Definitie medicatiedomein

AORTA 2012

Nictiz Logo_NL_Pay-off links_RGB.jpg

Datum:

4 juni 2013

Versie:

6.12.0.0

Referentie:

[Def medicatiedomein]


 

 

Nictiz is het landelijke expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert.
Met en voor de zorgsector voorziet Nictiz in mogelijkheden en randvoorwaarden voor elektronische informatie-uitwisseling voor en rondom de patiënt. Wij doen dit ter bevordering van de kwaliteit en doelmatigheid in de gezondheidszorg.

Nictiz
Postbus 19121
2500 CC Den Haag
Oude Middenweg 55
2491 AC Den Haag

T 070 - 317 34 50
info@nictiz.nl
www.nictiz.nl

 


Inhoudsopgave

 

1           Inleiding.............................................................................................. 5

1.1    Doel en scope.......................................................................................... 5

1.2    Doelgroep voor dit document...................................................................... 5

1.3    Documenthistorie...................................................................................... 5

2           Definitie van actoren en bedrijfsactiviteiten................................... 6

2.1    Actoren................................................................................................... 6

2.2    Bedrijfsactiviteiten.................................................................................... 8

3           Domeinconcepten............................................................................ 10

4           Informatiemodel.............................................................................. 16

4.1    Overzicht van het informatiemodel............................................................. 16

4.2    Definitie van de informatieobjecten............................................................. 17

4.2.1                 Patiënt................................................................................. 17

4.2.2                 Voorschrijver......................................................................... 17

4.2.3                 Verstrekker........................................................................... 17

4.2.4                 Medicatieafspraak.................................................................. 18

4.2.5                 Toedieningsverzoek................................................................ 20

4.2.6                 Terhandstelling....................................................................... 20

4.2.7                 Verstrekkingverzoek............................................................... 21

4.2.8                 Geneesmiddel........................................................................ 21

4.2.9                 Voorschrift............................................................................ 22

4.2.10              Verstrekking.......................................................................... 22

4.2.11              Elektronisch ondertekende gegevens.......................................... 23

4.2.12              Diagnose.............................................................................. 25

4.2.13              Conditie................................................................................ 25

4.2.14              Reden van Voorschrijven......................................................... 25

4.2.15              Medicatiebewakingssignaal....................................................... 26

4.3    Gegevenssoorten.................................................................................... 26

4.3.1                 Medicatievoorschrift................................................................ 26

4.3.2                 Medicatieverstrekking.............................................................. 27

Bijlage A         Referenties............................................................................ 28


 

1     Inleiding

1.1    Doel en scope

Het document beschrijft welke concepten een belangrijke rol spelen in het medicatiedomein, en wat hun onderlinge relatie is. Tevens beschrijft het document welke actoren, bedrijfsactiviteiten en informatieobjecten deel uitmaken van het medicatiedomein, en beschikbaar zijn om te worden (her)gebruikt in toepassingen.

Dit document wordt incrementeel ontwikkeld en vormt de basis voor onder andere het “ontwerp medicatiegegevens” en het “ontwerp medicatiebewaking”.

 

Het medicatiedomein heeft betrekking op de farmaceutische behandeling en begeleiding van een patiënt. Dit omvat mede het voorschrijven, verstrekken, toedienen en het bewaken van medicatie in de ambulante en de klinische setting.

1.2    Doelgroep voor dit document

De doelgroep voor dit document bestaat uit:

1.3    Documenthistorie

Versie

Datum

Omschrijving

6.10.0.0

12-okt-2011

Geherstructureerde versie, vervolg op versie 6.0.5.0.

6.12.0.0

4-jun-2013

Publicatie zorgtoepassing en als onderdeel van AORTA 2012

 

2     Definitie van actoren en bedrijfsactiviteiten

Dit hoofdstuk bevat de definitie van de actoren en bedrijfsactiviteiten die zijn ondergebracht in het medicatiedomein. Deze definities worden gebruikt om toepassingen binnen het medicatiedomein te ontwerpen.

2.1    Actoren

Binnen het medicatiedomein spelen - naast de patiënt - een verscheidenheid aan zorgverleners en zorgaanbieders een rol. Onderstaande tabel geeft een opsomming van veel voorkomende zorgverleners en medewerkers die een rol spelen in het medicatiedomein.

Tabel GBX.dMED.t2010: Overzicht van de actoren van het Medicatiedomein

Actor

Definitie

Arts

(Artikel 3 beroep BIG register: Arts)

Een arts is een persoon die gerechtigd is de geneeskunde uit te oefenen.

Huisarts

Zie tabel GBX.HA.t2010 in [Def huisartsendomein]

Apotheekhoudend huisarts

Een apotheekhoudende huisarts is een huisarts die ook medicatie kan verstrekken.

