|
AORTA 2012 |
|
|
|
|
|
Datum: |
4 juni 2013 |
|
Versie: |
6.12.0.0 |
|
Referentie: |
|
|
|
|
Nictiz is het landelijke
expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert. |
1 Inleiding.............................................................................................. 5
1.1 Doel en scope.......................................................................................... 5
1.2 Doelgroep voor dit document...................................................................... 5
1.3 Documenthistorie...................................................................................... 5
2 Definitie van actoren en bedrijfsactiviteiten................................... 6
2.1 Actoren................................................................................................... 6
2.2 Bedrijfsactiviteiten.................................................................................... 8
3 Domeinconcepten............................................................................ 10
4 Informatiemodel.............................................................................. 16
4.1 Overzicht van het informatiemodel............................................................. 16
4.2 Definitie van de informatieobjecten............................................................. 17
4.2.1 Patiënt................................................................................. 17
4.2.2 Voorschrijver......................................................................... 17
4.2.3 Verstrekker........................................................................... 17
4.2.4 Medicatieafspraak.................................................................. 18
4.2.5 Toedieningsverzoek................................................................ 20
4.2.6 Terhandstelling....................................................................... 20
4.2.7 Verstrekkingverzoek............................................................... 21
4.2.8 Geneesmiddel........................................................................ 21
4.2.9 Voorschrift............................................................................ 22
4.2.10 Verstrekking.......................................................................... 22
4.2.11 Elektronisch ondertekende gegevens.......................................... 23
4.2.12 Diagnose.............................................................................. 25
4.2.13 Conditie................................................................................ 25
4.2.14 Reden van Voorschrijven......................................................... 25
4.2.15 Medicatiebewakingssignaal....................................................... 26
4.3 Gegevenssoorten.................................................................................... 26
4.3.1 Medicatievoorschrift................................................................ 26
4.3.2 Medicatieverstrekking.............................................................. 27
Bijlage A Referenties............................................................................ 28
Het document beschrijft welke concepten een belangrijke rol spelen in het medicatiedomein, en wat hun onderlinge relatie is. Tevens beschrijft het document welke actoren, bedrijfsactiviteiten en informatieobjecten deel uitmaken van het medicatiedomein, en beschikbaar zijn om te worden (her)gebruikt in toepassingen.
Dit document wordt incrementeel ontwikkeld en vormt de basis voor onder andere het “ontwerp medicatiegegevens” en het “ontwerp medicatiebewaking”.
Het medicatiedomein heeft betrekking op de farmaceutische behandeling en begeleiding van een patiënt. Dit omvat mede het voorschrijven, verstrekken, toedienen en het bewaken van medicatie in de ambulante en de klinische setting.
De doelgroep voor dit document bestaat uit:
|
Versie |
Datum |
Omschrijving |
|
6.10.0.0 |
12-okt-2011 |
Geherstructureerde versie, vervolg op versie 6.0.5.0. |
|
6.12.0.0 |
4-jun-2013 |
Publicatie zorgtoepassing en als onderdeel van AORTA 2012 |
Dit hoofdstuk bevat de definitie van de actoren en bedrijfsactiviteiten die zijn ondergebracht in het medicatiedomein. Deze definities worden gebruikt om toepassingen binnen het medicatiedomein te ontwerpen.
Binnen het medicatiedomein spelen - naast de patiënt - een verscheidenheid aan zorgverleners en zorgaanbieders een rol. Onderstaande tabel geeft een opsomming van veel voorkomende zorgverleners en medewerkers die een rol spelen in het medicatiedomein.
