Type bericht

Verwijzing

Ga snel naar:

1. Wat is de titel van de overdracht? ​

Spoedeisende hulp (SEH) ontvangt direct digitaal de verwijzing van de waarnemend huisarts of triagist uit de huisartsenpost (HAP).

2. Wat is de aanleiding voor dit bericht?

Een spoedpatiënt kan vaak niet de medische informatie over zichzelf geven. Daarom hebben partijen uit de zorg in de richtlijn ‘Gegevensuitwisseling tussen huisarts, huisartsenpost, ambulancedienst en afdeling spoedeisende hulp’ vastgelegd welke gegevens van belang zijn om digitaal uit te wisselen. Deze richtlijn vormt de basis voor de informatiestandaard Acute Zorg.

De richtlijn geeft twee verwijsberichten, 15 en 16, van de HAP naar de SEH. Bericht 15 is de verwijzing van de waarnemend huisarts naar de SEH en bericht 16 is de verwijzing van de HAP triagist naar de SEH.

3. Wat is een korte beschrijving? ​

Na een contact met de huisartsenpost verwijst de waarnemend huisarts of triagist de patiënt door naar het ziekenhuis. De SEH-arts is met deze digitale verwijzing direct op de hoogte van de geleverde zorg en de zorgvraag. Dit scheelt tijd en de zorg start al voordat de patiënt arriveert in het ziekenhuis.

4. Wie wisselt met wie uit?​

De waarnemend huisarts en/of triagist van de huisartsenpost leggen tijdens de behandeling, onderzoek of (telefonische) triage van de patiëntgegevens vast in het informatiesysteem. Als de patiënt ziekenhuiszorg nodig heeft sturen ze de gegevens digitaal in een verwijsbericht door naar de spoedeisende hulp. De dienstdoende eerste hulpartsen en verpleegkundigen zien de gegevens vervolgens in hun informatiesysteem.

5. Welke wet is relevant voor de overdracht?

De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) is relevant, hierin staat aangegeven dat patiënttoestemming kan worden verondersteld. De waarnemend huisarts of de HAP-triagist mag de patiëntgegevens uitwisselen met medebehandelaars van de spoedeisende hulp zonder expliciete toestemming of machtiging van de patiënt.

6. Hoe verkrijgt de waarnemend huisarts/triagist de gegevens?​

Het triageproces start zodra de patiënt belt met de triagist van de huisartsenpost of bij de huisartsenpost verschijnt. De triagist stelt vragen en legt de antwoorden vast in het informatiesysteem. Wanneer de patiënt voor onderzoek bij de waarnemend huisarts komt, zet deze alle onderzoeks- en behandelingsgegevens in het informatiesysteem.
Daarnaast kan de waarnemend huisarts de professionele samenvatting (PS) opvragen bij de vaste huisarts van de patiënt. Deze gegevens worden in het bericht naar de SEH meegestuurd.

7. Wat is het doel en de meerwaarde van de overdracht voor de patiënt en zorgverleners?

Het doel van het bericht is de continuïteit van zorg voor de patiënt bij overdracht tussen verschillende zorgverleners in de acute zorg. Daarnaast levert de directe digitale uitwisseling meerwaarde op voor de patiënt en zorgverleners, deze zijn:

  • De patiënt beleeft zijn bezoek positiever doordat hij/zij sneller geholpen wordt en er minder kans is op fouten in de overdracht.
  • De SEH kan zich beter voorbereiden op de komst van de patiënt, onder andere doordat specialisten sneller ter plaatse zijn.
  • Op de SEH zijn minder administratieve lasten (kostenbesparing) doordat gegevens uit de HAP herbruikbaar zijn.
  • Onderzoek dat op de HAP afgerond is, hoeft niet onnodig dubbel uitgevoerd te worden op de SEH. Immers de resultaten van de HAP zijn direct beschikbaar op de SEH.
  • Doordat de zorgverleners direct inzage hebben in de actuele medicatieafspraken, overgevoeligheden en contra-indicaties is een betere medicatiebewaking mogelijk.
  • De samenwerking tussen HAP- en SEH-zorgverleners verbetert.

