietoken kunnen bevatten. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
|
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SZA·e05 |
De code van de systeemrol Koppeling bevestigend systeem in het applicatieregister is APR.KBS.2011.
|
Functie |
Bevestigen communicatiekoppeling |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Conditie |
- |
|
Beginsituatie |
Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen. |
|
Trigger |
Het systeem ontvangt een verifiërenCommunicatiekoppeling bericht conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Interacties |
Het systeem stuurt een verifiërenCommunicatiekoppelingAntwoord bericht terug naar de verzender conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
Het antwoordbericht is teruggestuurd naar de verzender. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
- |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·BZA·e15 |
|
Functie |
Bevestigen applicatiekoppeling |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Conditie |
- |
|
Beginsituatie |
Het systeem beschikt over de voor deze functie vereiste vertrouwensmiddelen. |
|
Trigger |
Het systeem ontvangt een verifiërenApplicatiekoppeling bericht conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Interacties |
Het systeem stuurt een verifiërenApplicatiekoppelingAntwoord terug naar de verzender conform [HL7v3 IH APR]. |
|
Resultaat |
Het antwoordbericht is teruggestuurd naar de verzender. |
|
Uitzonderingen |
Uitzonderingen zijn beschreven in de [Foutentabel]. |
|
Opties |
Het bericht moet een authenticatietoken kunnen bevatten. |
|
Responsetijd |
- |
|
Betrouwbaarheid |
- |
|
Toelichting |
- |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·BZA·e15 |
Het deel van een XIS dat de patiëntadministratie voor zijn rekening neemt moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de onderstaande paragraaf. De code van de systeemrol Patiëntadministrerend systeem in het applicatieregister is PAT.REGa.2011.
|
Het systeem moet een gebruiker de mogelijkheid bieden een patiënt op te zoeken in de lokale patiëntadministratie van de zorgaanbieder, door het invoeren van identificerende gegevens, waarna wordt getoond: a) of de patiënt/cliënt is gevonden, en zo ja, b) of het BSN wel/niet is opgevraagd of geverifieerd bij de SBV-Z, c) de datum en tijd van koppelen, d) de manier van vaststellen van de identiteit: 1) Controle van echtheid en geldigheidsdatum van WID en de gelijkenis van de in de WID genoemde identificerende gegevens, 2) Vergewissen, e) indien beschikbaar het UZI-nummer of anders een unieke identificatie van de gebruiker en het UZI-nummer van mandaterende zorgverlener indien van toepassing, f) zorgaanbieder-id van de gebruiker, g) in geval van WID-controle: aard en nummer van het WID. |
|
|
Functie |
Opzoeken en tonen patiënteninformatie |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Deze eis voorkomt dat de SBV-Z telkens opnieuw wordt geraadpleegd. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SPA·e01 |
|
Het systeem moet een gebruiker de mogelijkheid bieden het door een burgerregister geretourneerde BSN te koppelen aan de identificerende gegevens in de lokale patiëntenindex waarbij bij het overgenomen BSN automatisch wordt vastgelegd: a) de bron van het BSN; b) datum en tijd van koppelen; c) UZI-nummer of andere identificatie van de gebruiker.
Er is dan sprake van een voorlopige koppeling tussen BSN en patiëntgegevens. |
|
|
Functie |
Voorlopig koppelen van patiëntgegevens aan een BSN. |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Dit is nodig opdat een zorgverlener/medewerker kan voldoen aan de wettelijke verplichting van de zorgaanbieder om het BSN op te nemen in zijn administratie, zie [Wbsn-z] artikel 8. Voor het landelijk uitwisselen van medische patiëntgegevens moet de SBV-Z of de GBA zijn geraadpleegd. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SPA·e03 |
|
Het systeem moet voor een geselecteerde patiënt/cliënt de gebruiker: a) de mogelijkheid bieden gewaarschuwd te worden indien nog niet is vastgesteld dat het BSN hoort bij de patiënt/cliënt; b) de mogelijkheid bieden in de lokale patiëntenindex vast te leggen dat hij heeft vastgesteld dat het betreffende BSN hoort bij de patiënt/cliënt, onder vermelding van: 1) de manier van vaststellen: i. Controle van echtheid en geldigheidsdatum van WID en de gelijkenis van de in de WID genoemde identificerende gegevens, ii. Vergewissen, 2) datum en tijd van vaststellen, 3) indien beschikbaar het UZI-nummer of anders een unieke identificatie van de gebruiker, en het UZI-nummer van mandaterende zorgverlener indien van toepassing. 4) zorgaanbieder-id van de gebruiker; 5) in geval van WID-controle: aard en nummer van het WID.
Daarmee is het BSN definitief gekoppeld. |
|
|
Functie |
Definitief koppelen van patiëntgegevens aan een BSN. |
|
Karakter |
Optioneel |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Dit is belangrijk voor een zorgaanbieder die (geautomatiseerd) wil vaststellen of is voldaan aan de eventuele wettelijke verplichting om de identiteit vast te stellen aan de hand van een WID.
Merk op dat de toelichting op [Bbsn-z] artikel 26 een grote verantwoordelijkheid legt bij de zorgaanbieder voor de afweging wel/niet WID controleren. Daarom is geautomatiseerde ondersteuning belangrijk.