Tabel GBX.dMED.t2010: Overzicht van de actoren van het Medicatiedomein
|
Actor |
Definitie |
|
Arts |
(Artikel 3 beroep BIG register: Arts) Een arts is een persoon die gerechtigd is de geneeskunde uit te oefenen. |
|
Huisarts |
Zie tabel GBX.HA.t2010 in [Def huisartsendomein] |
|
Apotheekhoudend huisarts |
Een apotheekhoudende huisarts is een huisarts die ook medicatie kan verstrekken. |
|
Medisch Specialist |
(Artikel 3 beroep BIG register: Arts) Een medisch specialist is een arts die poliklinische en klinische medisch specialistische zorg levert aan een patiënt. De patiënt wordt hiervoor in de regel verwezen door zijn huisarts. |
|
Apotheker |
(Artikel 3 beroep BIG register: Apotheker) De apotheker is een zorgverlener die farmaceutische patiëntenzorg levert. |
|
Openbare apotheker |
De openbare apotheker is een apotheker die in de ambulante setting opereert. De waarnemend apotheker die als openbare apotheker werkzaam is in een dienstapotheek is ook een openbare apotheker. De voornaamste diensten van een openbare apotheker zijn het verstrekken van geneesmiddelen aan de patiënt of zijn vertegenwoordiger. |
|
Poliklinisch apotheker |
Een poliklinisch apotheker is een openbare apotheker die in het ziekenhuis is gevestigd. |
|
Ziekenhuisapotheker |
(Artikel 3 beroep BIG: Apotheker, specialisatie: ziekenhuisfarmacie) Ziekenhuisapotheker is een specialisatie van apotheker. De ziekenhuisapotheker levert klinische farmaceutische zorg. Hij is werkzaam in de ziekenhuisapotheek die diensten levert aan onder andere het ziekenhuis, het psychiatrisch ziekenhuis of het verpleeghuis. |
|
Apothekersassistent |
(Artikel 34 beroep BIG: Apothekersassistent) Apothekersassistenten werken in een apotheek of ziekenhuisapotheek. De apothekersassistent werkt onder verantwoordelijkheid van een apotheker. De apothekersassistent doet onder andere medicatiebereidingen en verstrekkingen en geeft advies en instructies aan de patiënt. |
|
Verpleegkundige |
Zie tabel GBX.HA.t2010 in [Def huisartsendomein] |
|
Doktersassistent |
Zie tabel GBX.HA.t2010 in [Def huisartsendomein] |
|
Medicatiebegeleider |
Medicatiebegeleider is een rol die een zorgverlener kan vervullen (bijvoorbeeld een apotheker). De medicatiebegeleider heeft met de patiënt afgesproken om de medicatieveiligheid in zijn volle omvang te bewaken. Medicatiebegeleiding is het complex van activiteiten van arts en apotheker met als doel een zo groot mogelijk effect van de farmacotherapie te bereiken met een zo gering mogelijk risico voor de patiënt. De medicatiebegeleider heeft in de regel de informatiebehoefte om proactief op de hoogte gesteld te worden van alle feiten die invloed kunnen hebben op veilig medicatiegebruik. |
De bedrijfsactiviteiten die tot dit domein behoren zijn:
Tabel GBX.dMED.t2020: Overzicht van de bedrijfsactiviteiten van het Medicatiedomein
|
Bedrijfsactiviteit |
Definitie |
|
medicatieveiligheid bewaken |
Bij het bewaken van de medicatieveiligheid evalueert de zorgverlener (bijvoorbeeld een arts of apotheker) het afgesproken medicatiegebruik en het daadwerkelijke medicatiegebruik. Het is zinvol de medicatieveiligheid te bewaken bij een (beoogde) wijziging in het medicatieoverzicht [richtlijn medicatieoverdracht]. Voorbeelden van wijziging zijn wanneer er een medicatieafspraak wordt gemaakt (voor wordt geschreven), een conditie wordt vastgesteld of labresultaten bekend zijn. Enkele conclusies die voortkomen uit deze processtap kunnen zijn dat er sprake is van: a) Interacties tussen geneesmiddelen b) Dubbelmedicaties van geneesmiddelen c) Contra-indicaties voor het medicatiegebruik d) Over- of onderdosering |
|
medicatieafspraak maken |
Er wordt met de patiënt afgesproken om medicatiegebruik te starten, continueren, staken, onderbreken, hervatten of wijzigen. |
|
verstrekking verzoeken |
Er wordt een verstrekking verzocht aan de apotheker. De arts doet dat door middel van een geldig voorschrift (zie “medicatie voorschrijven”) |
|
medicatie voorschrijven |
Deze activiteit omvat “medicatieafspraak maken” en “verstrekking verzoeken” Medicatie voorschrijven is een voorbehouden handeling.
