LOINC

Logical Observation Identifiers Names and Codes
LOINC
Interoperabiliteitsmodel
Informatie
Type standaard
Codestelsel
Zorgdomein
Eerstelijn, Tweedelijn, Derdelijn
Professionals
Laborant
Implementatiestatus
In gebruik
Adoptiegraad
(Op enkele plekken in Nederland geadopteerd)
Korte beschrijving

Heeft als doel om concepten te standaardiseren van laboratorium- aanvragen, laboratoriumuitslagen en klinische begrippen.

Maakt gebruik van
Browser
Beheerder (INT)
Licentie nodig
Nee
Versie
2015
Jaar van uitgave
1994
Wikipedia NL/EN

LOINC is een codestelsel en heeft als doel om concepten te standaardiseren van laboratorium-aanvragen, laboratoriumuitslagen en klinische begrippen. Het Regenstrief Instituut beheert LOINC. Het Regenstrief Instituut is een non-profit organisatie verbonden aan de I​ndiana University. LOINC is in 1994 ontwikkeld om aan de toenemende vraag naar automatisering te voldoen om gecodeerd laboratoria-aanvragen en uitslagen te verwerken. Hoewel elk laboratorium wel een codesysteem hanteert, is het bij elektronische uitwisseling van gegevens tussen meerdere partijen essentieel dat metingen en resultaten eenduidig kunnen worden geïdentificeerd. LOINC betekent Logical Observation, Identifiers, Names and Codes. Veel laboratoria gebruiken dit codestelsel.Oorspronkelijk stond de L voor Laboratory.

Welke gegevens zitten er in LOINC?
Tot de scope van LOINC behoren laboratoriumobservaties en overige klinische observaties. Het laboratoriumdeel van LOINC bestaat uit de volgende domeinen: chemie, hematologie, serologie, microbiologie, toxicologie, parasitologie en virologie. Het klinische deel van LOINC bevat vitale functies, hemodynamische meetwaarden en meetwaarden gebaseerd op onder andere elektrocardiogrammen, obstetrie, digitale beelden, gastro-endoscopische verrichtingen en observatie- en beoordelingsinstrumenten, bijvoorbeeld de Glasgow Comaschaal.​

Een LOINC-code verwijst naar zes velden die een meting of waarneming definiëren. Deze velden zijn:

Component:       wat onderzocht is, bijvoorbeeld HB kweek.
Property:             welke eigenschap hiervan, bijvoorbeeld concentratie, enzymactiviteit.
Timing:                tijdsaspecten van de waarneming, bijvoorbeeld één tijdstip of een tijdspanne.
System:               waar wordt de waarneming aangetroffen: type specimen, bijvoorbeeld bloed.
Scale:                   type uitslag, kwantitatief, ordinaal, nominaal of vrije tekst.
Method:              methode die gebruikt wordt voor het bepalen van de eigenschap.

Naast de zes hoofdvelden, beschrijft LOINC nog 41 velden die de meting verder verduidelijken. Veel daarvan worden niet of nauwelijks gebruikt. Eén van die 41 velden is ‘exUnits’: example unit, voorbeeld van de eenheid (UCUM-eenheid) waarin de uitslag wordt gegeven, bijvoorbeeld mmol/l. Hoewel het een voorbeeldeenheid is, wordt het vaak als voorgeschreven eenheid gebruikt. Het is dan ook aan te bevelen geen andere eenheid bij zo’n code te gebruiken. De cijfercode van een LOINC-code is op zich betekenisloos. Wel heeft de code een vast formaat, wat LOINC-codes makkelijk herkenbaar maakt.​

Relatie met andere standaarden

LOINC heeft koppelingen met andere standaarden. De belangrijkste koppeling op dit moment is de koppeling met SNOMED CT. De Nederlandse laboratoria  ontwikkelen een Nederlandse subset die de Nederlandse standaard vormt voor de aanvragen en de uitslagen. Deze subset is toepasbaar voor de klinische chemie en medische microbiologie.