​​​​​Ongeveer 1 op de 7 Nederlanders heeft één of meerdere keren per jaar contact met de huisartsenpost (Zwaanswijk, 2014​). Zo zijn er in 2014 bijna 4 miljoen contacten geweest tussen patiënten en huisartsenposten. Wie ’s avonds of in het weekend met een gezondheidsprobleem bij de huisartsenpost terecht komt, mag verwachten dat de waarnemend huisarts op de hoogte is van medische informatie die zijn eigen huisarts over hem heeft.   ​

​Jij wilt toch ook dat een waarnemend huisarts voor je blaasontsteking een passend antibioticum voorschrijft omdat hij weet dat je nieren niet goed functioneren?​​​

 


Bij een blaasontsteking is het antibioticum nitrofurantoïne vaak de eerste keuze. Aan mensen met een nierfunctiestoornis mag dit middel niet gegeven worden, omdat de nier dit niet goed kan verwerken. Gebruikt een patiënt dit toch, dan ontstaan er ernstige bijwerkingen. Het is dus belangrijk dat de waarnemend huisarts het patiëntendossier van de huisarts kan inzien, zodat hij meteen bekend is met de actuele gezondheidssituatie van de patiënt. Dit voorkomt bijvoorbeeld het voorschrijven van medicatie die iemand niet mag hebben. Ook extra (bloed)onderzoek wordt voorkomen, omdat de waarnemer direct ziet dat er al onderzoek is gedaan en inzicht heeft in de lab-uitslagen. Dit voorkomt medische fouten en bespaart tijd en geld.

​Informatiestandaard huisartswaarneming (HWG)

De informatiestandaard huisartswaarneming​ maakt het mogelijk dat een waarnemend huisarts de belangrijkste gegevens van een patiënt kan zien wanneer die op de huisartsenpost verschijnt. Bij 90 procent van de huisartsen is dit inmiddels mogelijk, omdat de informatiestandaard in 4000 van de 4400 computersystemen van huisartsen is ingebouwd. 

De waarnemend huisarts heeft alleen inzage in die gegevens die op dat moment noodzakelijk zijn, en dus niet in alle gegevens van de patiënt. De afspraken welke gegevens de waarnemend huisarts kan inzien staan vastgelegd in de richtlijn Gegevensuitwisseling huisarts en centrale huisartsenpost.   


reacties