|
AORTA 2012 (v6·11) |
|
|
|
|
|
Datum: |
5 december 2012 |
|
Versie: |
6.11.0.0 |
|
Referentie: |
|
|
|
|
Nictiz is het landelijke
expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert. |
1 Inleiding 6
1.1 Doel en scope 6
1.2 Doelgroep voor dit document 6
1.3 Documenthistorie 6
1.4 Legenda 7
2 Dynamisch model 9
2.1 Storyboard COMT_ST999999NL - Opvragen toegangslog 9
3 Applicatierollen 11
3.1 COMT_AR999998NL - Toegangslog raadplegend systeem 11
3.2 COMT_AR999999NL - Toegangslog beherend systeem 11
4 Trigger Events 12
4.1 Trigger Event COMT_TE999998NL - Raadpleeg toegangslog 12
4.2 Trigger Event COMT_TE999999NL - Opleveren toegangslog 12
5 Interacties 13
5.1 COMT_IN999998NL - Opvragen toegangslog 13
5.1.1 Wrappers 13
5.1.1.1 COMT_IN999998NL 13
5.1.1.2 attentionLine 14
5.2 COMT_IN999999NL - Oplevering toegangslogresultaten 14
5.2.1 Wrappers 14
5.2.1.1 COMT_IN999999NL 14
6 Refined Message Information Models (R-MIM’s) 16
6.1 R-MIM COMT_RM999998NL - Opvragen toegangsloggegevens 16
6.2 R-MIM COMT_RM999999NL - Toegangsloggegevens 17
7 Berichten 21
7.1 COMT_MT999998NL - Zoek toegangsloggegevens 21
7.1.1 actDataType 22
7.1.2 actId 23
7.1.3 effectiveTime 23
7.1.4 emergency 23
7.1.5 initiatorInteractionId 23
7.1.6 initiatorOverseerId 24
7.1.7 initiatorOverseerOrganisationId 24
7.1.8 initiatorOverseerRoleCode 24
7.1.9 initiatorSendingApplicationId 24
7.1.10 patientId 25
7.1.11 respondingSendingApplicationId 25
7.2 COMT_MT999999NL - Toegangslog 25
7.2.1 performer 27
7.2.2 receiver 27
7.2.3 sequel 28
7.2.4 subject 28
7.2.5 subjectOf 29
7.2.6 acknowledgement 29
7.2.6.1 componentOf 30
7.2.6.2 detectedIssue 30
Bijlage A Referenties 31
Bijlage B Overzicht interacties 32
Bijlage C Overzicht gebruikte vocabulaire 33
C.1 RoleCodeNL 33
Bijlage D Overzicht gebruikte OID’s 34
Bijlage E Overzicht specifieke wsdl’s voor de basisfunctie Toegangslog 35
Bijlage F Voorbeeldberichten 36
F.1 Opvragen toegangslog 36
Het doel van dit document is een praktische implementatiehandleiding te bieden voor de basisfunctie Toegangslog. Dit document is nauw verbonden aan het ontwerp Toegangslog [Ontw TLG].
Het ontwerp Toegangslog beschrijft de bredere context van de toegangslog in AORTA. De nadruk ligt daarbij op processen en op het waarom, wanneer en wie. Tevens worden in het ontwerp interne functionaliteiten van de ZIM beschreven.
Deze implementatiehandleiding is een invulling van het ontwerp Toegangslog, maar beperkt zich tot de berichtenuitwisseling tussen GBx en ZIM. Dit is gerelateerd aan de in het ontwerp beschreven systeeminterface “Opvragen toegangslog” ZIM.TLG.i1010.
Dit document beschrijft het dynamische en de statische HL7v3-modellen. Het dynamische model bevat specificaties van storyboards, applicatierollen, trigger events en interacties. HL7v3-interacties zijn te koppelen aan de logische berichtnamen uit het Toegangslog ontwerp. De volgende HL7v3 interacties zijn van toepassing:
· Opvragen toegangslog (COMT_IN999998NL).
· Oplevering toegangslogresultaten (COMT_IN999999NL).
De statische informatiemodellen in hoofdstuk 6 en 7 werken de HL7v3 R-MIMs en message types uit.
De doelgroep voor dit document bestaat primair uit systeemontwerpers en softwareontwikkelaars bij leveranciers van het landelijk schakelpunt, klantenloket en patiëntenportaal. Daarnaast biedt het document achtergrondinformatie voor geïnteresseerden in HL7v3-specificaties van de basisfunctie Toegangslog.
Dit document gaat ervan uit dat de lezer kennis heeft van HL7 versie 3.
|
Versie |
Datum |
Omschrijving |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
Eerste versie, ontstaan uit AORTA_TLG_IH_Toegangslog_HL7.doc versie 7.0.0.0 |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RfC 37059 – herstel verkeerde OID voor AcknowledgementType |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RfC 45779 – extra verduidelijking aangaande het gebruik van controlActProcess/subject element in §7.2.4. |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
RfC 46279 – availabilityTime toevoegen in opleverenLogging. In §7.2 is availabilityTime C conditioneel verplicht gemaakt, indien bekend in de toegangslog. Deze was voorheen X niet gebruiken, maar er kon wel op het gegeven worden gefilterd met de vraagparameter effectiveTime. Er is gekozen voor 0..1 C in plaats van de meer voor de hand liggende 1..1 M om geen backward incompatibele wijziging te introduceren met een XML Schema consequentie. |
|
6.11.0.0 |
5-dec-2012 |
Herpublicatie als onderdeel van AORTA-Infrastructuur v6·11 |
Dit document gebruikt de volgende symbolen:
|
|
Let op! Dit is een aandachtpunt. Een opmerking die de aandacht vestigt op een bepaald opvallend aspect. |
|
|
Dit is een ‘open issue’ of ‘known issue’. Een kwestie die nog open ligt voor discussie, maar onderkend is. |
|
|
Dit is een frequently asked question (FAQ) met antwoord.
|
De specificatie van een bericht wordt aan de hand van de XML-structuur van het bericht beschreven. In de volgende tabel worden alle onderdelen van het bericht beschreven in de volgorde van hun voorkomen in het bericht.
|
Element: IdentifiedPerson |
|||||
|
Pad: RegistrationProcess/subject1 |
|||||
|
Subelement |
DT |
# |
C |
LBA |
Definitie |
|
@classCode |
CS |
1..1 |
M |
|
Bevat de elementklasse |
|
CONF Bevat de vaste waarde “ASSIGNED” |
|||||
|
id |
II |
1..* |
M |
abcd |
Bevat één of meer identificaties van de persoon. |
|
CONF Er moet een element id zijn met het burgerservicenummer in het attribuut @extension en met de OID “2.16.840.1.113883.2.4.6.3” in het attribuut @root |
|||||
|
addr |
AD |
0..* |
C |
efgh |
Bevat het adres van de persoon. |
|
CONF Het adrestype moet, indien bekend, worden gecommuniceerd in het attribuut @use |
|||||
|
... |
|
|
|
|
|
Element – een onderdeel van een bericht, een ‘contextnode’ zoals die in XML structuur van het bericht voorkomt. Element is een onderdeel dat eigen elementen (attributen) heeft.