Medisch Specialist

(Artikel 3 beroep BIG register: Arts)

Een medisch specialist is een arts die poliklinische en klinische medisch specialistische zorg levert aan een patiënt. De patiënt wordt hiervoor in de regel verwezen door zijn huisarts.

Apotheker

(Artikel 3 beroep BIG register: Apotheker)

De apotheker is een zorgverlener die farmaceutische patiëntenzorg levert.

Openbare apotheker

De openbare apotheker is een apotheker die in de ambulante setting opereert.

De waarnemend apotheker die als openbare apotheker werkzaam is in een

dienstapotheek is ook een openbare apotheker.

De voornaamste diensten van een openbare apotheker zijn het verstrekken van geneesmiddelen aan de patiënt of zijn vertegenwoordiger.

Poliklinisch apotheker

Een poliklinisch apotheker is een openbare apotheker die in het ziekenhuis is gevestigd.

Ziekenhuisapotheker

(Artikel 3 beroep BIG: Apotheker, specialisatie: ziekenhuisfarmacie)

Ziekenhuisapotheker is een specialisatie van apotheker. De ziekenhuisapotheker levert klinische farmaceutische zorg.

Hij is werkzaam in de ziekenhuisapotheek die diensten levert aan onder andere het ziekenhuis, het psychiatrisch ziekenhuis of het verpleeghuis.

Apothekersassistent

(Artikel 34 beroep BIG: Apothekersassistent)

Apothekersassistenten werken in een apotheek of ziekenhuisapotheek. De apothekersassistent werkt onder verantwoordelijkheid van een apotheker.

De apothekersassistent doet onder andere medicatiebereidingen en verstrekkingen en geeft advies en instructies aan de patiënt.

Verpleegkundige

Zie tabel GBX.HA.t2010 in [Def huisartsendomein]

Doktersassistent

Zie tabel GBX.HA.t2010 in [Def huisartsendomein]

Medicatiebegeleider

Medicatiebegeleider is een rol die een zorgverlener kan vervullen (bijvoorbeeld een apotheker). De medicatiebegeleider heeft met de patiënt afgesproken om de medicatieveiligheid in zijn volle omvang te bewaken.

Medicatiebegeleiding is het complex van activiteiten van arts en apotheker met als doel een zo groot mogelijk effect van de farmacotherapie te bereiken met een zo gering mogelijk risico voor de patiënt.

De medicatiebegeleider heeft in de regel de informatiebehoefte om proactief op de hoogte gesteld te worden van alle feiten die invloed kunnen hebben op veilig medicatiegebruik.

 


2.2    Bedrijfsactiviteiten

De bedrijfsactiviteiten die tot dit domein behoren zijn:

 

Tabel GBX.dMED.t2020: Overzicht van de bedrijfsactiviteiten van het Medicatiedomein

Bedrijfsactiviteit

Definitie

medicatieveiligheid bewaken

Bij het bewaken van de medicatieveiligheid evalueert de zorgverlener (bijvoorbeeld een arts of apotheker) het afgesproken medicatiegebruik en het daadwerkelijke medicatiegebruik.

Het is zinvol de medicatieveiligheid te bewaken bij een (beoogde) wijziging in het medicatieoverzicht [richtlijn medicatieoverdracht]. Voorbeelden van wijziging zijn wanneer er een medicatieafspraak wordt gemaakt (voor wordt geschreven), een conditie wordt vastgesteld of labresultaten bekend zijn.

Enkele conclusies die voortkomen uit deze processtap kunnen zijn dat er sprake is van:

a) Interacties tussen geneesmiddelen

b) Dubbelmedicaties van geneesmiddelen

c) Contra-indicaties voor het medicatiegebruik

d) Over- of onderdosering

medicatieafspraak maken

Er wordt met de patiënt afgesproken om medicatiegebruik te starten, continueren, staken, onderbreken, hervatten of wijzigen.

verstrekking verzoeken

Er wordt een verstrekking verzocht aan de apotheker. De arts doet dat door middel van een geldig voorschrift (zie “medicatie voorschrijven”)

medicatie voorschrijven

Deze activiteit omvat “medicatieafspraak maken” en “verstrekking verzoeken”

Medicatie voorschrijven is een voorbehouden handeling.

 

N.B. De Geneesmiddelenwet van 2007 vereist dat een apotheker alleen UR (uitsluitend op recept) geneesmiddelen mag verstrekken op basis van een recept dat door een bevoegd arts met een handtekening is ondertekend.

De nieuwe wet accepteert een elektronische handtekening als een geldige handtekening. Sommige geneesmiddelen, de zogenaamde “Over the counter” (OTC) middelen zijn vrij verkrijgbaar. Voor een beperkte groep geneesmiddelen geldt een strenger regime onder de Opiumwet.