N.B. De Geneesmiddelenwet van 2007 vereist dat een apotheker alleen UR (uitsluitend op recept) geneesmiddelen mag verstrekken op basis van een recept dat door een bevoegd arts met een handtekening is ondertekend. De nieuwe wet accepteert een elektronische handtekening als een geldige handtekening. Sommige geneesmiddelen, de zogenaamde “Over the counter” (OTC) middelen zijn vrij verkrijgbaar. Voor een beperkte groep geneesmiddelen geldt een strenger regime onder de Opiumwet. De arts kan administratieve delen van deze processtap uitbesteden aan onder andere de doktersassistent. |
|
medicatie verstrekken |
In de ambulante setting is de verstrekking het overgaan van het geneesmiddel in handen van de patiënt of diens vertegenwoordiger, zoals een familielid. In de klinische setting is de logistiek complexer en kan de verstrekking op verschillende wijzen plaatsvinden. Er kan bijvoorbeeld een afdelingsvoorraad zijn die wordt aangevuld door de centrale apotheek, of er wordt een dagelijkse of wekelijkse verstrekking aan de afdeling gedaan. |
|
medicatie toedienen of gebruiken |
In de ambulante setting gebruikt de patiënt medicatie naar aanleiding van medicatieafspraken of op eigen initiatief. Het kan ook voorkomen dat medicatie toegediend wordt door een zorgverlener, bijvoorbeeld de arts of de verpleegkundige thuis. Daarnaast kan het voorkomen dat de toediening meteen tijdens een consult door een arts wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld het geven van een injectie) of dat de toediening onder toezicht plaatsvindt (bijvoorbeeld methadon in de verslavingszorg). In de klinische setting deelt de verpleegkundige de tabletten uit, brengt infusen aan of geeft injecties. De verpleegkundigen hebben vaak toezicht op de toediening. |
Additionele informatie
Het proces kan zo ingericht zijn dat de voorschrijver sommige van de hierboven genoemde activiteiten laat ondersteunen, bijvoorbeeld door een doktersassistent. Hierbij geldt dat het zetten van de elektronische handtekening niet gemandateerd mag plaatsvinden.
Dit hoofdstuk beschrijft de concepten (actoren, informatieobjecten, fysieke objecten) die een belangrijke rol spelen in het medicatiedomein. De definitie van deze concepten en de onderlinge relaties tussen deze concepten vormen de basis voor de inrichting van het informatiemodel voor dit domein. Zie voor de relatie tussen rollen en actoren ook diagram GBX.MP.d2020 in [Ontw Mp].

Diagram GBX.dMED.d2010: Domeinconceptendiagram farmaceutische zorg

Diagram GBX.dMED.d2020: Domeinconceptendiagram bedrijfsartefacten medicatie

Diagram GBX.dMED.d2030: Domeinconceptendiagram medicatiebewaking
Tabel GBX.dMED.t2030: Domeinconcepten en hun definitie
|
Domeinconcept |
Definitie |
|
patiënt |
De patiënt is een natuurlijk persoon, de zorgvrager. |
|
voorschrijver |
De voorschrijver schrijft medicatie voor en levert farmaceutische zorg in de context van medische zorg. De bedrijfsrol voorschrijver is ingevuld door actoren die mogen voorschrijven volgens de wet BIG. |
|
verstrekker |
De verstrekker levert farmaceutische zorg en verstrekt medicatie. De bedrijfsrol verstrekker wordt ingevuld door de apotheker, de apotheekhoudend huisarts of de ziekenhuisapotheker. |
|
medicatieafspraak |
Een medicatieafspraak is een afspraak tussen een zorgverlener en een patiënt met betrekking tot het gebruik van medicatie. De afspraak kan het gaan starten, het continueren, stoppen, aanpassen, onderbreken of hervatten van medicatiegebruik betreffen. In de medicatieafspraak wordt bepaald hoe lang, in welke dosering, op welke manier en eventueel met welk schema gebruikt zal worden. |
|
gebruik |
Het gebruik van medicatie is het gedurende een periode door een patiënt zelf toedienen van een geneesmiddel. Dit kan hij doen op eigen initiatief (zelfmedicatie, denk bijvoorbeeld aan OTC medicatie), of in navolging van een medicatieafspraak (bijvoorbeeld voorgeschreven medicatie door een arts). In de praktijk wijkt het gebruik van geneesmiddelen af van de medicatieafspraak. |
|