Pad - XPath pad. Beschrijving van een (relatief) pad door XML structuur naar een onderdeel van het bericht. Zo’n pad begint bij het element (‘contextnode’) en bestaat uit stappen, die ieder gescheiden worden door een slash ( ‘/ ‘).
Een element/subelement kan een XML-attribuut of een XML-element hebben. In de omschrijving wordt door een @ aangeduid dat het een XML-attribuut is.
DT - beschrijft het datatype van het element. Zie [HL7v3 IH BC] voor meer informatie over datatypen.
Kard - beschrijft de kardinaliteit van het onderdeel. Dit bepaalt het aantal keer dat het onderdeel mag/moet voorkomen. Zie voor meer informatie over kardinaliteit [HL7v3 IH BC].
C
- beschrijft de conformiteit van het attribuut
M - mandatory (vereist)
R - required (verplicht
ondersteunen)
O - optioneel
C - conditioneel verplicht
F - vaste waarde ongeacht of deze
in de interactie voorkomt, alleen te gebruiken voor structuurattributen
(@classCode, @typeCode, etcetera)
NP - niet toegestaan (not permitted), betekent dat het onderdeel
niet mag voorkomen
X - het onderdeel mag voorkomen,
maar wordt niet meegenomen in de verwerking van de interactie
LBA - logisch bericht attribuut. Logische berichten en hun
attributen zijn in het [Ontwerp toepassing] beschreven.
Omschrijving - beschrijving van het onderdeel, korte tekst.
CONF Iedere subelementrij wordt gevolgd door een rij met nul of meer conformanceregels.
Dit hoofdstuk bevat enkele kerngegevens van HL7v3 storyboards en de bijbehorende interactiediagrammen en interactielijst. De beschrijving in dit hoofdstuk is gerelateerd aan de in het ontwerp beschreven systeem interface ZIM.TLG.i1010.
De functie “Opvragen toegangslog” biedt de patiënt inzicht in communicatie over het eigen dossier. Het gaat daarbij om:
· uitwisseling van dossiergegevens tussen zorgverleners/medewerkers;
· acties van de patiënt zelf;
· acties van het klantenloket uit naam van de patiënt;
· acties van wettelijke vertegenwoordigers uit naam van de patiënt.
De tijdsduur waarover loggegevens opvraagbaar zijn, ofwel de bewaartermijn van de loggegevens, is gespecificeerd in [PvE ZIM].
De “logregels” die worden geretourneerd op basis van gestelde vragen worden geleverd in de vorm van gebundelde conversaties. Een conversatie bestaat uit berichten van een initiërend systeem (ook wel bekend als een initiërend systeem) en antwoordbericht(en) van een of meerdere antwoordende systemen (ook wel bekend als reagerende systemen).
Het initiërende bericht kan bijvoorbeeld een opvraging, een verzoek, of een indirect verzonden bericht zijn. Een voorbeeld van een opvraging is een vraag om verstrekkingen. Een verzoek is bijvoorbeeld een medicatievoorschrift en een indirect verzonden bericht kan een waarneembericht zijn. Opvragingen leiden mogelijk tot antwoorden uit meerdere systemen. Bij verzoeken en indirect verzonden berichten is dat onwaarschijnlijk.
Alle gelogde berichten bevatten tenminste een identificatie van zendend en ontvangend systeem en het tijdstip van verzending. Berichten uit initiërende systemen hebben vrijwel altijd een verantwoordelijke persoon (voor uitzonderingen zie [HL7v3 IH Wrp], paragraaf voor TECA Wrappers), maar in elk geval een inhoudverantwoordelijke auteur. Berichten uit reagerende systemen hebben altijd een inhoudverantwoordelijke auteur, maar vrijwel nooit een verantwoordelijke persoon. Inhoudverantwoordelijke auteurs staan in ControlActProcess.authorOrPerformer en verantwoordelijke personen in ControlActProcess.overseer in het toegangslogmodel (zie [HL7v3 IH Wrp], paragraaf voor TECA Wrappers).
Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd:
· Opvragen toegangslog : §2.1 - Storyboard COMT_ST999999NL.
Systeeminterface: ZIM.TLG.i1010 - Opvragen toegangslog
HL7v3 gestructureerde naam: Log Events Query
Onderstaand interactiediagram “Opvragen toegangslog” bevat de uitwerking van storyboard COMT_ST999999NL.

Figuur 1 Interactiediagram – Opvragen toegangslog
Interactielijst
Onderstaande tabel bevat een overzicht van de interacties die storyboard COMT_ST999999NL ondersteunen.
Tabel 1 Overzicht interacties voor storyboard COMT_ST999999NL
|
Logische berichtnaam |
HL7v3 gestructureerde interactienaam |
HL7v3 interactienaam artifactnaam |
|
Opvragen toegangslog |
Get Log Event Query |
|
|
Oplevering toegangslogresultaten |
Get Log Event Query Response |
Een (deel)systeem vervult een applicatierol.
Dit hoofdstuk beschrijft de applicatierollen voor de basisfunctie Toegangslog, te weten:
· Toegangslog raadplegend systeem : §3.1 - COMT_AR999998NL.
· Toegangslog beherend systeem : §3.2 - COMT_AR999999NL.
In de typische situatie vervult een GBx de applicatierol “Toegangslog raadplegend systeem” in AORTA. De ZIM vervult de applicatierol “Toegangslog beherend systeem”.
HL7v3 gestructureerde naam: Log Event Query Placer
Deze applicatierol heeft betrekking op systemen die toegangsloggegevens opvragen bij het systeem dat de applicatierol “Toegangslog beherend systeem” vervult.
Onderstaande tabel bevat een overzicht van de interacties voor de applicatierol.
Tabel 2 Overzicht interacties voor de applicatierol COMT_AR999998NL
|
# |
Logische berichtnaam |
HL7v3 gestructureerde interactienaam |
HL7v3 interactienaam |
Zender/ ontvanger |
|
1. |
Opvragen toegangslog |
Get Log Event Query |
zender |
|
|
2. |
Oplevering toegangslogresultaten |
Get Log Event Query Response |
ontvanger |
HL7v3 gestructureerde naam: Log Event Manager
Deze applicatierol heeft betrekking op systemen die toegangsloggegevens bijhouden en antwoorden op bevragingen door een Log Event Query Placer.
Onderstaande tabel bevat een overzicht van de interacties voor deze applicatierol.
Tabel 3 Overzicht interacties voor de applicatierol COMT_AR999999NL
|
# |
Logische berichtnaam |
HL7v3 gestructureerde interactienaam |
HL7v3 interactienaam |
Zender/ ontvanger |
|
1. |
Opvragen toegangslog |
Get Log Event Query |
ontvanger |
|
|
2. |
Oplevering toegangslogresultaten |
Get Log Event Query Response |
zender |
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de relevante initiërende gebeurtenissen (trigger events) voor het verzenden van berichten.
Het hoofdstuk is als volgt opgebouwd:
· Raadpleeg toegangslog : §4.1 - Trigger Event COMT_TE999998NL.
· Opleveren toegangslog : §4.2 - Trigger Event COMT_TE999999NL.
