​​​​​​​​​​​​​​​​​​​Informatie wordt steeds belangrijker in de gezondheidszorg. Voor goede en efficiënte zorg, is het belangrijk dat informatie eenduidig wordt vastgelegd en gedeeld. Dat heet interoperabiliteit. Om dit te bereiken is een goed ingerichte architectuur binnen een organisatie noodzakelijk.

Een goed ingerichte architectuur ontstaat door afspraken te maken op alle niveaus in de organisatie met alle betrokkenen, dus van de infrastructuur tot a​an het beleid, en structuur aan te brengen in de informatievoorziening en ICT binnen een organisatie. Daarmee ontstaan operationele oplossingen die toepasbaar zijn binnen zelfstandig opererende organisaties.

Wanneer de interne architectuur goed ingericht is kan er interoperabiliteit tussen twee zelfstandig opererende organisaties (bijvoorbeeld ziekenhuis, huisartsenpraktijk, patiënt) tot stand worden gebracht.


​Interoperabiliteit is de mogelijkheid van verschillende autonome, heterogene eenheden, systemen, partijen, organisaties of individuen om met elkaar samen te werken, te communiceren en informatie uit te wisselen.

Afspraken maken

In de zorg is het lastig om die afspraken te maken, omdat er veel verschillende disciplines en zelfstandig opererende organisaties zijn. Bovendien is de zorgsector grotendeels publiek gefinancierd, waardoor de markt anders werkt en interoperabiliteit niet vanzelf tot stand komt. Daarbij komt dat de mogelijkheden die ICT biedt exponentieel toenemen. Interoperabiliteit komt mede tot stand door gebruik te maken van afspraken op alle lagen. In zo’n afspraak kan worden vastgelegd welke standaard men erbij zal gebruiken.

Kilogram

Standaarden worden vaak gezien als iets technisch, iets wat met ICT te maken heeft en waarbij vooral mensen met een technische achtergrond betrokken zijn. De werkelijkheid ligt genuanceerder. We vinden het immers gewoon dat als de dokter om ons gewicht vraagt we automatisch de standaard Kilogram gebruiken. Voor de patiëntveiligheid, continuïteit, kwaliteit, doelmatigheid van zorg en opschaling van eHealth-toepassingen is het cruciaal dat betrokken partijen, zoals huisartsen, ziekenhuizen en patiënten nauw samenwerken en afspraken op verschillende niveaus maken om gegevensuitwisseling te realiseren. 

Vijf lagen

Nictiz onderscheidt vijf lagen van interoperabiliteit. Elke laag kent zijn eigen actoren, begrippen en standaarden. Daarnaast zijn er twee randvoorwaardelijke kolommen die op alle lagen van toepassing zijn, te weten wet- en regelgeving en Informatiebeveiliging. Interoperabiliteit ontstaat als de afspraken op elk van die niveaus op elkaar aansluiten en voldoen aan de randvoorwaarden uit de kolommen. 

​1. Organisatie 

Dit niveau heeft betrekking op de organisatorische kant van de samenwerking tussen de betrokken zorgorganisaties: wie zijn er bij de samenwerking betrokken en hoe zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden gedefinieerd? Deze afspraken worden gemaakt op bestuurlijk niveau.

Voorbeeld van standaarden op dit niveau  zijn afspraken over het mogen doorverwijzen van een uitbehandelde patiënt

​2. Zorgproces

Dit niveau heeft betrekking op de procesmatige kant van de samenwerking tussen de betrokken zorgorganisaties. In welke concrete zorgprocessen wordt samengewerkt, welke koppelvlakken en overdrachtsmomenten bestaan hierbij tussen de betrokken organisaties. Deze afspraken worden gemaakt met zorgprofessionals en managers.

Voorbeelden voor standaarden in deze laag zijn zorgstandaarden en richtlijnen zoals Zorgstandaard COPD en Richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de Keten.

3. Informatie

Dit niveau heeft betrekking op de informatieaspecten. Welke informatie moet- in het kader van de samenwerking- worden vastgelegd en gedeeld bij de overdrachtsmomenten in zorgprocessen. Deze afspraken worden gemaakt met professionals uit de zorg en informatievoorziening.

Voorbeelden van standaarden op dit niveau zijn terminologiestandaarden, classificaties en informatiestandaarden zoals SNOMED, ICF en Huisartswaarneming.

​4. Applicatie

Dit niveau heeft betrekking op de informatiesystemen. Welke informatiesystemen zijn bij de betrokken zorgpartijen relevant voor de nodige procesinformatie en hoe wordt de benodigde informatie tussen deze systemen gedeeld? Deze afspraken worden gemaakt door professionals uit de zorg, applicatiebeheerders en soms ook leveranciers.

Voorbeelden van standaarden op dit niveau zijn gestandaardiseerde domeindatamodellen en syntactische uitwisselingsstructuren zoals HL7, FIHR, EDIFACT.

​5. IT-infrastructuur

Dit niveau heeft betrekking op de technische infrastructuur waarbinnen de informatiesystemen van de betrokken partijen zich bevinden, zoals het netwerk, servers, database-engine. Het betreft de niet-zorgspecifieke ICT-componenten. Hoe wordt op technisch niveau mogelijk gemaakt dat er informatie kan worden uitgewisseld tussen de betrokken partijen? Welke communicatie-infrastructuur is hiervoor nodig? Welke mechanismen van informatie-uitwisseling worden gekozen? Deze afspraken worden gemaakt door ICT-professionals. 

Voorbeelden van standaarden op dit niveau zijn Zorgmail, LSP, IHE XDS.

​Wet- en regelgeving

Afspraken over samenwerking op landelijk en internationaal niveau zoals vastgelegd in wet of regelgeving. 

Op dit moment zijn met name van belang: 

  • de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp); deze stelt regels ter bescherming van de privacy van burgers en legt beperkingen op ten aanzien van de verwerking van gezondheidsgegevens. 
  • de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO); deze regelt o.a. de dossierplicht en stelt regels over de geheimhouding van het dossier. 
  • de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z); deze wet regelt het gebruik van het burgerservicenummer bij berichtgeving tussen zorgaanbieders onderling.

Informatiebeveiliging

Afspraken over de beschikbaarheid, exclusiviteit en integriteit van alle vormen van informatie. Deze afspraken hebben betrekking op alle lagen van de architectuur. 

Een voorbeeld:

Om interoperabiliteit tussen twee zorgverleners te garanderen geldt dat beide zorgverleners elk afzonderlijk te maken hebben met de lagen en pilaren in het model. Uitgangspunt is dat betrokken zorgverleners "in huis" de zaken op orde hebben. Dat betekent onder meer dat beide partijen de interne organisatie en processen, he​t vastleggen van informatie, de toegang tot de informatie en het beheer van gebruikte systemen en de infrastructuur goed geregeld moet hebben. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor interoperabiliteit tussen zorgverleners en/of zorginstellingen. Idealiter worden pas daarna afspraken op alle lagen gemaakt worden om interoperabiliteit tussen deze zorgverleners te garanderen. Deze afspraken kunnen bestaan uit het aan beide zijden op de verschillende niveaus implementeren van dezelfde standaarden.

Overheid

Het gebruik van standaarden wordt in Nederland niet of nauwelijks  door de overheid of een andere individuele partij afgedwongen. Veelal maken individuele partijen daarover onderling afspraken. De database met standaarden op deze website biedt een in- en overzicht van de beschikbare standaarden, hun toepassingsgebied en hun werking.

» Naar de database met alle ICT-standaarden in de zorg



reacties