terhandstelling |
De
terhandstelling van medicatie is het overhandigen van medicatie. In de
ambulante setting wordt dit vrijwel altijd gedaan aan de patiënt of zijn
vertegenwoordiger. Dit is vooral relevant in de ambulante setting door een
openbare of poliklinische apotheker. |
|
verstrekkingsverzoek |
Een verstrekkingsverzoek is het verzoek aan de verstrekker om medicatie te ter hand te stellen. Dit verzoek kan worden gedaan door een voorschrijver of door de patiënt. Een voorbeeld van een verstrekkingsverzoek is een recept geschreven door de voorschrijver. |
|
Niet
opgenomen in het diagram. Een recept
is een realisatie van een verstrekkingsverzoek. |
|
|
geneesmiddel |
Een geneesmiddel is een medicament dat gebruikt wordt om de patiënt te behandelen. |
|
stof |
Een stof is een onderdeel van een geneesmiddel. Stoffen kunnen worden onderscheiden in werkzame stoffen en niet-werkzame stoffen (bijvoorbeeld conserveringsmiddelen). |
|
toediening |
Een toediening is het toedienen van een geneesmiddel. Voorbeelden zijn het (laten) innemen van een capsule, het injecteren van een stof of het toedienen van oogdruppels. De medicatietoediening wordt gedaan door de rol van toediener, vaak vervuld door een verpleegkundige. Ook kan een apparaat de medicatie toedienen. |
|
voorschrift |
Het
voorschrift is de gestructureerde vastlegging van een medicatieafspraak [HIS REF
MODEL]. |
|
Medicatie opdracht |
De
medicatieopdracht wordt gebruikt in de klinische setting. |
|
verstrekking |
Een verstrekking is een bedrijfsartefact waarin onder andere de medicatieafspraak en de terhandstelling zijn vastgelegd. In de klinische setting is de verstrekking gelijk aan de definitieve medicatie opdracht (DMO) waarin overigens geen terhandstelling hoeft te zijn vastgelegd. De DMO is dan een bevestiging of een nauwkeurigere invulling van de medicatieafspraak die vastgelegd is in de voorlopige medicatieafspraak (VMO). |
|
medicatieoverzicht |
Het
medicatieoverzicht is de registratie per patiënt van alle geneesmiddelen (al
dan niet op recept)
en relevante gegevens over het gebruik daarvan in een periode van tenminste
drie maanden voorafgaand aan het moment van aanmaak en gebruik van dat
medicatieoverzicht of zolang als nodig is voor verantwoorde zorg. |
|
contra-indicatie |
Er is sprake van een contra-indicatie als een patiënt een conditie heeft, dat een reden is om een geneesmiddel niet te (gaan) gebruiken, omdat er bij de patiënt complicaties kunnen optreden. Artsen maken onderscheid tussen absolute en relatieve contra-indicaties, afhankelijk van de ernst van de mogelijke complicaties. De verzameling van alle mogelijke condities van een patient, waar rekening gehouden moet worden bij alle typen geneesmiddelen, noemen wij potentiële conta-indicaties. Bij het toespitsen op 1 geneesmiddel vallen sommige condities af, doordat het geneesmiddel daarop geen invloed op heeft. Bij het gebruik blijkt pas vaak of het geneesmiddel daadwerkelijk invloed heeft op de condities van de patiënt. |
|
bijwerking |
Een bijwerking is een effect van een geneesmiddel buiten de bedoelde therapeutische werking. Er zijn bekende en onvoorziene bijwerkingen. Onvoorziene bijwerkingen zijn kenmerkend voor een zogenaamd ‘Adverse Drug Event’, waarbij in een specifiek geval iets mis gaat na toediening van de medicatie. Een ‘Adverse Drug Event’ kan ook een bekende bijwerking betreffen, die met onverwachte intensiteit optreedt. Een bijwerking kan het gevolg zijn van een intolerantie of allergie, maar ook van bijvoorbeeld interacties met andere medicatie. |
|
(medicatie-)interactie |
Een interactie is een reactie die veroorzaakt wordt door het gezamenlijke gebruik van twee (of meer) geneesmiddelen. |
|
conditie |
Zie conditiedomein [Def conditiedomein] |
|
overgevoeligheid |
Zie conditiedomein [Def conditiedomein] |
|
allergie |
Zie conditiedomein [Def conditiedomein] |
Niet nader beschreven termen die betrekking hebben op medicatiebewaking zijn Dubbelmedicatie of pseudodubbelmedicatie en onder- of overdosering.