HL7v3 gestructureerde naam: Get Log Event Query
Type: gebruikergebaseerd
Een gebruiker initieert een vraag om toegangsloggegevens die overeenkomen met een set queryparameters.
Tabel 4 Overzicht interacties voor de trigger event COMT_TE999998NL
|
# |
Logische berichtnaam |
HL7v3 gestructureerde interactienaam |
HL7v3 interactienaam |
|
1. |
Opvragen toegangslog |
Get Log Event Query |
HL7v3 gestructureerde naam: Get Log Event Query Response
Type: interactiegebaseerd
Een register antwoordt op een Get Log Event Query met de overeenkomende toegangsloggegevens.
Tabel 5 Overzicht interacties voor de trigger event COMT_TE999999NL
|
# |
Logische berichtnaam |
HL7v3 gestructureerde interactienaam |
HL7v3 interactienaam |
|
1. |
Oplevering toegangslogresultaten |
Get Log Event Query Response |
Dit hoofdstuk bevat de specifieke interacties voor de basisfunctie Toegangslog. Deze wordt gebruikt door Goed Beheerd Patiëntenportaal (GBP) en Goed Beheerd Klantenloketsysteem (GBK). Deze hebben ieder scenario’s die de invulling van de berichten, en dan met name de wrappers, beïnvloedt. Dit is beschreven in [HL7v3 IH Wrp], sectie 2.2.3.
De volgende interacties zijn hierna uitgewerkt:
· Opvragen toegangslog : §5.1 - COMT_IN999998NL.
· Oplevering toegangslogresultaten : §5.2 - COMT_IN999999NL.
De berichtinhoud (de ‘payload’) wordt bepaald door message types, zie hoofdstuk 7.
HL7v3 gestructureerde naam: Get Log Event Query
Deze interactie heeft als doel om toegangsloggevens op te vragen. Met behulp van queryparameters kan het resultaat worden gefilterd.
Samenstelling interactie
|
|
HL7v3 gestructureerde naam |
HL7v3 naam |
|
Trigger Event |
Get Log Event Query |
|
|
Transmission Wrapper |
Send Message Payload |
|
|
Control Act Wrapper |
Query By Parameter as Stub |
|
|
Message Type |
Log Event Query |
Zendende en ontvangende rollen
|
|
HL7v3 gestructureerde naam |
HL7v3 naam |
|
Sender |
Log Event Query Placer |
|
|
Receiver |
Log Event Manager |
Receiver Responsibilities
|
Reason |
Trigger Event |
HL7v3 interactienaam |
|
Antwoord geven op een bevraging van toegangsloggegevens. |
Zie [HL7v3 IH Wrp] voor de generieke implementatierichtlijnen. Voor enkele elementen geldt een specifieke implementatierichtlijn. Deze worden hier beschreven.
|
Element: COMT_IN999998NL |
|||||
|
Pad: |
|||||
|
Subelement |
DT |
# |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
acceptAckCode |
CS |
1..1 |
M |
|
Dit element geeft aan of de zender van de interactie een ontvangstbevestiging wil ontvangen. |
|
CONF @code moet de waarde “NE” bevatten |
|||||
|
attentionLine |
|
1..1 |
M |
|
Dit element stelt de ontvanger in staat op een vaste plaats het burgerservicenummer van de patiënt te achterhalen zonder daarvoor de inhoud van de interactie te hoeven inspecteren. Zie §5.1.1.2. |
|
CONF Het element attentionLine moet inhoudelijk worden gevuld conform Standaard Transmission Wrapper (MCCI_MT000100), beschreven in [HL7v3 IH Wrp]. |
|||||
|
Element: attentionLine |
|||||
|
Pad: COMT_IN999998NL |
|||||
|
Subelement |
DT |
# |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
II |
1..1 |
M |
|
Identificatie van de primaire patiënt in de payload van de interactie. |
|
CONF Het burgerservicenummer van de patiënt in het element attentionLine/value moet overeenkomen met het burgerservicenummer van de patiënt in het element COMT_IN999998NL/ControlActProcess/queryByParameter/patientId. |
|||||
Zie [HL7v3 IH Wrp] voor de generieke implementatierichtlijnen. Echter voor veel elementen geldt een specifieke implementatierichtlijn. Deze worden hier beschreven.
HL7v3 gestructureerde naam: Get Log Event Query Response
Deze interactie beantwoordt opvraging toegangsloggegevens.
Samenstelling interactie
|
|
HL7v3 gestructureerde naam |
HL7v3 naam |
|
Trigger Event |
Get Log Event Query Response |
|
|
Transmission Wrapper |
Application Level Acknowledgement |
|
|
Control Act Wrapper |
Query Control Act Acknowledgement / Response |
|
|
Message Type |
Log Event |
Zendende en ontvangende rollen
|
|
HL7v3 gestructureerde naam |
HL7v3 naam |
|
Sender |
Log Event Manager |
|
|
Receiver |
Log Event Query Placer |
Zie [HL7v3 IH Wrp] voor de generieke implementatierichtlijnen. Voor enkele elementen geldt een specifieke implementatierichtlijn. Deze worden hier onder beschreven.
|
Element: COMT_IN999999NL |
|||||
|
Pad: |
|||||
|
Subelement |
DT |
# |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
acceptAckCode |
CS |
1..1 |
M |
|
Dit element geeft aan of de zender van de interactie een ontvangstbevestiging wil ontvangen. |
|
CONF @code moet de waarde “NE” bevatten |
|||||
|
attentionLine |
|
0..1 |
X |
|
. |
In dit hoofdstuk worden de specifieke Refined Message Information Models (R-MIM’s) beschreven. Message types zijn afgeleiden van R-MIM’s en bepalen de inhoud van een interactie, ofwel de ‘payload’. R-MIM’s zijn afgeleiden van een D-MIM.
D-MIM: QUQI_DM000000
HL7 V3 gestructureerde naam: Log Events Query
Diagram

Figuur 2 R-MIM COMT_RM999998NL
Beschrijving
Het Log Events Query model kent ruime mogelijkheden om een selectie van toegangsloggegevens op te vragen.
Message Types
|
HL7 V3 gestructureerde naam |
HL7 V3 naam |
|
Log Event Query |
D-MIM: Niet gespecificeerd
HL7 V3 gestructureerde naam: Log Events
Diagram
Hier onder is alleen de Payload van het antwoord op de Log Events Query afgebeeld.

Figuur 3 R-MIM COMT_RM999999NL (alleen payload)
Beschrijving
De toegangslogregels die worden opgeleverd komen uit de “Toegangslog” van de ZIM. Hierin worden berichten gelogd zoals deze door de GBx-en en de ZIM worden uitgewisseld. De Toegangslog is samengesteld uit loggegevens die corresponderen met de verschillende punten van toegang in een conversatie. Hoeveel verschillende punten van toegang worden gebruikt hangt af van het uitwisselingspatroon dat van toepassing is voor de conversatie. De verschillende typen uitwisselingspatronen zijn:
· Direct versturen / direct opvragen (GBx aan ZIM of ZIM aan GBx)
· Indirect versturen (GBx via ZIM aan GBZ)
· Indirect opvragen (GBx via ZIM aan nul of meer GBZ-en)
Deze zijn hieronder uitgewerkt.
