blog photo
Door:  Lies van Gennip
16-06-2016
0

​​​​​​​​​​​​​​De eHealthweek was inspirerend. Het is elke keer weer verrassend hoe gemeenschappelijk de problemen zijn waar we mee te maken hebben, ook al hebben andere landen hele verschillende gezondheidssystemen. Dat relativeert aan de ene kant en aan de andere kant maakt het helder hoe je elkaar kunt ondersteunen bij het oplossen van problemen.

De afgelopen week heb ik met name veel Zweedse collega's gesproken. Zweden is verder dan wij in het hergebruik van gegevens. Ze hebben een lange historie met registers waarin alle data is verzameld, onder meer op het gebied van medicatie, maar ook daar zie je dat het lastig is om zaken te stroomlijnen.

Met de Zweden hebben we gesproken over SNOMED, een internationaal, medisch terminologiestelsel. In Zweden is SNOMED integraal vertaald waarmee het gemakkelijk gebruikt kan worden. Maar blijkbaar is het toch lastig om de regio's ermee aan de slag te krijgen als ze geen voorbeeld hebben om zich aan op te trekken. Ze hebben positieve verhalen nodig om partijen in beweging te brengen. Dat speelt bij hen dus ook.

Het bevestigt de route die we in Nederland hebben gekozen: niet integraal gaan vertalen maar eerst binnen bepaalde toepassingsgebieden praktische vertalingen maken. De Zweden geven aan dat het heel belangrijk is om snelheid te maken en dat je meteen gaat implementeren zodat je gelijk voorbeelden hebt van gebruikers, die hun verhaal kunnen vertellen.

Registreren aan de bron

De Zweden waren ook geïnteresseerd in de opzet van de bouwstenen die wij ontwikkelen met ziekenhuizen om gegevens eenduidig vast te leggen aan de bron, zodat we ze opnieuw kunnen gebruiken. Ze hebben wel registers maar die worden apart geregistreerd, dus niet vanuit de bron.

Aan de bron registreren betekent dat een arts of verpleegkundige zijn medische dossier zó registreert dat er niet apart hoeft te worden geregistreerd voor kwaliteitsverantwoording, management of financiering. Nu is het vaak zo dat een arts in een vrije tekst een verslagje schrijft van een consult, en dat andere mensen in een ziekenhuis op basis van dat verslagje allerlei registraties uitvoeren. Wanneer een arts de gegevens direct goed registreert, kunnen die gegevens gelijk gebruikt worden voor andere doelen.

Het programma 'Registratie aan de bron' waar wij in Nederland samen met NFU en NVZ mee bezig zijn, kreeg veel interesse van andere landen. We hebben 88 bouwstenen ontwikkeld en dit jaar proberen 5 ziekenhuizen om vanuit die bouwstenen te registraties te vullen. Er zijn bouwstenen voor bijvoorbeeld het definiëren voor bloeddruk, voor rookgedrag, voor medicatiegebruik. Als je met elkaar afspreekt hoe je die gegevens eenduidig vastlegt via die bouwstenen, dan kun je die gegevens hergebruiken. Een aantal andere landen, waaronder Zweden en België zijn geïnteresseerd in onze bouwstenen.

Tijdens de bijeenkomst sprak ook de staatssecretaris Martin van Rijn en hij zei dat wij ook wel van de Zweden kunnen leren dat soms een top-down benadering meer effect heeft dan alleen maar een bottom-up benadering. Het belangrijkste leerpunt van de eHealthweek voor mij is dat de stemmen steeds luider worden dat de bottom-up benadering wel goed is maar dat alleen bottom-up tot veel diversiteit en variëteit leidt, waardoor de vooruitgang wordt belemmerd. Een zekere mate van top-down benadering zou ook voor Nederland goed zijn.

Snelle ontwikkelingen in Amerika

Ik heb ook deelgenomen aan een gesprek van de Secretaris Generaal (VWS), en bestuurders van Zorginstituut Nederland, Achmea, IGZ en RIVM met een Amerikaanse functionaris van het Meaningful Use programma. In dit programma stimuleert de federale overheid via een meerjarig programma dat de zorg digitaler wordt en dat data eenduidiger wordt vastgelegd, zodat deze kunnen worden hergebruikt voor andere doeleinden. Vergelijkbaar met registratie aan de bron dus. Dat gesprek was heel inspirerend, met name ook omdat het Nederlandse gezelschap met elkaar sprak over hoe de principes van dit Amerikaanse programma kunnen worden vertaald naar Nederland en wat elk daaraan vanuit verschillende rollen zou kunnen bijdragen.

Bij de start van Meaningful Use in 2009 waren de meeste Amerikaanse ziekenhuizen nog vrijwel volledig op papier gebaseerd. Door Meaningful Use is een enorme beweging gecreëerd en inmiddels zijn de meeste ziekenhuizen digitaal. Die beweging gaat door en de voorsprong die Nederland had wordt snel kleiner. Nederland loopt vooral steeds meer achterop waar het gaat om hergebruik van gegevens. In Amerika zijn de standaarden niet vrijblijvend. In Nederland worden wel standaarden ontwikkeld, vanuit dezelfde ambitie om tot eenheid van taal en goede verbinding te komen, maar vervolgens kan iedereen die standaarden naar eigen believen wel of niet gebruiken. En in de praktijk worden ze heel vaak niet gebruikt en dat leidt tot een enorme fragmentatie.

In Amerika kunnen leveranciers hun software laten certificeren als ze de standaarden goed hebben ingebouwd. Daardoor kan een huisarts of ziekenhuis aantonen dat hij voldoet aan de Meaningful Use eisen en daarvoor krijgt hij een hogere vergoeding voor zijn diensten.

Mijn belangrijkste gevoel na de eHealthweek is dat de vrijblijvendheid voorbij is. Zowel bij de stakeholders in Nederland als in de discussies met andere Europese landen proef ik dat men breed vindt dat afspraken wat minder vrijblijvend mogen zijn.


reacties