Het systeem kan hierna overgaan tot het vrijgeven en aanmelden van de bij de patiënt/cliënt behorende gegevens. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SPA·e04 GBZ·AE·SPA·e08 |
|
Het systeem moet voor een geselecteerde patiënt/cliënt de gebruiker: a) de mogelijkheid bieden het 'in omloop mogen zijn' van het WID te controleren door raadplegen van de SBV-Z op basis van aard en nummer van het WID; b) de mogelijkheid bieden in de lokale patiëntenindex vast te leggen dat hij 'het in omloop mogen zijn' van het WID heeft gecontroleerd, onder vermelding van: 1) resultaat van de controle; 2) datum en tijd; 3) indien beschikbaar het UZI-nummer of anders een unieke identificatie van de gebruiker; 4) aard en nummer van het WID. c) de mogelijkheid bieden de onder b) vastgelegde informatie op elk gewenst moment te raadplegen. |
|
|
Functie |
Controleren geldigheid van een WID. |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Dit is belangrijk voor een zorgverlener/medewerker die in geval van twijfel over de echtheid of geldigheid van een WID wil nagaan of deze in omloop mag zijn. Hiertoe biedt de SBV-Z een dienst om te kunnen controleren of een bepaald WID in omloop is. |
|
Verificatiewijze |
Demo |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SPA·e06 GBZ·AE·SPA·e08 |
|
Het systeem moet een gebruiker de mogelijkheid bieden in de lokale patiëntadministratie voor een patiënt/cliënt: a) de status van de behandelrelatie in te zien, waarbij wordt getoond: 1) of een behandelrelatie bestaat, en zo ja; 2) met welke zorgverleners een behandelrelatie bestaat; 3) ten behoeve van welke zorgaanbieder (URA) de behandelrelatie wordt onderhouden; b) een nieuwe behandelrelatie te beginnen, waarbij wordt vastgelegd: 1) begindatum; 2) UZI-nummer van de zorgverlener; 3) de URA van de zorgaanbieder ten behoeve van wie de behandelrelatie onderhouden wordt; c) een bestaande behandelrelatie te beëindigen, waarbij wordt vastgelegd: 1) einddatum; 2) UZI-nummer van de zorgverlener. |
|
|
Functie |
Bijhouden behandelrelatie. |
|
Karakter |
Optioneel |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
Dit is nodig opdat een zorgverlener kan handelen conform de memorie van toelichting bij de wet op het EPD: “Bij de start van de behandelrelatie vraagt de zorgaanbieder toestemming aan de patiënt voor het raadplegen van zijn gegevens via het LSP. Vanzelfsprekend kan de patiënt de toestemming ook weer intrekken of wijzigen. De beroepsbeoefenaar onderhoudt de behandelrelatie hetzij ten behoeve van de zorgaanbieder waarvoor hij werkzaam is, hetzij als zorgaanbieder indien het een zelfstandig werkende beroepsbeoefenaar betreft”. Een zorgverlener die de patiënt/cliënt niet ziet, bijvoorbeeld in een laboratorium, legt een behandelrelatie vast in de zin van een verklaring dat hij werkt in opdracht van een andere zorgverlener die een behandelrelatie met de patiënt/cliënt heeft. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
GBZ·AE·SPA·e13 |
|
Het systeem moet in de lokale patiëntadministratie een zogenaamde opt-in-registratie bijhouden waarin voor iedere patiënt/cliënt wordt geregistreerd of de patiënt/cliënt wel of niet akkoord is met het beschikbaar stellen van zijn medische gegevens aan andere zorgaanbieders die bij de behandeling van de patiënt betrokken zijn.
Deze opt-in-registratie moet de mogelijkheid bieden aan de gebruiker om per patiënt te registreren: 1) Of de patiënt gevraagd is om akkoord te gaan met het beschikbaar stellen van zijn medische gegevens aan andere zorgaanbieders (opt-in). 2) Of de patiënt naar aanleiding van deze vraag akkoord is gegaan. 3) De datum waarop de patiënt akkoord is gegaan. 4) De einddatum van de geldigheid van de opt-in. 5) Een unieke identificatie van de set van voorwaarden waarmee de patiënt heeft ingestemd. |
|
|
Functie |
Bijhouden opt-in |
|
Karakter |
Verplicht |
|
Condities |
- |
|
Toelichting |
De geldigheid van de opt-in kan onbeperkt zijn. De unieke identificatie kan bijvoorbeeld een documentitel of bestandsnaam zijn. |
|
Verificatiewijze |
Test |
|
Voorheen |
- |
|
Referentie |
Document |
Versie |
|
Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg |
- |
|
|
Foutentabel |
6.11.0.0 |
|
|
HL7v3 implementatiehandleiding autorisatieprofiel |
6.11.0.0 |
|
|
HL7v3 implementatiehandleiding applicatieregister |
6.11.0.0 |
|
|
HL7v3 implementatiehandleiding abonnementenregister |
6.11.0.0 |
|
|
HL7v3 implementatiehandleiding toegangslog |
6.11.0.0 |
|
|
HL7v3 implementatiehandleiding verwijsindex |
6.11.0.0 |
|
|
HL7v3 implementatiehandleiding berichtwrappers |
6.11.0.0 |
|
|
HL7v3 implementatiehandleiding zorgadresboek |
6.11.0.0 |
|
|
Implementatiehandleiding elektronische handtekening met UZI-pas |
6.11.0.0 |
|
|
Implementatiehandleiding mandatering UZI-pas |
6.11.0.0 |
|
|
6.11.0.0 |
||
|
Ontwerp mandatering |
6.11.0.0 |
|
|
Ontwerp abonnementenregister |
6.11.0.0 |
|
|
6.11.0.0 |
||
|
6.11.0.0 |
||
|
Programma van eisen organisatie goed beheerd systeem (GBx) |
6.11.0.0 |
|
|
Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg |
- |