Merk op: in de figuren is de bron aangegeven van de op te leveren toegangsloggegevens. Dat wil niet zeggen dat op andere punten in de conversatie niet wordt gelogd, maar alleen dat van deze plaatsen geen loggegevens worden opgeleverd. Dit omdat toegangsloggegevens op deze plaatsen geen nieuwe informatie opleveren.
Een voorbeeld om de werking hiervan toe te lichten is een succesvolle “indirect opvragen” conversatie (zie Figuur 6 op pagina 19). De toegangsloggevens die in dit voorbeeld wel worden opgeleverd bestaan uit:
· het opvraagbericht van het opvragende GBx aan ZIM;
· de opleverberichten van opleverende GBZ-en aan ZIM.
De toegangsloggegevens die in hetzelfde voorbeeld niet worden opgeleverd zijn:
· de opvraagberichten van ZIM aan opleverende GBZ-en;
· het gebundelde antwoordbericht van ZIM aan het opvragende GBx.
Direct versturen / direct opvragen (GBx aan ZIM of ZIM aan GBx)
Voorbeelden van conversaties in dit uitwisselingspatroon bij GBx aan ZIM zijn: aanmeldingen, heraanmeldingen en afmeldingen. Het antwoord op deze berichten is een volledig bericht met Control Act en Payload. In schema ziet dit er zo uit:


Figuur 4 - Toegangsloggegevens bij direct versturen
Een toelichting op de oranje cirkels in Figuur 4 volgt hier:
1. Agerend GBx initieert een bericht en de ZIM logt deze in de toegangslog. In het model komt dit bericht dan in de focale klasse InformEvent, die de toegangsgebeurtenis bevat.
2. Reagerende ZIM antwoordt met een antwoordbericht, een opleverbericht, of een ontvangstbevestiging en de ZIM logt deze in de toegangslog. In het model komt dit antwoordbericht dan in de klasse InformEvent.sequel.InformEvent.
Een voorbeeld van een conversatie door ZIM aan GBx is: signalering eerste aanmelding. Hiervoor geldt hetzelfde principe als hierboven beschreven, echter is nu de ZIM de initiërende en het GBx de reagerende partij.
Indirect versturen (GBx via ZIM aan GBZ)
Voorbeelden van conversaties in dit uitwisselingspatroon zijn een waarneembericht of voorschriften. Dit bericht wordt van het initiërende GBZ (zender), verzonden naar een ander GBZ, waarbij de ZIM routeert. In schema ziet dit er als volgt uit:


Figuur 5 - Toegangsloggegevens bij indirect versturen
Een toelichting op de oranje cirkels in Figuur 5 volgt hier:
1. Agerend GBx initieert een bericht, de ZIM routeert deze en logt deze in toegangslog. In het model komt dit bericht dan in de focale klasse InformEvent, die de toegangsgebeurtenis bevat.
2. Reagerend GBZ antwoordt met een ontvangstbevestiging en de ZIM routeert en logt deze in de toegangslog. In het model komt dit antwoordbericht dan in de klasse InformEvent.sequel.InformEvent
3. Indien de ZIM het geïnitieerde bericht niet kan routeren, bijvoorbeeld vanwege een autorisatiefout, dan zal de ZIM zelf een antwoordbericht samenstellen en versturen naar het initiërende GBx. In het model komt dit antwoordbericht dan in de klasse InformEvent.sequel.InformEvent
Indirect opvragen (GBx via ZIM aan nul of meer GBZ-en)
Voorbeelden van conversaties in dit uitwisselingspatroon zijn opvragen professionele samenvatting en opvragen verstrekkingen. In schema ziet dit er als volgt uit:


Figuur 6 - Toegangsloggegevens bij indirect opvragen
Een toelichting op de oranje cirkels in Figuur 6 volgt hier:
1. Agerend GBx initieert een bericht, de ZIM zet deze door naar nul of meer GBZ-en en logt deze in toegangslog. In het model komt dit bericht dan in de focale klasse InformEvent, die de toegangsgebeurtenis bevat.
2. Reagerende GBZ-en (nul of meer) antwoorden met een bericht en de ZIM logt deze in de toegangslog, bundelt de antwoorden indien van toepassing en routeert de bundel. In het model komt elk van deze antwoordberichten dan in de klasse InformEvent.sequel.InformEvent. De bundel die om de antwoordberichten heen zat, komt niet terug in het model.
3. Indien de ZIM het geïnitieerde bericht niet kan routeren, bijvoorbeeld vanwege een autorisatiefout, dan zal de ZIM zelf een antwoordbericht samenstellen en versturen naar het initiërende GBx. In het model komt dit antwoordbericht dan in de klasse InformEvent.sequel.InformEvent.
Bijzondere gevallen
Als de ZIM bij eerste ontvangst van een bericht uit een initiërend GBx op een probleem stuit dat in de transportlaag ligt (buiten het bericht), is het mogelijk dat er in het geheel geen HL7-bericht wordt geretourneerd aan het initiërende GBx. In die gevallen wordt de fout in de betreffende transportlaag (bijv. HTTP of SOAP) geretourneerd. Dit soort fouten worden niet zichtbaar uit opgeleverde toegangsloggegevens. In het model komt het initiërende bericht, indien dat gelogd kon worden, dan in de focale klasse InformEvent en zijn er geen bijbehorende antwoorden in InformEvent.sequel.InformEvent
Als de ZIM bij succesvolle ontvangst constateert dat een opvraagbericht afkomstig is van een partij die onder het bezwaar van de betreffende patiënt valt, wordt alsnog het antwoord van het verwachte type gecreëerd op basis van de afspraak in de aangeroepen webservice door de ZIM. Het gecreëerde bericht wordt voorzien van een autorisatiefout. Indien van toepassing wordt het gecreëerde antwoordbericht in een bundel (batch wrapper) geplaatst (bijv. een bundel als antwoord op een opvraagbericht voor verstrekkingen). Het bericht of de bundel wordt geretourneerd aan het initiërende GBZ. In het model komt het initiërende bericht dan in de focale klasse InformEvent en komt het gecreëerde antwoordbericht in InformEvent.sequel.InformEvent. De bundel die om het gecreëerde antwoordbericht heen zat, komt niet terug in het model.
Message Types
|
HL7 V3 gestructureerde naam |
HL7 V3 naam |
|
Log Event |
In dit hoofdstuk worden de specifieke message types van de basisfunctie toegangslog beschreven. De berichtinhoud (de ‘payload’) wordt bepaald door het message type. Message types zijn afgeleiden van een R-MIM.
Het hoofdstuk is als volgt opgebouwd:
· Zoek toegangsloggegevens : §7.1 - COMT_MT999998NL.
· Toegangslog : §7.2 - COMT_MT999999NL.
D-MIM: QUQI_DM000000
R-MIM: COMT_RM999998NL
HL7 V3 gestructureerde naam: Log Event Query
Tabel 6 Overzicht interacties met message type COMT_MT999998NL
|
Interactie HL7 naam |
Interactie Nederlandse naam |
|
Opvragen toegangslog |
De beschrijving in deze paragraaf gaat over de zogenaamde query parameters van het model COMT_RM999998NL.