Dit hoofdstuk beschrijft op een protocolonafhankelijke manier, de informatieobjecten die behoren tot dit domein. Ontwerpen gebruiken de informatieobjecten of attributen uit de informatieobjecten om berichten te specificeren. Toepassingen gebruiken de HL7-specifieke realisatie van deze “logische” informatieobjecten (of delen ervan) voor elektronische uitwisseling van informatie tussen zorgpartijen.

Diagram GBX.dMED.d2040: Informatiemodel medicatie
In deze paragraaf worden de informatieobjecten nader gedefinieerd. Voor ieder informatieobject wordt beschreven uit welke attributen het bestaat en wat de cardinaliteit van de attributen is.
Cardinaliteiten die voorkomen zijn:
0..1 : nul of één attribuut aanwezig
1 : verplicht één attribuut aanwezig
0..* : nul of meer attributen aanwezig
1..* : één of meer attributen aanwezig
Tabel GBX.dMED.t2040
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
nummer (1) |
Het burgerservicenummer van de patiënt. |
|
|
familienaam (0..1) |
|
|
|
geboortedatum (0..1) |
|
|
|
geslacht (0..1) |
|
|
Tabel GBX.dMED.t2050
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
De voorschrijver is een specialisatie van de klasse zorgverlener uit [Def conditiedomein] en erft de attributen van tabel GBX.dCON.t2050. Het onderscheid betreft het volgende:
De Zorgverlener.rol is beperkt tot de rol die betrekking heeft op zorgverleners die mogen voorschrijven volgens de wet. Voorbeelden zijn: huisarts, cardioloog, verpleegkundige. |
||
De verstrekker is de persoon die eindverantwoordelijk is voor de verstrekking.
Tabel GBX.dMED.t2060
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
De Verstrekker is een specialisatie van de klasse zorgverlener uit [Def conditiedomein] en erft de attributen van tabel GBX.dCON.t2050. Het onderscheid betreft het volgende:
De Zorgverlener.rol is beperkt tot die van apotheker of apotheekhoudende huisarts. |
||
Een medicatieafspraak is een afspraak over het medicatiegebruik van een patiënt. Het is een overeenkomst tussen een zorgverlener en de patiënt.
Een medicatieafspraak bestaat uit meerdere toedieningsverzoeken. Dit maakt het mogelijk om complexe medicatieafspraken vast te leggen.

Diagram GBX.dMED.d2050: informatiemodel toedieningsverzoek
Tabel GBX.dMED.t2070: Attributen van een medicatieafspraak
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
afgesprokengebruiksperiode (0..1) |
De
periode van het met de patiënt afgesproken medicatiegebruik. |
Er is hierbij niet altijd een koppeling met het te verstrekken aantal, maar kan verder de toekomst beschrijven. |
|
omschrijving (1) |
Tekstuele omschrijving van de volledige medicatieafspraak. |
Bijvoorbeeld: ′s morgens 200 mg, ′s middags 100 mg, ′s avonds 150 mg. |
Een voorbeeld van meerdere toedieningsverzoeken in een medicatieafspraak (zoals ook opgenomen in WCIA tabel 25) is: ′s morgens 200 mg, ′s middags 100 mg, ′s avonds 150 mg.
N.B. Een medicatieafspraak heeft betrekking op één geneesmiddel.
De klasse toedieningsverzoek is “part of” medicatieafspraak met cardinaliteit (1..*).
Tabel GBX.dMED.t2080: Attributen van een toedieningsverzoek
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
Toedieningsschema (0..1) |
Indien aanwezig dan geen dosering per periode. |
Spreiding van toedieningen binnen een bepaalde periode. (bijv. 2 maal daags) |
|
Toedieningsweg (0..1) |
De weg waarlangs de medicatie het lichaam binnen komt. |
Bijvoorbeeld, iv, oraal, etc.. |
|
Doseerhoeveelheid (0..1) |
Ook wel keerdosis genoemd |
Hoeveelheid per toediening (bijvoorbeeld 2 tabletten op 1 moment) |
|
Toedieningssnelheid (0..1) |
De snelheid waarmee de medicatie het lichaam binnen moet komen. |
In het geval van continu toegediende medicatie, bijvoorbeeld een druppelinfuus. |
|
Dosering per periode (0..1) |
Bijvoorbeeld een dagdosis (4 tabletten per dag) |
|
|
max. dosering per periode (0..*) |
|
Hoeveel mag je per periode gebruiken (bijv. max 4 tabletten per dag) |
|
Toedieningsinstructie (0..*) |
Kan een code zijn, deze moet wel altijd gepaard gaan met een omschrijving in tekst. |
Bijvoorbeeld: met water innemen |
|
preconditie (0..*) |
Kan een code zijn, deze moet wel altijd gepaard gaan met een omschrijving in tekst. |
Bijvoorbeeld: bij pijn op de borst, of: zo nodig. |
De terhandstelling is relevant voor de ambulante setting. In de klinische setting is de terhandstelling geen relevante informatie.