De arts kan administratieve delen van deze processtap uitbesteden aan onder andere de doktersassistent.

medicatie verstrekken

In de ambulante setting is de verstrekking het overgaan van het geneesmiddel in handen van de patiënt of diens vertegenwoordiger, zoals een familielid.

In de klinische setting is de logistiek complexer en kan de verstrekking op verschillende wijzen plaatsvinden.

Er kan bijvoorbeeld een afdelingsvoorraad zijn die wordt aangevuld door de centrale apotheek, of er wordt een dagelijkse of wekelijkse verstrekking aan de afdeling gedaan.

medicatie toedienen of

gebruiken

In de ambulante setting gebruikt de patiënt medicatie naar aanleiding van medicatieafspraken of op eigen initiatief.

Het kan ook voorkomen dat medicatie toegediend wordt door een zorgverlener, bijvoorbeeld de arts of de verpleegkundige thuis.

Daarnaast kan het voorkomen dat de toediening meteen tijdens een consult door een arts wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld het geven van een injectie) of dat de toediening onder toezicht plaatsvindt (bijvoorbeeld methadon in de verslavingszorg).

In de klinische setting deelt de verpleegkundige de tabletten uit, brengt infusen aan of geeft injecties. De verpleegkundigen hebben vaak toezicht op de toediening.

 

Additionele informatie

Mandatering

Het proces kan zo ingericht zijn dat de voorschrijver sommige van de hierboven genoemde activiteiten laat ondersteunen, bijvoorbeeld door een doktersassistent. Hierbij geldt dat het zetten van de elektronische handtekening niet gemandateerd mag plaatsvinden.

3     Domeinconcepten

Dit hoofdstuk beschrijft de concepten (actoren, informatieobjecten, fysieke objecten) die een belangrijke rol spelen in het medicatiedomein. De definitie van deze concepten en de onderlinge relaties tussen deze concepten vormen de basis voor de inrichting van het informatiemodel voor dit domein. Zie voor de relatie tussen rollen en actoren ook diagram GBX.MP.d2020 in [Ontw Mp].

 

Diagram GBX.dMED.d2010: Domeinconceptendiagram farmaceutische zorg

 

Diagram GBX.dMED.d2020: Domeinconceptendiagram bedrijfsartefacten medicatie

 

Diagram GBX.dMED.d2030: Domeinconceptendiagram medicatiebewaking

Tabel GBX.dMED.t2030: Domeinconcepten en hun definitie

Domeinconcept

Definitie

patiënt

De patiënt is een natuurlijk persoon, de zorgvrager.

voorschrijver

De voorschrijver schrijft medicatie voor en levert farmaceutische zorg in de context van medische zorg. De bedrijfsrol voorschrijver is ingevuld door actoren die mogen voorschrijven volgens de wet BIG.

verstrekker

De verstrekker levert farmaceutische zorg en verstrekt medicatie. De bedrijfsrol verstrekker wordt ingevuld door de apotheker, de apotheekhoudend huisarts of de ziekenhuisapotheker.

medicatieafspraak

Een medicatieafspraak is een afspraak tussen een zorgverlener en een patiënt met betrekking tot het gebruik van medicatie.

De afspraak kan het gaan starten, het continueren, stoppen, aanpassen, onderbreken of hervatten van medicatiegebruik betreffen. In de medicatieafspraak wordt bepaald hoe lang, in welke dosering, op welke manier en eventueel met welk schema gebruikt zal worden.

gebruik

Het gebruik van medicatie is het gedurende een periode door een patiënt zelf toedienen van een geneesmiddel.

Dit kan hij doen op eigen initiatief (zelfmedicatie, denk bijvoorbeeld aan OTC medicatie), of in navolging van een medicatieafspraak (bijvoorbeeld voorgeschreven medicatie door een arts). In de praktijk wijkt het gebruik van geneesmiddelen af van de medicatieafspraak.

terhandstelling

De terhandstelling van medicatie is het overhandigen van medicatie. In de ambulante setting wordt dit vrijwel altijd gedaan aan de patiënt of zijn vertegenwoordiger. Dit is vooral relevant in de ambulante setting door een openbare of poliklinische apotheker.

Volgens de wet is in het geval van UR medicatie (Uitsluitend op recept afleveren), een recept door een bevoegd voorschrijver verplicht,
alvorens tot een terhandstelling mag worden overgegaan.

Er is een belangrijk verschil tussen de ambulante en de klinische situatie voor wat betreft de invulling van het ter hand stellen van medicatie. In de ambulante situatie stelt de voorschrijver vast of en hoeveel medicatie verstrekt mag worden.
In de klinische situatie wordt de inrichting van deze logistiek meestal overgelaten aan de verstrekker.