8. Welke gegevens worden uitgewisseld?

In de verwijzing sturen de triagist en de waarnemend huisarts de gegevens die verzameld zijn tijdens het contactmoment met de patiënt. Van deze gegevens zijn alleen de gegevens over de verwijzer verplicht gesteld in het bericht. Voor alle overige gegevens geldt; wat aanwezig is, dient verstuurd te worden. Zo krijgt de SEH een zo volledig mogelijk beeld van de patiënt. De volgende gegevens kunnen gestuurd worden:

  • Persoonsgegevens van de patiënt;
  • Gegevens over de bestemming waar de patiënt naar toe gaat;
  • Gegevens over de verwijzer (vb. waarnemend huisarts of triagist);
  • Toelichtingen, zoals aanvullende gegevens uit het contact met de patiënt;
  • Hierin staan de urgentiecode, de verwijsreden en het verwachte specialisme. De triagegegevens zijn zo opgebouwd dat deze ruimte biedt aan verschillende triagesystemen, zoals de Nederlandse Triage Standaard (NTS) en Manchester Triage System (MTS);
  • De professionele samenvatting die opgehaald is bij de vaste huisarts*.
    Dit zijn actuele gegevens over de episodes, contactmomenten, contactverslagen, medicatiegegevens, metingen, contra-indicaties, overgevoeligheden en overdrachtsgegevens;
  • De waarneemgegevens*.
    Deze gegevens zijn vastgelegd tijdens de waarneming: episodes, contactmomenten, contactverslagen, medicatiegegevens, metingen, contra-indicaties en overgevoeligheden, overdrachtsgegevens en urgentiecode van de waarnemer.

Opmerkingen:
* In principe stuurt de triagist alle bovenstaande gegevens, behalve de professionele samenvatting en de waarneemgegevens naar de SEH. Echter in de praktijk kan er een afspraak zijn dat de triagist ook de professionele samenvatting en het contactverslag in de waarneemgegevens meestuurt. Dit gaat met toestemming van de waarnemend huisarts.

9. Zijn er verschillen voor de gegevens in de richtlijn en het bericht?​

Het bericht is gemaakt conform de afspraken in de richtlijn ‘gegevensuitwisseling huisarts – huisartsenpost – ambulancedienst – afdeling spoedeisende hulp’.

De enige afwijking die aanwezig is, is een verschil in de professionele samenvatting. In de richtlijn wordt gesproken over een aantal informatieblokken die in de HISsen nog niet aanwezig zijn. Omdat deze daar niet aanwezig zijn, kunnen deze informatieblokken niet opgevraagd worden en daarmee niet meegestuurd worden in het bericht naar de SEH. Het gaat hierbij om:

  • Niet verwerkte retourberichten
  • Familieanamnese
  • Ingrepen en behandelingen
  • Aanvullende gegevens: sociaal
  • Aanvullende gegevens: profylaxe en voorzorg

Wanneer deze in de HISsen beschikbaar komen worden deze ook in het bericht toegevoegd.

Hoewel de berichten beide ontwikkeld zijn zoals omschreven in de richtlijn, wordt in praktijk vaak alleen bericht 15 geïmplementeerd. Dit bericht wordt gevuld met de gegevens die er zijn en kan dus ook zonder waarneemgegevens gestuurd worden.

10. Welke partijen hebben meegewerkt bij het tot stand komen van het bericht?​

Deze berichten zijn tot stand gekomen na uitgebreide samenwerking tussen alle betrokken partijen. Hiervoor hebben onder andere Ambulancezorg Nederland, de Nederlandse Vereniging van spoedeisende hulpartsen, het Nederlands huisartsen genootschap en Ineen samengewerkt.

11. Hulp nodig bij implementatie?​

Amigo! is een online tool die op een laagdrempelige manier het gehele zorgveld ondersteunt met digitale informatie-uitwisseling. Amigo! bevat praktische stappenplannen hoe je digitale gegevensuitwisselingen in de acute zorg uit de richtlijn ‘Gegevensuitwisseling tussen huisarts, huisartsenpost, ambulancedienst en spoedeisende hulp’ kan realiseren.

De implementatiestappen voor het ‘digitaal sturen van het verwijsbericht van de huisartsenpost naar de spoedeisende hulp’ uit de informatiestandaard Acute Zorg zijn in Amigo! uitgewerkt.

Ook is in één oogopslag te zien op welke plekken in Nederland de informatiestandaard is geïmplementeerd. Daarnaast vind je in Amigo! een bibliotheek van patiëntvragenlijsten die artsen online naar hun patiënt kunnen sturen. Kijk snel op amigo.nictiz.nl.

12. Informatie voor leveranciers

Deze berichten zijn gepubliceerd op de informatiestandaard Acute Zorg publicatiepagina.  Hierop staan links naar:

  • Art-Decor; hier vind je de dataset en templates.
  • De wikipagina waarop het ontwerp te vinden is
  • Downloadlinks voor voorbeeldberichten zowel in HTML als XML