Tabel GBX.dMED.t2090: Attributen van een terhandstelling
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
hoeveelheid (1) |
De terhandgestelde hoeveelheid medicatie |
Bijvoorbeeld: 10 tabletten |
|
type (0..1) |
|
Bijvoorbeeld: eerste verstrekking, herhaalverstrekking. |
|
datumtijd (1) |
Moment waarop de terhandstelling werd verricht. |
|
Een verstrekkingverzoek is het verzoek aan de verstrekker (de apotheker) om een hoeveelheid van een geneesmiddel te verstrekken.
Tabel GBX.dMED.t2100
|
Definitie |
Additionele informatie |
|
|
Te verstrekken hoeveelheid (1) |
Aantal te verstrekken eenheden |
|
|
Iter (0..1) |
Aantal beoogde herhalingen van de te verstrekken hoeveelheid |
Iter >=0, maar alleen zinvol bij >=1;
Aantal deelverstrekkingen = iter +1;
De “totaal te verstrekken hoeveelheid” is de te verstrekken hoeveelheid * (“iter” + 1) |
Het geneesmiddel wordt beschreven op één van de volgende vier niveaus in toenemende detaillering: generiek product, prescriptieproduct, handelsproduct of consumentartikel.
· Er wordt over het algemeen voorgeschreven op prescriptieniveau en verstrekt op handelsproduct niveau, ookwel consumentartikel niveau genoemd.
Tabel GBX.dMED.t2110: Attributen van een geneesmiddel
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
code [GPK |PRK |HPK |artikelcode] (0..1) |
Verplicht wanneer er geen sprake is van magistrale receptuur. |
|
|
omschrijving (1) |
Tekstuele omschrijving van het geneesmiddel. |
|
|
ingrediënten (0..*) |
Sterkte (0..1) Code (0..1) - Omschrijving (1) Actief/niet actief (1) |
|
Het voorschrift is het artefact waarin de voorschrijver de gegevens vastlegt omtrent het voorschrijven van medicatie.
Tabel GBX.dMED.t2120: Attributen van een voorschrift
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
identificatie (1) |
Unieke identificatie van het voorschrift |
|
|
uitschrijfdatumtijd (1) |
Moment van uitschrijven van het medicatievoorschift |
Datum is verplicht, tijd is optioneel |
De klasse verstrekking geeft het verstrekkingsartefact weer. Hierin wordt onder andere de medicatieafspraak en de terhandstelling vastgelegd.
De verstrekking wordt vastgelegd als er een terhandstelling heeft plaatsgevonden.
De medicatieafspraak van de verstrekking kan wat afwijken van de medicatieafspraak van het voorschrift, afhankelijk van de toegestane vrijheid die de verstrekker daarin heeft.
In de klinische situatie is er geen terhandstelling vastgelegd in de verstrekking. Met de belanghebbenden is afgesproken om de verstrekking te definiëren als de bevestiging van het voorschrift door de ziekenhuisapotheker.
Tabel GBX.dMED.t2130: Attributen van een verstrekking
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
identificatie (1) |
Unieke identificatie van de verstrekking |
|
|
Voorschrift.identificatie (0..1) |
Verwijzing naar het voorschrift waarop de verstrekking is gebaseerd. |
alleen gebruiken wanneer de voorschrift.identificatie bekend is. |
Deze klasse bevat het verplichte deel van de gegevens die ondertekend worden met de elektronische handtekening. Voor een deel van deze gegevens (aangeduid in de “verplicht getoond” kolom) geldt het WYSIWYS (What You See Is What You Sign) principe, wat betekent dat zij op een voor de voorschrijver begrijpelijke manier getoond moeten kunnen worden (zonder onderliggende coderingen en verwijzingen). Aan de verstrekker worden deze gegevens op een gelijkvormige manier getoond.