Rondom de terhandstelling wordt naast het geneesmiddel ook de medicatieafspraak bevestigd.

verstrekkingsverzoek

Een verstrekkingsverzoek is het verzoek aan de verstrekker om medicatie te ter hand te stellen.

Dit verzoek kan worden gedaan door een voorschrijver of door de patiënt. Een voorbeeld van een verstrekkingsverzoek is een recept geschreven door de voorschrijver.

recept

Niet opgenomen in het diagram. Een recept is een realisatie van een verstrekkingsverzoek.

Een recept is een (rechtsgeldig) bericht met het verzoek aan een apotheker om medicatie aan een patiënt ter hand te stellen. Het bericht kan zowel in elektronische als in papieren vorm voorkomen.
Zie ook het kennisartikel over het elektronische recept:
[het elektronisch recept].

Het recept wordt gebruikt in de ambulante setting.

N.B. In de AORTA omgeving bevat het recept dezelfde gegevens als een voorschrift met een verstrekkingsverzoek en een elektronische handtekening.

geneesmiddel

Een geneesmiddel is een medicament dat gebruikt wordt om de patiënt te behandelen.

stof

Een stof is een onderdeel van een geneesmiddel. Stoffen kunnen worden onderscheiden in werkzame stoffen en niet-werkzame stoffen (bijvoorbeeld conserveringsmiddelen).

toediening

Een toediening is het toedienen van een geneesmiddel. Voorbeelden zijn het (laten) innemen van een capsule, het injecteren van een stof of het toedienen van oogdruppels. De medicatietoediening wordt gedaan door de rol van toediener, vaak vervuld door een verpleegkundige. Ook kan een apparaat de medicatie toedienen.

voorschrift

Het voorschrift is de gestructureerde vastlegging van een medicatieafspraak [HIS REF MODEL].

N.B. In de AORTA omgeving omvat het voorschrift bovendien het verstrekkingsverzoek (indien van toepassing).

Medicatie opdracht

De medicatieopdracht wordt gebruikt in de klinische setting.

Een voorlopige medicatie opdracht is zowel het verzoek van de arts aan de toediener om medicatie toe te dienen aan de patiënt als een verstrekkingsverzoek aan de verstrekker om ervoor te zorgen dat de medicatie beschikbaar is voor de toediener.
De verstrekker voert in de regel bovendien een validatie van het toedieningsverzoek (de definitieve mediatieopdracht).

N.B. In de AORTA omgeving bevat de voorlopige medicatieopdracht dezelfde gegevens als een voorschrift.

verstrekking

Een verstrekking is een bedrijfsartefact waarin onder andere de medicatieafspraak en de terhandstelling zijn vastgelegd.

In de klinische setting is de verstrekking gelijk aan de definitieve medicatie opdracht (DMO) waarin overigens geen terhandstelling hoeft te zijn vastgelegd. De DMO is dan een bevestiging of een nauwkeurigere invulling van de medicatieafspraak die vastgelegd is in de voorlopige medicatieafspraak (VMO).

medicatieoverzicht

Het medicatieoverzicht is de registratie per patiënt van alle geneesmiddelen (al dan niet op recept) en relevante gegevens over het gebruik daarvan in een periode van tenminste drie maanden voorafgaand aan het moment van aanmaak en gebruik van dat medicatieoverzicht of zolang als nodig is voor verantwoorde zorg.
Zie
[richtlijn medicatieoverdracht]
voor een opsomming van de gegevens.

contra-indicatie

Er is sprake van een contra-indicatie als een patiënt een conditie heeft, dat een reden is om een geneesmiddel niet te (gaan) gebruiken, omdat er bij de patiënt complicaties kunnen optreden.

Artsen maken onderscheid tussen absolute en relatieve contra-indicaties, afhankelijk van de ernst van de mogelijke complicaties.

De verzameling van alle mogelijke condities van een patient, waar rekening gehouden moet worden bij alle typen geneesmiddelen, noemen wij potentiële conta-indicaties. Bij het toespitsen op 1 geneesmiddel vallen sommige condities af, doordat het geneesmiddel daarop geen invloed op heeft. Bij het gebruik blijkt pas vaak of het geneesmiddel daadwerkelijk invloed heeft op de condities van de patiënt.

bijwerking

Een bijwerking is een effect van een geneesmiddel buiten de bedoelde therapeutische werking.

Er zijn bekende en onvoorziene bijwerkingen.

Onvoorziene bijwerkingen zijn kenmerkend voor een zogenaamd ‘Adverse Drug Event’, waarbij in een specifiek geval iets mis gaat na toediening van de medicatie.

Een ‘Adverse Drug Event’ kan ook een bekende bijwerking betreffen, die met onverwachte intensiteit optreedt. Een bijwerking kan het gevolg zijn van een intolerantie of allergie, maar ook van bijvoorbeeld interacties met andere medicatie.