De klassen ControlActProcess, QueryByParameterPayload zijn beschreven in [HL7v3 IH Wrp], bij Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..
Tabel 7 Message Type COMT_MT999998NL
|
Element: queryByParameter |
|||||||
|
Pad: |
|||||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
||
|
queryId |
II |
1..1 |
M |
|
Merk op dat queryId in dit bericht verplicht is, hoewel dit element in de IH Berichtwrappers optioneel is. Zie voor verdere specificaties [HL7v3 IH Wrp], bij QUQI_MT020001. |
||
|
statusCode |
CS_CNE |
1..1 |
M |
|
Zie [HL7v3 IH Wrp], bij QUQI_MT020001. |
||
|
CONF statusCode moet de vaste waarde “executing” hebben. |
|||||||
|
modifyCode |
CS_CNE |
0..1 |
X |
|
|
||
|
responseElementGroupId |
SET_II |
0..1 |
X |
|
|
||
|
responseModalityCode |
CS_CNE |
1..1 |
M |
|
Zie [HL7v3 IH Wrp], bij QUQI_MT020001. |
||
|
CONF responseModalityCode moet de vaste waarde “R” hebben. |
|||||||
|
responsePriorityCode |
CS_CNE |
1..1 |
M |
|
Zie [HL7v3 IH Wrp], bij QUQI_MT020001. |
||
|
CONF responsePriorityCode moet de vaste waarde “I” hebben. |
|||||||
|
initialQuantity |
INT |
0..1 |
X |
|
|
||
|
initialQuantityCode |
CE_CWE |
0..1 |
X |
|
|
||
|
executionAndDeliveryTime |
TS |
0..1 |
R |
|
Zie [HL7v3 IH Wrp], bij QUQI_MT020001. |
||
|
actDataType |
|
0..1 |
O |
Gegevenssoort |
Bevat een bepaalde gegevenssoort. Zie §7.1.1 voor de elementbeschrijving. |
||
|
actId |
|
0..1 |
O |
Patiëntgegevens-id |
Bevat de identificatie van een specifieke act. Zie §7.1.2 voor de elementbeschrijving. |
||
|
effectiveTime |
|
0..1 |
O |
Begin_periode Eind_periode |
Bevat de periode waarbinnen de toegangsloggegevens moeten vallen. Zie §7.1.3 voor de elementbeschrijving. |
||
|
emergency |
|
0..1 |
O |
Noodsituatie |
Bevat een waarde die aangeeft of alleen noodsituatie gebeurtenissen worden opgevraagd. Zie §7.1.4 voor de elementbeschrijving. |
||
|
initiatorInteractionId |
|
0..1 |
O |
Gebeurtenis_type Gebruikersinteractie-type |
Bevat de interactie-id van het initiële bericht. Zie §7.1.5 voor de elementbeschrijving. |
||
|
initiatorOverseerId |
|
0..1 |
O |
Zorgverlener-id |
Bevat de identificatie van de verantwoordelijke persoon voor het initiële bericht. Zie §7.1.6 voor de elementbeschrijving. |
||
|
initiatorOverseerOrganisationId |
|
0..1 |
O |
Zorgaanbieder-id |
Bevat de identificatie van organisatie van de verantwoordelijke persoon voor het initiële bericht. Zie §7.1.7 voor de elementbeschrijving. |
||
|
initiatorOverseerRoleCode |
|
0..1 |
O |
Zorgverlener-functie |
Bevat de rolcode van de verantwoordelijke persoon voor het initiële bericht. Zie §7.1.8 voor de elementbeschrijving. |
||
|
initiatorSendingApplicationId |
|
0..1 |
O |
Applicatie-id |
Bevat het applicatie id van het zendende systeem van het initiële bericht. Zie §7.1.9 voor de elementbeschrijving. |
||
|
patientId |
|
1..1 |
M |
Patiënt-id |
Bevat de identificatie van de patiënt voor wie toegangsloggegevens worden opgevraagd. Zie §7.1.10 voor de elementbeschrijving. |
||
|
respondingAuthorId |
|
0..1 |
X |
Zorgverlener-id |
Bevat de identificatie van de inhoudsverantwoordelijke persoon of het inhoudsverantwoordelijke systeem voor het antwoordbericht. Voor zorgverlener/medewerkers is dit het unieke zorgverleneridentificatienummer (UZI). |
||
|
respondingAuthorOrganisationId |
|
0..1 |
X |
Zorgaanbieder-id |
Bevat de identificatie van organisatie van de inhoudsverantwoordelijke persoon voor het antwoordbericht. Voor zorgverlener/medewerkers is dit het UZI registerabonneenummer (URA). |
||
|
respondingAuthorRoleCode |
|
0..1 |
X |
Zorgverlener-functie |
Bevat de rolcode van de inhoudsverantwoordelijke persoon of het inhoudsverantwoordelijke systeem van het antwoordbericht. Voor zorgverlener/medewerkers is dit een waarde uit het RoleCodeNL vocabulairedomein, zie [HL7v3 DS Shared Messages]. Voor systemen is dit niet van toepassing. |
||
|
respondingSendingApplicationId |
|
0..1 |
O |
|
Bevat het applicatie id van het zendende systeem van het antwoordbericht. Zie §7.1.11 voor de elementbeschrijving. |
||
|
Element: actDataType |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
SET_CD_CWE |
1..* |
M |
|
Bevat
de code van een bepaalde gegevenssoort uit ActRegistryNL, bijvoorbeeld “722933”
(Medicatievoorschrift). |
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: actId |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
II |
1..* |
M |
Patiëntgegevens-id |
Bevat de identificatie van een specifieke act die is opgevraagd of indirect verzonden, bijvoorbeeld een professionele samenvatting of een waarneemcontactverslag. |
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: effectiveTime |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
IVL_TS |
1..1 |
M |
Begin_periode Eind_periode |
Actualiteit van de toegangsloggegevens. |
|
CONF Een periode door middel van een effectiveTime.value.low en effectiveTime.value.high. Dit levert vastleggingen van toegangsloggegevens op binnen deze periode. Een periode door middel van een effectiveTime.value.low (datum vanaf). Dit levert vastleggingen van toegangsloggegevens op vanaf deze datum. Een periode door middel van een effectiveTime.value.high (datum tot). Dit levert vastleggingen toegangsloggegevens op tot deze datum. Indien deze parameter niet wordt gebruikt, levert de Log Event Manager vastleggingen toegangsloggegevens binnen een geconfigureerde periode, zie [Ontw TLG].
