blog photo
Door:  Johan Krijgsman
10-04-2013
0

​Spannend en inspirerend, al die pilots met eHealth-oplossingen in de zorg. Maar schiet het nu al een beetje op met de opschaling? Geen eHealth-congres is compleet zonder de discussie over de verdere verspreiding van eHealth-toepassingen. Het zou handig zijn om een beeld te krijgen waar we nu eigenlijk staan met de toegang van zorgverleners en zorggebruikers tot eHealth. Hoeveel mensen maken bijvoorbeeld al afspraken met hun huisarts via internet? En hoe vaak wordt telemonitoring toegepast in de praktijk? En vooral, hoe verandert dit nu in de loop der tijd? Zien we groei, of blijft het gebruik beperkt? Nictiz en het NIVEL gaan jaarlijks inzichtelijk maken hoe het daarmee staat.

Hoge verwachtingen

In juni van vorig jaar heeft Minister Schippers van VWS aan de Tweede Kamer laten weten dat er veel verwacht wordt van ICT in de zorg. ICT kan helpen om de zelfredzaamheid van patiënten te versterken. Of oplossingen bieden voor het dreigend personeelstekort. Maar de minister ziet ook dat de potentie van ICT in de zorg nog niet volledig wordt benut. Ook de opstellers van de Nationale Implementatie Agenda (NIA) eHealth, de NPCF, KNMG en Zorgverzekeraars Nederland, zijn zich hiervan bewust. Met hun agenda willen zij zaken in beweging brengen.

Onderzoeken

Er zijn al wel de nodige onderzoeken gedaan naar het gebruik van eHealth, zowel binnen als buiten Nederland. KPMG kwam eind 2011 met een verkenning waarbij werd gekeken naar een viertal toepassingen in de eerste- en tweedelijns curatieve zorg. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat 52 procent van de huisartsenpraktijken een vorm van e-consult aanbiedt. Maar volgens 73 procent van deze huisartsen maakt minder dan 5 procent van hun patiënten er ook gebruik van. Ook internationaal zijn er diverse voorbeelden van onderzoeken naar het gebruik van eHealth door onder andere huisartsen. Zo vond het Commonwealth Fund in 2012 dat 13 procent van de Nederlandse huisartsen aangeeft dat patiënten elektronisch afspraken kunnen maken (bij het KPMG-onderzoek was dit 8 procent). Daarmee kwam Nederland na Zweden, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, de Verenigde Staten en Duitsland.

Toch is er behoefte aan jaarlijks terugkerende informatie, waarbij wordt gekeken naar een brede doorsnede van verschillende soorten eHealth-toepassingen en naar het gebruik onder zowel zorgverleners als zorggebruikers. Reden voor Nictiz en het NIVEL om de krachten te bundelen.  

Jaarlijkse eHealth-monitor

In maart zijn Nictiz en het NIVEL samen gestart met de uitvoering van een landelijke eHealth-monitor. Dit onderzoek volgt beschikbaarheid en gebruik van eHealth-toepassingen door zorggebruikers en zorgverleners. Het onderzoek kijkt overigens niet naar de verspreiding van specifieke merken of producten, wel naar groepen van toepassingen, zoals bijvoorbeeld het elektronisch consult, telemonitoring en online therapie. In september 2013, 2014 en 2015 worden onderzoeksrapporten gepresenteerd. Die zijn gebaseerd op een jaarlijks terugkerende meting onder zorggebruikers, huisartsen en medisch specialisten. De eHealth-monitor geeft daarmee over meerdere jaren inzicht in de ontwikkelingen in het gebruik van eHealth in Nederland. Nictiz en het NIVEL worden ondersteund door een begeleidingscommissie van VWS, NPCF, KNMG en ZN.


Deze blog is 10 april 2013 ook gepubliceerd op DigitaleZorggids.nl.


reacties