(medicatie-)­interactie

Een interactie is een reactie die veroorzaakt wordt door het gezamenlijke gebruik van twee (of meer) geneesmiddelen.

conditie

Zie conditiedomein [Def conditiedomein]

overgevoeligheid

Zie conditiedomein [Def conditiedomein]

allergie

Zie conditiedomein [Def conditiedomein]

 

Niet nader beschreven termen die betrekking hebben op medicatiebewaking zijn Dubbelmedicatie of pseudodubbelmedicatie en onder- of overdosering.

4     Informatiemodel

Dit hoofdstuk beschrijft op een protocolonafhankelijke manier, de informatieobjecten die behoren tot dit domein. Ontwerpen gebruiken de informatieobjecten of attributen uit de informatieobjecten om berichten te specificeren. Toepassingen gebruiken de HL7-specifieke realisatie van deze “logische” informatieobjecten (of delen ervan) voor elektronische uitwisseling van informatie tussen zorgpartijen.

4.1    Overzicht van het informatiemodel

Diagram GBX.dMED.d2040: Informatiemodel medicatie

4.2    Definitie van de informatieobjecten

In deze paragraaf worden de informatieobjecten nader gedefinieerd. Voor ieder informatieobject wordt beschreven uit welke attributen het bestaat en wat de cardinaliteit van de attributen is.

 

Cardinaliteiten die voorkomen zijn:

0..1    :        nul of één attribuut aanwezig

1        :        verplicht één attribuut aanwezig

0..*    :        nul of meer attributen aanwezig

1..*    :        één of meer attributen aanwezig

4.2.1    Patiënt

Tabel GBX.dMED.t2040

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

nummer (1)

Het burgerservice­nummer van de patiënt.

 

familienaam (0..1)

 

 

geboortedatum (0..1)

 

 

geslacht (0..1)

 

 

 

4.2.2    Voorschrijver

Tabel GBX.dMED.t2050

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

De voorschrijver is een specialisatie van de klasse zorgverlener uit [Def conditiedomein] en erft de attributen van tabel GBX.dCON.t2050. Het onderscheid betreft het volgende:

 

De Zorgverlener.rol is beperkt tot de rol die betrekking heeft op zorgverleners die mogen voorschrijven volgens de wet. Voorbeelden zijn: huisarts, cardioloog, verpleegkundige.

4.2.3    Verstrekker

De verstrekker is de persoon die eindverantwoordelijk is voor de verstrekking.

Tabel GBX.dMED.t2060

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

De Verstrekker is een specialisatie van de klasse zorgverlener uit [Def conditiedomein] en erft de attributen van tabel GBX.dCON.t2050. Het onderscheid betreft het volgende:

 

De Zorgverlener.rol is beperkt tot die van apotheker of apotheekhoudende huisarts.

4.2.4    Medicatieafspraak

Een medicatieafspraak is een afspraak over het medicatiegebruik van een patiënt. Het is een overeenkomst tussen een zorgverlener en de patiënt.

 

Een medicatieafspraak bestaat uit meerdere toedieningsverzoeken. Dit maakt het mogelijk om complexe medicatieafspraken vast te leggen.

 

Diagram GBX.dMED.d2050: informatiemodel toedieningsverzoek

 

Tabel GBX.dMED.t2070: Attributen van een medicatieafspraak

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

afgesprokengebruiks­periode (0..1)

De periode van het met de patiënt afgesproken medicatiegebruik.
Dit kan zowel een duur beschrijven als een vastomschreven tijdsinterval met start- en/of einddatum.

N.B. Als de afgesproken gebruiksperiode niet beschreven wordt, wordt voor de berekening van de “actuele medicatie” wel aangenomen dat deze ingaat op het moment van voorschrijven, en eindigt zodra de medicatievoorraad bij de patiënt op is.

Er is hierbij niet altijd een koppeling met het te verstrekken aantal, maar kan verder de toekomst beschrijven.

omschrijving (1)

Tekstuele omschrijving van de volledige medicatieafspraak.

Bijvoorbeeld: ′s morgens 200 mg, ′s middags 100 mg, ′s avonds 150 mg.

 

Een voorbeeld van meerdere toedieningsverzoeken in een medicatieafspraak (zoals ook opgenomen in WCIA tabel 25) is: ′s morgens 200 mg, ′s middags 100 mg, ′s avonds 150 mg.

N.B. Een medicatieafspraak heeft betrekking op één geneesmiddel.


4.2.5    Toedieningsverzoek

De klasse toedieningsverzoek is “part of” medicatieafspraak met cardinaliteit (1..*).

 

Tabel GBX.dMED.t2080: Attributen van een toedieningsverzoek

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

Toedieningsschema (0..1)

Indien aanwezig dan geen dosering per periode.

