blog photo
Door:  Arina Burghouts
01-04-2015
0

​​Donderdagmiddag half vier op 30 april en de kantine bij TrendITion (Nictiz) zit stampvol. Zo’n honderd beleidsmakers, zorgaanbieders, bestuurders, patiënten en TrendITion medewerkers hebben er duidelijk zin in om in gesprek te gaan over scenario’s als ‘in 2020 volgen de meeste Nederlanders met een lichte geestelijke stoornis online therapie’. Voorspellen is immers moeilijk.

Bijna twee maanden geleden publiceerden we met TrendITion ons eerste trendboek: spelen met de zorg van morgen. Een bundel artikelen over de toekomst van eHealth in de eerste lijn. We stelden ons voor hoe de wereld eruit zou zien als innovatieve eHealth toepassingen over vijf jaar volledig ingeburgerd zouden zijn. Omdat we niet alleen ongebreideld techno-optimisme willen vertegenwoordigen, bespreken we in het boek ook welke drempels er nog te nemen zijn, zoals onbekendheid bij arts en patiënt, of verouderde wet- en regelgeving. En sommige veelbelovende innovaties zullen misschien heel anders uitpakken.

Huisartsenzorg dereguleren

Hoewel volgens sommige toekomstverkenners een horizon van vijf jaar te dichtbij is, laten de ontwikkelingen van afgelopen twee maanden zien hoe snel het kan gaan. Een paar weken na publicatie van het trendboek bracht de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bijvoorbeeld het advies uit om de huisartsenzorg te dereguleren. Als mensen gebruik willen maken van nieuwe (online) diensten zoals Constamed, dan moet daar ruimte voor zijn.

Aannemelijke scenario’s

Het is belangrijk om na te denken over scenario’s waarin nieuwe partijen een belangrijke plek in de zorg gaan innemen. Het doel van ons trendboek is dan ook om mensen aan het denken zetten, te laten reageren en food for thought te bieden. Vanachter ons bureau en na gesprekken met deskundigen beschrijven we de mogelijke gevolgen van de zeven beschreven scenario’s. Maar hoe denkt het veld daar zelf eigenlijk over? Omdat we daar erg benieuwd naar zijn, organiseerden we vorige week een meetup. We brachten diverse partijen en perspectieven samen en gingen in gesprek over de scenario’s.

Bestaat de huisarts nog over vijf jaar?

De panelleden vertegenwoordigen vijf perspectieven op de eerstelijns huisartszorg: de innovatieve huisarts (Bart van Pinxteren), de opleiding van de artsen van de toekomst (hoogleraar Pim Assendelft van Radboudumc), de beleidsmaker (Gelle Klein Essink van VWS), de patiënt (zelfmanagement kampioen Ronald Fokkink) en de bestuurder (Jan-Erik de Wildt, directeur De Ondernemende Huisarts). Voor de panel-discussie lieten we de panelleden en de deelnemers van de meetup de gevolgen beschrijven van de scenario’s uit het boek. Die gevolgen werden door iedereen ook beoordeeld met een stemsysteem: hoe meer stickers, hoe belangrijker de impact volgens de bezoekers was.

Betere service

Wat opviel is dat de vaakst genoemde gevolgen overwegend positief zijn en vaak om de patiënt gaan. Denk aan ‘betere service omdat er beter geluisterd wordt, de patiënt staat meer centraal’ als gevolg van meer online beoordelingen. Of ‘verbeterde toegankelijkheid [van de GGZ], dus eerder aan de bel trekken en minder schaamte’ als gevolg van online GGZ testen en behandelingen. Niet zo heel vernieuwend, maar ontzettend belangrijk en absolute winnaar was ‘de patiënt krijgt meer regie’ als gevolg van een persoonlijk gezondheidsdossier (PGD) voor iedereen. Overigens blijkt er nog geen consensus over wat dat PGD precies is of waar het uit moet bestaan: in de cloud, op je smartphone, op een USB-stick, bij de dokter?

Complexiteit

Huisarts Bart van Pinxteren voegde er in de paneldiscussie aan toe dat de patiënt het voorlopig nog niet alleen gaat doen, we moeten de complexiteit van de relatie tussen de betrokken dokter en de patiënt niet onderschatten. Het gaat volgens hem bijna nooit om eenduidige zorgvragen. Van Pinxteren veroorzaakte hilariteit met de opmerking wat een app moet met de patiëntvraag: ‘ik voel me moe, en ik heb ook pijn in mijn knie als ik onrustig ben’. Volgens hem zal de huisarts niet zomaar plaatsmaken voor een app, maar kan deze wel ondersteunen bij zorgverlening. Huisartsenopleider Assendelft gelooft ook dat de brede blik van de oprecht geïnteresseerde huisarts van grote waarde zal blijven de komende jaar, maar kijkt ook nieuwsgierig naar de opkomst van consumententechnologie. Dat kan ook haast niet anders met Lucien Engelen en zijn REshape team aan boord in het Radboudumc.

Andere vaardigheden?

De zorgverlener moet misschien ook wel andere skills gaan leren, wanneer je kijkt naar de meest genoemde gevolgen. Zij moeten waarschijnlijk (big) data uit zelfmetingen kunnen interpreteren en valideren. Worden ze niet meer een coach van hun patiënten, of gaan zich op basis van online beoordelingen misschien wel alleen nog maar richten op de zaken waarop ze goed beoordeeld worden?  Als je een patiënt als panellid Ronald Fokkink op je spreekuur krijgt is dat zeker nodig. “Ik weet intussen meer van mijn diabetes dan mijn internist”, aldus Fokkink. Jan Erik de Wildt twijfelde wel of alle patiënten zo veel over hun eigen ziekte en gezondheid willen weten.

Toename van zorg

Hoewel het merendeel van de opgeschreven gevolgen positief waren, was er ook aandacht voor mogelijk negatieve gevolgen. Zo werd een toename van de zorg verwacht als gevolg van zelfmetingen, kan er een risico ontstaan dat mensen valse beoordelingen van zorgverleners gaan geven, worden mensen misschien ‘digichondrisch’ (een digitale hypochonder) van zelfmetingen en zijn er zorgen over privacy bij veel van de scenario’s. Van Pinxteren voegt hier nog aan toe dat het in ieder geval geen zin heeft om naar de zorgverlener te roepen dat hij of zij maar moeten veranderen. Zorg dat je ze meekrijgt en pak dingen samen op, is zijn devies.

Preventie

Andere thema’s die goed scoorden bij het beschrijven van de impact van de trendboek-scenario’s waren nadruk op preventie, samenwerking tussen zorgverlener en patiënt en meer bewustwording door inzage in gezondheidswaarden. Sommige gevolgen zijn misschien vooral voor partijen buiten de zorg vervelend: mochten inderdaad in 2020 de meeste Nederlanders met een lichte geestelijke stoornis online therapie volgen, zou de sofabanken-industrie wel eens kunnen instorten.

​Fotografie: © Karin Oost




reacties