CONF De logdatum/tijd van het initiërende bericht bepaalt of een toegangslogregel valt binnen de opgegeven periode. De logdatum is de datum waarop het bericht is gelogd in de toegangslog. |
|||||
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
. |
|
Element: initiatorInteractionId |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
SET_II |
1..* |
M |
Gebruikersinteractie-type |
Bevat de interactie identificatie(s) van een initieel bericht waarmee een opvraging, een verzoek of een indirecte verzending gedaan is. Bijvoorbeeld QUPC_IN990001NL voor “Opvragen professionele samenvatting”. |
|
CONF @root moet waarde ‘2.16.840.1.113883.1.6’ bevatten. |
|||||
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: initiatorOverseerId |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
SET_II |
1..* |
M |
Mandaterende inhoudverantwoordelijke |
Bevat de identificatie van de verantwoordelijke persoon voor het initiële bericht waarmee een opvraging, een verzoek of een indirecte verzending gedaan is. Deze identificatie kan iedere waarde hebben, die ook is toegestaan voor overseer id uit gelogde berichten. Zie voor een beschrijving van element overseer [HL7v3 IH Wrp]. |
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: initiatorOverseerOrganisationId |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
SET_II |
1..* |
M |
Zorgaanbieder-id |
Bevat de identificatie van organisatie van de verantwoordelijke persoon voor het initiële bericht waarmee een opvraging, een verzoek of een indirecte verzending gedaan is. Deze identificatie kan iedere waarde hebben, die is toegestaan voor overseer organization id uit gelogde berichten. Zie voor een beschrijving van element overseer [HL7v3 IH Wrp]. |
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: initiatorOverseerRoleCode |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
SET_CE_CWE |
1..* |
M |
Zorgverlener-functie |
Bevat de rolcode van de verantwoordelijke persoon voor het initiële bericht waarmee een opvraging, een verzoek of een indirecte verzending gedaan is. Deze rolcode kan iedere waarde hebben, die is toegestaan voor overseer code uit gelogde berichten. Zie voor een beschrijving van element overseer [HL7v3 IH Wrp]. |
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: initiatorSendingApplicationId |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
SET_II |
1..* |
M |
Applicatie-id |
Bevat het applicatie id van het zendende systeem van het initiële bericht waarmee een opvraging, een verzoek of een indirecte verzending gedaan is. |
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: patientId |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
II |
1..1 |
M |
Patiënt-id |
Identificatie van de patient. |
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
|
|
Element: respondingSendingApplicationId |
|||||
|
Pad: queryByParameter |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
value |
II |
1..* |
M |
Applicatie-id |
Bevat het applicatie id van het reagerende systeem dat het antwoordbericht stuurt. Als er meer systemen zijn geweest die een antwoord hebben gestuurd, zoals bij opvragen van verstrekkingen, dan komt in het antwoord elke conversatie (zie beschrijving van R-MIM COMT_RM999999NL) voor waarin het opgegeven systeem tenminste eenmaal voorkomt in de antwoorden. |
|
CONF Als er meer systemen zijn geweest die een antwoord hebben gestuurd, zoals bij opvragen van verstrekkingen, dan worden alle conversaties opgeleverd waarin het opgegeven systeem tenminste eenmaal voorkomt in de antwoorden. Het begrip “conversatie” is toegelicht in de beschrijving van R-MIM COMT_RM999999NL in §6.2. |
|||||
|
semanticsText |
ST |
0..1 |
X |
|
. |
D-MIM: Niet gespecificeerd
R-MIM: COMT_RM999999NL
HL7 V3 gestructureerde naam: Log Event
Tabel 8 Overzicht interacties met message type COMT_MT999999NL
|
Interactie HL7 naam |
Interactie Nederlandse naam |
|
Oplevering toegangslogresultaten |
Deze paragraaf beschrijft het relevante deel van het model COMT_RM999999NL. De klasse ControlActProcess is beschreven in [HL7v3 IH Wrp] in het hoofdstuk TECA Wrappers. Welke wrapper van toepassing is hangt af van het type van het gelogde bericht.
De implementatiehandleiding voor in het R-MIM voorkomende CMET’s staat in [HL7v3 IH BC].
Er zijn verscheidene R_AssignedPerson, R_AssignedEntity en R_AssignedDevice CMET’s in dit R-MIM, welke het toelaten om naast de identificatie ook andere gegevens zoals naam en een adres te specificeren. Overige persoonsgegevens moeten indien gewenst via het zorgadresboek (ZAB) opgevraagd worden, zie [HL7v3 IH ZAB] en [HL7v3 DS Shared Messages].
De focale klasse InformEvent dient als ingang voor de gelogde berichtgegevens van het initiërende systeem en komt mogelijk meerdere malen als payload voor. Toegangsloggegevens kunnen ontstaan:
·
Als gevolg van een bevraging met bijbehorende
antwoorden (bijvoorbeeld verzoek om professionele samenvatting).
De vraag komt dan in InformEvent,
de antwoorden komen dan in InformEvent.sequel.InformEvent.
·
Als gevolg van een verzoek met bijbehorend antwoord
(bijvoorbeeld een verwijzing).
Het verzoek komt dan in InformEvent,
het antwoord komt dan in InformEvent.sequel.InformEvent.
·
Als gevolg van een indirecte verzending
(bijvoorbeeld een waarneemverslag).
Het bericht komt dan in InformEvent.
Het antwoord, een ontvangstbevestiging komt in InformEvent.sequel.InformEvent.

Figuur 7 Focale klasse informEvent uit R-MIM COMT_MT999999NL
|
Element: informEvent |
||||||
|
Pad: [root payload] of informEvent/sequel/ |
||||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
|
@classCode |
CS |
0..1 |
F |
|
Het acttype "informatie" verwijst in deze context naar het versturen van informatie. |
|
|
CONF @classCode heeft vaste waarde “INFRM”. |
||||||
|
@moodCode |
CS |
0..1 |
F |
|
Een dienst die daadwerkelijk gebeurt, gaande is of documentatie van een reeds gebeurde dienst. |
|
|
CONF @moodCode heeft vaste waarde “EVN”. |
||||||
|
id |
II |
1..1 |
M |
Bericht-id AntwoordBericht-id |
De identificatie van het bericht. |
|
|
code |
CV_CWE |
1..1 |
M |
|
De HL7v3-interactienaam van het bericht. |
|
|
CONF @root moet “2.16.840.1.113883.1.6” zijn. |
||||||
|
effectiveTime |
TS |
1..1 |
M |
Tijdstip |
De datum/tijd van aanmaken van het bericht. Dit komt overeen met de Message.creationTime uit het oorspronkelijke bericht. |
|
|
availabilityTime |
TS |
0..1 |
C |
Tijdstip |
De datum/tijd waarop het bericht is gelogd. |
|
|
CONF Het element availabilityTime moet voorkomen indien de datum/tijd van loggen van het bericht bekend is |
||||||
|
performer |
|
1..1 |
M |
|
Deze
participatie vertegenwoordigt het zendende systeem uit de Transmission Wrapper van het bericht. |
|
|
receiver |
|
1..* |
M |
|
Deze
participatie vertegenwoordigt het ontvangende systeem uit de Transmission Wrapper van het bericht. |
|
|
sequel |
|
0..* |
C |
|
Deze
actrelatie legt de relatie van en naar de klasse InformEvent.