Spreiding van toedieningen binnen een bepaalde periode. (bijv. 2 maal daags)

Toedieningsweg (0..1)

De weg waarlangs de medicatie het lichaam binnen komt.

Bijvoorbeeld, iv, oraal, etc..

Doseerhoeveelheid (0..1)

Ook wel keerdosis genoemd

Hoeveelheid per toediening (bijvoorbeeld 2 tabletten op 1 moment)

Toedieningssnelheid (0..1)

De snelheid waarmee de medicatie het lichaam binnen moet komen.

In het geval van continu toegediende medicatie, bijvoorbeeld een druppelinfuus.

Dosering per periode (0..1)

Bijvoorbeeld een dagdosis (4 tabletten per dag)

 

max. dosering per periode (0..*)

 

Hoeveel mag je per periode gebruiken (bijv. max 4 tabletten per dag)

Toedieningsinstructie (0..*)

Kan een code zijn, deze moet wel altijd gepaard gaan met een omschrijving in tekst.

Bijvoorbeeld: met water innemen

preconditie (0..*)

Kan een code zijn, deze moet wel altijd gepaard gaan met een omschrijving in tekst.

Bijvoorbeeld: bij pijn op de borst, of: zo nodig.

4.2.6    Terhandstelling

De terhandstelling is relevant voor de ambulante setting. In de klinische setting is de terhandstelling geen relevante informatie.

 

Tabel GBX.dMED.t2090: Attributen van een terhandstelling

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

hoeveelheid (1)

De terhandgestelde hoeveelheid medicatie

Bijvoorbeeld: 10 tabletten

type (0..1)

 

Bijvoorbeeld: eerste verstrekking, herhaalverstrekking.

datumtijd (1)

Moment waarop de terhandstelling werd verricht.

 

4.2.7          Verstrekkingverzoek

Een verstrekkingverzoek is het verzoek aan de verstrekker (de apotheker) om een hoeveelheid van een genees­middel te verstrekken.

 

Tabel GBX.dMED.t2100

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

Te verstrekken hoeveelheid (1)

Aantal te verstrekken eenheden

 

Iter (0..1)

Aantal beoogde herhalingen van de te verstrekken hoeveelheid

Iter >=0, maar alleen zinvol bij >=1;

 

Aantal deelverstrekkingen = iter +1;

 

De “totaal te verstrekken hoeveelheid” is de te verstrekken hoeveelheid * (“iter” + 1)

4.2.8    Geneesmiddel

Het geneesmiddel wordt beschreven op één van de volgende vier niveaus in toenemende detaillering: generiek product, prescriptieproduct, handelsproduct of consumentartikel.

·         Er wordt over het algemeen voorgeschreven op prescriptieniveau en verstrekt op handelsproduct niveau, ookwel consumentartikel niveau genoemd.

 

Tabel GBX.dMED.t2110: Attributen van een geneesmiddel

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

code [GPK |PRK |HPK |artikelcode] (0..1)

Verplicht wanneer er geen sprake is van magistrale receptuur.

 

omschrijving (1)

Tekstuele omschrijving van het geneesmiddel.

 

ingrediënten (0..*)

Sterkte (0..1)

Code (0..1) -

Omschrijving (1)

Actief/niet actief (1)

 

4.2.9    Voorschrift

Het voorschrift is het artefact waarin de voorschrijver de gegevens vastlegt omtrent het voorschrijven van medicatie.

 

Tabel GBX.dMED.t2120: Attributen van een voorschrift

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

identificatie (1)

Unieke identificatie van het voorschrift

 

uitschrijfdatumtijd (1)

Moment van uitschrijven van het medicatievoorschift

Datum is verplicht, tijd is optioneel

4.2.10    Verstrekking

De klasse verstrekking geeft het verstrekkingsartefact weer. Hierin wordt onder andere de medicatieafspraak en de terhandstelling vastgelegd.

 

De verstrekking wordt vastgelegd als er een terhandstelling heeft plaatsgevonden.

De medicatieafspraak van de verstrekking kan wat afwijken van de medicatieafspraak van het voorschrift, afhankelijk van de toegestane vrijheid die de verstrekker daarin heeft.

In de klinische situatie is er geen terhandstelling vastgelegd in de verstrekking. Met de belanghebbenden is afgesproken om de verstrekking te definiëren als de bevestiging van het voorschrift door de ziekenhuisapotheker.

 


Tabel GBX.dMED.t2130: Attributen van een verstrekking

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

identificatie (1)

Unieke identificatie van de verstrekking

 

Voorschrift.identificatie (0..1)

Verwijzing naar het voorschrift waarop de verstrekking is gebaseerd.

alleen gebruiken wanneer de voorschrift.identificatie bekend is.