Tabel GBX.dMED.t2140: Overzicht van de elektronisch ondertekende gegevens
|
Attribuut |
Toelichting |
Verplicht getoond |
|
Voorschriftnummer (1) |
Unieke identificatie van het voorschrift. (Voorschrift.identificatie ) |
ja |
|
BSN (1) |
Het burgerservicenummer van de patiënt. Wettelijk verplicht in correspondentie van patiëntstukken. (patiënt.nummer) |
ja |
|
datum en tijd van tekenen (1) |
De datum is wettelijk verplicht weergegeven in het voorschrift. Op seconden nauwkeurig opgenomen in ondertekende deel; weergave mag in minuten nauwkeurig. |
ja |
|
Naam voorschrijver (1) |
De naam mag vrijer ingevuld worden dan de naam op het UZI-certificaat, maar mag niet afwijken met een eventueel ingevulde naam in het niet-ondertekende deel van het voorschrift. |
ja |
|
Rol (1) |
De rol van de voorschrijver. In het voorbeeld: “huisarts”. |
ja |
|
UZI (1) |
Unieke identificatie van een zorgverlener. |
ja |
|
Zorgaanbieder (1) |
het werkadres van de zorgverlener. |
ja |
|
Naam patiënt (1) |
Bij voorkeur overeenkomend met een eventueel ingevulde naam in het voorschrift. |
ja |
|
Geslacht patiënt (1) |
Bijvoorbeeld: vrouw |
ja |
|
Geboortedatum patiënt (1) |
|
ja |
|
Geneesmiddelomschrijving (1) |
op het niveau dat is voorgeschreven in geval van magistrale receptuur: de gehele samenstelling In een traditioneel recept is dit aangeduid als R/ (recipe). |
ja |
|
Te verstrekken hoeveelheid (1) |
Wettelijk verplicht (bij ambulante voorschriften) In een traditioneel recept wordt dit aangeduidt als “da”, wat zoveel als “verstrek” betekent. |
ja |
|
Iter (0..1) |
Verplicht weergegeven indien aanwezig en groter of gelijk aan 1. Niet weergeven indien niet aanwezig of gelijk aan 0. (verstrekkingsverzoek.iter) |
conditioneel |
|
Medicatieafspraak (1) |
Dit is de tekstuele weergave van het gebruiksadvies van de voorschrijver aan de patiënt (medicatieafspraak.omschrijving) |
ja |
|
medicatie code (0..1) |
op het niveau dat is voorgeschreven - ten behoeve van integriteit |
nee |
|
identificatie van het handtekeningcertificaat (1) |
- principe van de elektronische handtekening. |
nee |
|
elektronische handtekening (1) |
|
nee |
Voorbeeld van de getoonde gegevens bij ondertekening:
|
voorschrift: datum:
voorschrijver adres: |
0000162501 15-12-2009 tijd: 13:12
J.M. Pareira, huisarts UZI: 000000359 Middenweg 55, 3572 VN Utrecht
|
|
R/ da S. |
AMOXICILLINE/CLAVULAANZUUR TABLET 500/125MG 28 stuks 2 maal daags 1 tablet gedurende 14 dagen
Iter 2
|
|
patiënt: geboortedatum:
|
A.M. Buurman, man BSN: 234567891 23-06-1933
|
Diagnose is beschreven in het conditiedomein [Def conditiedomein].
Conditie is beschreven in het conditiedomein [Def conditiedomein].
Reden van voorschrijven is meestal de diagnose van een patiënt, die de indicatie vormt voor het voorschrijven van een geneesmiddel. Zie ook [Reden van voorschrijven].
Tabel GBX.dMED.t2150: Attributen van de reden van voorschrijven
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
Code (0..1) |
De code van de diagnose |
|
|
Omschrijving (1) |
De tekstuele omschrijving van de diagnose |
Indien een Reden van Voorschrijven.Code aanwezig is, dan is de omschrijving verplicht. |
Bij het opstellen van een voorschrift kan een waarschuwing optreden in het kader van de bewaking van de medicatieveiligheid. Dit object legt deze signalen per voorschrift vast en registreert de afhandeling door de voorschrijver.