Zo wordt een relatie gelegd tussen het initiële bericht en elk van de
bijbehorende antwoordberichten. Initiële en antwoordberichten hebben daarmee
exact dezelfde modellering. |
|
|
CONF De actrelatie sequel mag tot slechts één niveau diep worden gebruikt. CONF Als er antwoordberichten zijn gelogd bij het initiële bericht dan moet ieder antwoordbericht in eigen aparte actrelatie sequel voorkomen. |
||||||
|
subject |
|
0..1 |
C |
|
Deze
actrelatie koppelt InformEvent aan zijn bijbehorende ControlActProcess klasse. De relatie is
conditioneel omdat zogenaamde ontvangstbevestigingen geen ControlActProcess
hebben. |
|
|
CONF Voor alle berichttypen met een ControlActProcess is deze relatie verplicht. |
||||||
|
subjectOf |
|
0..1 |
C |
|
Deze
actrelatie koppelt het resultaat aan antwoordberichten. |
|
|
CONF Voor het initiële bericht is deze actrelatie
afwezig. CONF Voor antwoordberichten is deze actrelatie verplicht. |
||||||
De participatie performer vertegenwoordigt het zendende systeem.
|
Element: performer |
|||||
|
Pad: informEvent of informEvent/sequel/informEvent |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
@typeCode |
CS |
0..1 |
F |
|
|
|
CONF @typeCode heeft vaste waarde “PRF”. |
|||||
|
assignedDevice |
|
1..1 |
M |
Applicatie-id |
CMET R_AssignedDevice (universal). Bevat het applicatie-id van het zendende systeem dat wordt bedoeld in deze participatie. Voor de beschrijving van deze CMET, zie [HL7v3 IH BC]. |
De participatie receiver vertegenwoordigt het ontvangende systeem.
|
Element: receiver |
|||||
|
Pad: informEvent of informEvent/sequel/informEvent |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
@typeCode |
CS |
0..1 |
F |
|
|
|
CONF @typeCode heeft vaste waarde “RCV”. |
|||||
|
assignedDevice |
|
1..1 |
M |
Applicatie-id |
CMET R_AssignedDevice (universal). Bevat het applicatie id van het ontvangende systeem dat wordt bedoeld in deze participatie. Voor de beschrijving van deze CMET, zie [HL7v3 IH BC]. |
De actrelatie sequel legt de relatie van en naar de klasse InformEvent tussen het initiële bericht en elk van de bijbehorende antwoordberichten.
|
Element: sequel |
|||||
|
Pad: informEvent |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
@typeCode |
CS |
0..1 |
F |
|
|
|
CONF @typeCode heeft vaste waarde “SEQL”. |
|||||
|
informEvent |
|
1..1 |
M |
|
Antwoordbericht behorende bij het initiërende bericht in pad informEvent. Zie §7.2 voor de elementbeschrijving met dien verstande dat dit element zelf geen actrelatie sequel meer mag bevatten. |
De actrelatie subject koppelt InformEvent aan zijn bijbehorende ControlActProcess klasse.

Figuur 8 actrelatie subject uit R-MIM COMT_MT999999NL
|
Element: subject |
|||||
|
Pad: informEvent of informEvent/sequel/informEvent |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
@typeCode |
CS |
0..1 |
F |
|
|
|
CONF @typeCode heeft vaste waarde “SUBJ”. |
|||||
|
controlActProcess |
|
1..1 |
M |
|
Bevat alle informatie zoals gelogd uit de gelijknamige klasse van het betreffende bericht. Zie voor een volledige beschrijving van element controlActProcess [HL7v3 IH Wrp]. |
Het element controlActProcess bevat de informatie zoals gelogd uit het bericht. Deze wordt hier niet beschreven, echter dit element bevat de volgende logische berichtattributen uit het ontwerp Toegangslog [Ontw TLG]:
· Patiënt-id (plaats in bericht is afhankelijk van het type interactie dat gelogd is).
· Patiëntgegevens-id (plaats in bericht is afhankelijk van het type interactie dat gelogd is).
· Gemandateerde verzendverantwoordelijke (authorOrPerformer):
· URA (organisatie/zorgaanbieder-id).
· Rol-id.
· Rolcode (functie).
· Mandaterende inhoudverantwoordelijke (overseer):
· URA (organisatie/zorgaanbieder-id).
· UZI-nummer (zorgverlener-id).
· Rolcode (zorgverlenerfunctie).
· Autorisatieprofiel-id (combinatie van subject/registrationProcess/id en subject/registrationProcess/subject2/consentDirective/id).
· Bezwaargegevens (subject/registrationProcess/subject2/consentDirective).
· Gebeurtenis-type.
|
|
Merk op dat het element controlActProcess/subject de gelogde informatie van de payload van het bericht bevat en dat dit subject element, conform specificatie in [HL7v3 IH Wrp], 0 of meer keer kan voorkomen. |
De actrelatie subjectOf koppelt het resultaat aan antwoordberichten.

Figuur 9 actrelatie subjectOf uit R-MIM COMT_MT999999NL
|
Element: subjectOf |
||||||
|
Pad: informEvent/sequel/informEvent |
||||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
|
@typeCode |
CS |
0..1 |
F |
|
|
|
|
CONF @typeCode heeft vaste waarde “SUBJ”. |
||||||
|
acknowledgement |
|
1..1 |
M |
|
Bevat het resultaat bij antwoordberichten. Zie [HL7v3 IH Wrp] voor een toelichting hoe het resultaat bij antwoordberichten wordt weergegeven. Zie verder §7.2.6. |
|
De klasse acknowledgement bevat het resultaat bij antwoordberichten.
|
Element: acknowledgement |
|||||||||
|
Pad: informEvent/sequel/informEvent/subjectOf/ |
|||||||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
||||
|
@classCode |
CS |
0..1 |
F |
|
|
||||
|
CONF @classCode heeft vaste waarde “OBS”. |
|||||||||
|
@moodCode |
CS |
0..1 |
F |
|
Een dienst die daadwerkelijk gebeurt, gaande is of documentatie van een reeds gebeurde dienst. |
||||
|
CONF @moodCode heeft vaste waarde “EVN”. |
|||||||||
|
code |
CD_CWE |
1..1 |
M |
|
Resultaatcode van het antwoordbericht.
|
||||
|
CONF code moet geldige waarde hebben uit de HL7v3-vocabulaire AcknowledgementType.
CONF @codeSystem moet OID “2.16.840.1.113883.5.18” bevatten.
|
|||||||||
|
componentOf |
|
0..* |
O |
|
Deze actrelatie koppelt de details van het hoofdresultaat aan het hoofdresultaat in antwoordberichten. Zie §7.2.6.1 voor de elementbeschrijving. |
||||
De actrelatie componentOf koppelt de details van het hoofdresultaat aan het hoofdresultaat in antwoordberichten.
|
Element: componentOf |
|||||
|
Pad: informEvent/sequel/informEvent/subjectOf/acknowledgement |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
@typeCode |
CS |
0..1 |
F |
|
|
|
CONF @typeCode heeft vaste waarde “COMP”. |
|||||
|
detectedIssue |
|
1..1 |
M |
Foutmelding Indicatie-Foutsituatie |
Bevat de details van het resultaat. Zie §7.2.6.2 voor de elementbeschrijving. |
De klasse detectedIssueEvent bevat de details van het resultaat. Dit wordt ingevuld door CMET A_DetectedIssue (universal), die beschreven is in [HL7v3 IH Wrp]. Zie echter ook hieronder voor de conformance regels die bij dit element in dit bericht van toepassing zijn.
|
Element: detectedIssue |
|||||
|
Pad: informEvent/sequel/informEvent/subjectOf/acknowledgement/componentOf |
|||||
|
CONF Van deze CMET mogen slechts onderstaande elementen worden gebruikt: · code; · text. |
|||||
|
Subelement |
DT |
Kard |
C |
LBA |
Omschrijving |
|
code |
CD |
1..1 |
M |
|
Code voor het gedetecteerde probleem. |
|
CONF Waarde uit codesysteem AcknowledgementDetailCode onder OID “2.16.840.1.113883.5.1100”, of:
CONF Indien het een foutcode is uit een leverancierstabel dan kan het ook een code zijn onder een andere OID.