4.2.11    Elektronisch ondertekende gegevens

Deze klasse bevat het verplichte deel van de gegevens die ondertekend worden met de elektronische handtekening. Voor een deel van deze gegevens (aangeduid in de “verplicht getoond” kolom) geldt het WYSIWYS (What You See Is What You Sign) principe, wat betekent dat zij op een voor de voorschrijver begrijpelijke manier getoond moeten kunnen worden (zonder onderliggende coderingen en verwijzingen). Aan de verstrekker worden deze gegevens op een gelijkvormige manier getoond.

 

Tabel GBX.dMED.t2140: Overzicht van de elektronisch ondertekende gegevens

Attribuut

Toelichting

Verplicht getoond

Voorschriftnummer (1)

Unieke identificatie van het voorschrift.

(Voorschrift.identificatie )

ja

BSN (1)

Het burgerservicenummer van de patiënt.

Wettelijk verplicht in correspondentie van patiëntstukken.

(patiënt.nummer)

ja

datum en tijd van tekenen (1)

De datum is wettelijk verplicht weergegeven in het voorschrift.

Op seconden nauwkeurig opgenomen in ondertekende deel; weergave mag in minuten nauwkeurig.

ja

Naam voorschrijver (1)

De naam mag vrijer ingevuld worden dan de naam op het UZI-certificaat, maar mag niet afwijken met een eventueel ingevulde naam in het niet-ondertekende deel van het voorschrift.

ja

Rol (1)

De rol van de voorschrijver. In het voorbeeld: “huisarts”.

ja


 

UZI (1)

Unieke identificatie van een zorgverlener.

ja

Zorgaanbieder (1)

het werkadres van de zorgverlener.

ja

Naam patiënt (1)

Bij voorkeur overeenkomend met een eventueel ingevulde naam in het voorschrift.

ja

Geslacht patiënt (1)

Bijvoorbeeld: vrouw

ja

Geboortedatum patiënt (1)

 

ja

Geneesmiddelomschrijving (1)

op het niveau dat is voorgeschreven

in geval van magistrale receptuur: de gehele samenstelling

In een traditioneel recept is dit aangeduid als R/ (recipe).

ja

Te verstrekken hoeveelheid (1)

Wettelijk verplicht (bij ambulante voorschriften)

In een traditioneel recept wordt dit aangeduidt als “da”, wat zoveel als “verstrek” betekent.

ja

Iter (0..1)

Verplicht weergegeven indien aanwezig en groter of gelijk aan 1.

Niet weergeven indien niet aanwezig of gelijk aan 0.

(verstrekkingsverzoek.iter)

conditioneel

Medicatieafspraak (1)

Dit is de tekstuele weergave van het gebruiksadvies van de voorschrijver aan de patiënt (medicatieafspraak.omschrijving)

ja

medicatie code (0..1)

op het niveau dat is voorgeschreven

- ten behoeve van integriteit

nee

identificatie van het handtekeningcertificaat (1)

- principe van de elektronische handtekening.

nee

elektronische handtekening (1)

 

nee

 


 

Voorbeeld van de getoonde gegevens bij ondertekening:

 

voorschrift:

datum:

 

voorschrijver

adres:

 

0000162501

15-12-2009                       tijd: 13:12

 

 J.M. Pareira, huisarts                   UZI: 000000359

Middenweg 55, 3572 VN Utrecht

 

R/

da

S.

AMOXICILLINE/CLAVULAANZUUR TABLET 500/125MG

28 stuks

2 maal daags 1 tablet gedurende 14 dagen

 

Iter 2

 

patiënt:

geboortedatum:

 

A.M. Buurman, man                    BSN: 234567891

23-06-1933

 

4.2.12    Diagnose

Diagnose is beschreven in het conditiedomein [Def conditiedomein].

4.2.13    Conditie

Conditie is beschreven in het conditiedomein [Def conditiedomein].

4.2.14    Reden van Voorschrijven

Reden van voorschrijven is meestal de diagnose van een patiënt, die de indicatie vormt voor het voorschrijven van een geneesmiddel. Zie ook [Reden van voorschrijven].

 

Tabel GBX.dMED.t2150: Attributen van de reden van voorschrijven

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

Code (0..1)

De code van de diagnose

 

Omschrijving (1)

De tekstuele omschrijving van de diagnose

Indien een Reden van Voorschrijven.Code aanwezig is, dan is de omschrijving verplicht.

4.2.15    Medicatiebewakingssignaal

Bij het opstellen van een voorschrift kan een waarschuwing optreden in het kader van de bewaking van de medicatieveiligheid. Dit object legt deze signalen per voorschrift vast en registreert de afhandeling door de voorschrijver.