Het signaal kan onder andere betrekking hebben op:
Tabel GBX.dMED.t2155: Attributen van een medicatiebewakingssignaal
|
Attribuut |
Definitie |
Additionele informatie |
|
Detected issue (0..1) |
Geeft aan welk signaal er is gegenereerd. |
|
|
Managed issue (0..1) |
Beschrijft dat en hoe het signaal is afgehandeld. |
|
Gegevenssoorten zijn categorieën van informatieobjecten die aangemeld kunnen worden bij de verwijsindex van het landelijk schakelpunt. Deze paragraaf beschrijft welke gegevenssoorten in dit domein bestaan en welke informatieobjecten tot deze gegevenssoorten behoren.
Tevens wordt aangegeven op welk aggregatieniveau informatieobjecten die tot deze gegevenssoorten behoren vrijgegeven en afgeschermd moeten kunnen worden. Vrijgegeven informatie kan (na aanmelding bij de verwijsindex) via AORTA worden uitgewisseld. Afgeschermde informatie mag niet via AORTA worden uitgewisseld.
Tabel GBX.dMED.t2200: Informatieobjecten van het medicatievoorschrift
|
Gegevenssoort |
Informatieobject |
Aggregatieniveau voor lokaal vrijgeven en afschermen (zie GBX.OPV.e4530) |
|
Medicatievoorschrift |
Medicatieafspraak |
Een medicatieafspraak moet als geheel kunnen worden vrijgegeven of afgeschermd. Vrijgeven of afschermen van delen van de medicatieafspraak mag. Het laagste niveau van afschermen is de voorschrift-regel. |
|
Medicatievoorschrift |
Verstrekkingsverzoek |
Een verstrekkingsverzoek moet als geheel kunnen worden vrijgegeven of afgeschermd. Vrijgeven of afschermen van delen van het verstrekkingsverzoek mag. Het laagste niveau van afschermen is de verstrekking-regel. |
De eerste aanmelding en heraanmelding van de gegevenssoort is conform de generieke eisen. Wanneer een applicatie lokaal afschermen implementeert, mag/mogen de afgeschermde (groep) voorschriften niet opgeleverd worden als reactie op een raadpleging.
Er zijn geen afwijkende specificaties ten opzichte van het ontwerp autorisatieprofiel ([Ontw APF]).
Tabel GBX.dMED.t2210: Informatieobjecten van een medicatieverstrekking
|
Gegevenssoort |
Informatieobject |
Aggregatieniveau voor lokaal vrijgeven en afschermen (zie GBX.OPV.e4530) |
|
Medicatieverstrekking |
Terhandstelling |
Een terhandstelling moet als geheel kunnen worden vrijgegeven of afgeschermd. Vrijgeven of afschermen van delen van de terhandstelling mag. |
De eerste aanmelding en heraanmelding van de gegevenssoort is conform de generieke eisen. Wanneer een applicatie lokaal afschermen implementeert, mag/mogen de afgeschermde (groep) verstrekkingen niet opgeleverd worden als reactie op een raadpleging. Een terhandstelling die plaatsvindt in de klinische setting hoeft niet aangemeld te worden. Een terhandstelling die plaatsvindt in de ambulante setting moet verplicht aangemeld worden. Hierbij moeten lokale instellingen van vrijgeven en afschermen gerespecteerd worden.
Er zijn geen afwijkende specificaties ten opzichte van het ontwerp autorisatieprofiel ([Ontw APF]).
|
Referentie |
Document |
Versie |
|
6.11.0.0 |
||
|
6.12.0.0 |
||
|
6.10.0.0 |
||
|
6.12.0.0 |
||
|
Programma van eisen medicatieproces |
6.12.0.0 |
|
|
Voorstel standaardlijst van geneesmiddel & reden van voorschrijven |
1.4.a |
|
|
Conceptrichtlijn overdracht van medicatiegegevens www.medicatieoverdracht.nl |
25 april 2008 |
|
|
6.11.0.0 |
||
|
P.A.J. Rijnierse, E.H.C. Bastiaanssen, Ph. J. Postema; Publieksversie HIS-Referentiemodel 2010; Nederlands Huisartsen Genootschap; Utrecht, 2010 |
2010 |
|
|
http://www.nictiz.nl/page/Publicaties? |
2011 |