CONF Zie [HL7v3 IH Wrp] voor details onder AcknowledgementDetail.code.
|
|||||
|
text |
|
0..1 |
O |
|
Bevat tekstuele detailbeschrijving van het resultaat. |
|
CONF Zie [HL7v3 IH Wrp] voor details onder AcknowledgementDetail.text. |
|||||
|
Referentie |
Document |
Versie |
|
HL7v3 Domeinspecificatie Shared Messages |
6.11.0.0 |
|
|
6.11.0.0 |
||
|
Implementatiehandleiding HL7v3 Basiscomponenten |
2.2 |
|
|
6.11.0.0 |
||
|
6.11.0.0 |
||
|
6.11.0.0 |
||
|
Programma van eisen zorginformatiemakelaar (ZIM) |
6.11.0.0 |
Het overzicht van de specifieke interacties die betrekking hebben op de gegevensuitwisseling zoals beschreven in het ontwerp Toegangslog [Ontw TLG].
Tabel 9 Overzicht interacties
|
# |
Logische berichtnaam |
HL7v3 naam
|
Gestructureerde naam |
Zendende Applicatierol |
|
1. |
Opvragen toegangslog |
Get Log Event Query |
||
|
2. |
Oplevering toegangslogresultaten |
Get Log Event Query Response |
|
Code |
Weergavenaam |
Nederlandse omschrijving |
|
O |
Ouder |
Ouderlijk
gezag - voor patiënten tot 18 jaar. Ouderlijk gezag wordt altijd uitgeoefend
door personen. |
|
V |
Voogd |
(provisionele)
Voogdij - voor patiënten tot 18 jaar. De voogdij kan of bij een persoon
liggen (bij. een pleegouder), of bij een organisatie (een stichting). |
|
C |
Curator |
(provisionele)
Curatele - voor volwassenen. Vindt plaats op basis van een
rechtbankbeschikking. Een ondercuratelestelling wordt bekendgemaakt in de
Staatscourant. Ook wordt de ondercuratelestelling geregistreerd in het
centrale register van ondercuratelestellingen bij de rechtbank in Den Haag.
De curator is altijd een persoon. |
|
M |
Mentor |
Mentor
(provisioneel) Mentorschap (BW 1:450(boek 1),
en tevens BW 1:453 (boek 1))
- voor volwassenen. Vindt plaats op basis van een rechtbankbeschikking. Het
mentorschap beperkt zich tot belangen 'van niet-vermogensrechtelijke aard'
(dat wil zeggen: bijvoorbeeld wel zorgaspecten, meer geen financiële zaken).
De mentor is altijd een persoon. Zie tevens deze nadere uitleg over Curatele,
Bewind en Mentorschap via http://www.justitie.nl/onderwerpen/familie_en_gezin/curatele_bewind_mentorschap/ |
|
KLANTENLOKET |
Medewerker Klantenloket |
Medewerkers
van het Klantenloket,
zoals gedefinieerd in de Wet op het EPD, zijn geautoriseerd voor het
verrichten van bepaalde acties uit naam van de patiënt, indien deze daartoe
een verzoek indient. |
|
P |
Patiënt |
Patiënt,
in de zin van (potientele) zorgconsument die onder de Nederlandse Wet op het
EPD valt. |
Tabel 10 Overzicht specifieke OID’s
|
OID |
Beheerder |
Omschrijving |
|
UZI Nummer personen |
||
|
UZI Nummer systemen |
||
|
UZI Nummer instellingen (URA - Uniek Register Abonneenummer) |
||
|
Interactie Id |
||
|
OID root voor Nictiz’ concepten. Extensie 7 is de Klantenloket organisatie |
||
|
RoleCodeWettelijkeVertegenwoordigerNL |
||
|
Nictiz-klantenloketmedewerkers identifier |
||
|
RoleCodeNLVertegenwoordigingstypenWetEPD |
||
|
Ministerie VWS |
Burgerservicenummer |
|
|
Nictiz |
OID root voor AORTA-applicatie-id’s |
|
|
AcknowledgementType |
||
|
AcknowledgementDetailCode |
Deze bijlage bevat de voor deze basisfunctie benodigde web service definities (wsdl’s). Tabel 11 geeft enkele kerngegevens van de wsdl weer. Met behulp van deze tabel worden de wsdl’s gegenereerd.
Tabel 12 en Tabel 13 geven een overzicht van zendende respectievelijk ontvangende applicatierollen en de bijbehorende wsdl(’s). Deze tabellen zijn behulpzaam voor de systeemontwikkelaars van XIS’en en de ZIM die bepaalde applicatierollen willen implementeren.
Tabel 11. Overzicht specifieke wsdl’s
|
WSDL / Service |
Versie |
Operation |
Agerend |
Reagerend |
Input |
Output |
|
OpvragenLoggegevens |
|
QueryResponse |
GBK, GBP |
ZIM |
Tabel 12. Overzicht specifieke wsdl’s per aanroepende applicatierol
|
Applicatierol die webservice aanroept |
Systeem |
WSDL |
|
|
Toegangslog raadplegend systeem |
GBK, GBP |
OpvragenLoggegevens.wsdl |
|
Tabel 13. Overzicht specifieke wsdl’s per aanbiedende applicatierol
|
Applicatierol die webservice aanbiedt |
Systeem |
WSDL |
|
|
Toegangslog beherend systeem |
ZIM |
OpvragenLoggegevens.wsdl |
|
Voorbeeldberichten zijn opgenomen in de XML materialen van de AORTA publicatie (xml-TLG).
· COMT_EX999998NL_01.xml: bevat opvraging toegangslog met voorbeeld van zoveel mogelijk query parameters.
· COMT_EX999998NL_02_inzage_klantloket.xml: bevat opvraging toegangslog door klantenloket.
· COMT_EX999999NL_01.xml: bevat oplevering toegangslog met één conversatie: opvraagbericht met twee antwoordberichten. Bevat attentionline.
· COMT_EX999999NL_02.xml: bevat oplevering toegangslog met één conversatie: opvraagbericht met twee antwoordberichten. Bevat geen attentionline.
· COMT_EX999999NL_02_inzage_klantloket.xml: bevat oplevering toegangslog met succesvolle aanmelding VWI, mislukte aanmelding VWI, opvraging VWI, waarneembericht, twee varianten van opvraging professionele samenvatting.
· COMT_EX999999NL_03_inzage_klantloket.xml: bevat oplevering toegangslog met succesvolle aanmelding VWI.
· COMT_EX999999NL_04.xml: bevat oplevering toegangslog met opvraging professionele samenvatting.