Het signaal kan onder andere betrekking hebben op:

  1. Een interactie is een potentiële reactie die veroorzaakt wordt door het gelijktijdig gebruik van twee (of meer) geneesmiddelen.
  2. Dubbelmedicatie/pseudodubbelmedicatie
  3. Onderdosering/overdosering
  4. Contra-indicatie

                       

Tabel GBX.dMED.t2155: Attributen van een medicatiebewakingssignaal

Attribuut

Definitie

Additionele informatie

Detected issue (0..1)

Geeft aan welk signaal er is gegenereerd.

 

Managed issue (0..1)

Beschrijft dat en hoe het signaal is afgehandeld.

 

4.3    Gegevenssoorten

Gegevenssoorten zijn categorieën van informatieobjecten die aangemeld kunnen worden bij de verwijsindex van het landelijk schakelpunt. Deze paragraaf beschrijft welke gegevenssoorten in dit domein bestaan en welke informatieobjecten tot deze gegevenssoorten behoren.

 

Tevens wordt aangegeven op welk aggregatieniveau informatieobjecten die tot deze gegevenssoorten behoren vrijgegeven en afgeschermd moeten kunnen worden. Vrijgegeven informatie kan (na aanmelding bij de verwijsindex) via AORTA worden uitgewisseld. Afgeschermde informatie mag niet via AORTA worden uitgewisseld.

4.3.1    Medicatievoorschrift

Tabel GBX.dMED.t2200: Informatieobjecten van het medicatievoorschrift

Gegevenssoort

Informatieobject

Aggregatieniveau voor lokaal vrijgeven en afschermen (zie GBX.OPV.e4530)

Medicatievoorschrift

Medicatieafspraak

Een medicatieafspraak moet als geheel kunnen worden vrijgegeven of afgeschermd. Vrijgeven of afschermen van delen van de medicatieafspraak mag. Het laagste niveau van afschermen is de voorschrift-regel.


 

Medicatievoorschrift

Verstrekkingsverzoek

Een verstrekkingsverzoek moet als geheel kunnen worden vrijgegeven of afgeschermd. Vrijgeven of afschermen van delen van het verstrekkingsverzoek mag. Het laagste niveau van afschermen is de verstrekking-regel.

 

De eerste aanmelding en heraanmelding van de gegevenssoort is conform de generieke eisen. Wanneer een applicatie lokaal afschermen implementeert, mag/mogen de afgeschermde (groep) voorschriften niet opgeleverd worden als reactie op een raadpleging.

Er zijn geen afwijkende specificaties ten opzichte van het ontwerp autorisatieprofiel ([Ontw APF]).

4.3.2    Medicatieverstrekking

Tabel GBX.dMED.t2210: Informatieobjecten van een medicatieverstrekking

Gegevenssoort

Informatieobject

Aggregatieniveau voor lokaal vrijgeven en afschermen (zie GBX.OPV.e4530)

Medicatieverstrekking

Terhandstelling

Een terhandstelling moet als geheel kunnen worden vrijgegeven of afgeschermd. Vrijgeven of afschermen van delen van de terhandstelling mag.

 

De eerste aanmelding en heraanmelding van de gegevenssoort is conform de generieke eisen. Wanneer een applicatie lokaal afschermen implementeert, mag/mogen de afgeschermde (groep) verstrekkingen niet opgeleverd worden als reactie op een raadpleging. Een terhandstelling die plaatsvindt in de klinische setting hoeft niet aangemeld te worden. Een terhandstelling die plaatsvindt in de ambulante setting moet verplicht aangemeld worden. Hierbij moeten lokale instellingen van vrijgeven en afschermen gerespecteerd worden.

Er zijn geen afwijkende specificaties ten opzichte van het ontwerp autorisatieprofiel ([Ontw APF]).

Bijlage A     Referenties

 

Referentie

Document

Versie

[Arch AORTA]

Architectuur AORTA

6.11.0.0

[Def conditiedomein]

Definitie conditiedomein

6.12.0.0

[Def huisartsendomein]

Definitie huisartsendomein

6.10.0.0

[Ontw Mp]

Ontwerp medicatieproces

6.12.0.0

[PvE Mp]

Programma van eisen medicatieproces

6.12.0.0

[Reden van voorschrijven]

Voorstel standaardlijst van geneesmiddel & reden van voorschrijven

1.4.a

[richtlijn medicatieoverdracht]

Conceptrichtlijn overdracht van medicatiegegevens www.medicatieoverdracht.nl

25 april 2008

[Ontw APF]

Ontwerp autorisatieprofiel

6.11.0.0

[HIS REF MODEL]

P.A.J. Rijnierse, E.H.C. Bastiaanssen, Ph. J. Postema; Publieksversie HIS-Referentiemodel 2010; Nederlands Huisartsen Genootschap; Utrecht, 2010

2010

[het elektronisch recept]

http://www.nictiz.nl/page/Publicaties?
mod[Nictiz_FileCabinet_Module][i]=475

2011