Sectoren

Laboratoria

​Jaarlijks vinden er tientallen miljoenen laboratoriumonderzoeken plaats. Laboratoriumresultaten worden gebruikt bij medische beslissingen. Bloedwaarden van de schildklierfunctie bijvoorbeeld, zorgen ervoor dat de juiste dosering van het geneesmiddel thyrax wordt voorgeschreven.

Laboratoriumgegevens worden tussen verschillende partijen uitgewisseld:

  • Tussen laboratoria en apothekers, huisartsen en specialisten. Voor het vaststellen van ziekten of het volgen van het ziekteverloop;
  • Tussen laboratoria en patiënten. Zij willen hun eigen laboratoriumresultaten inzien of delen met hun zorgverleners;
  • Tussen laboratoria onderling. Laboratoria besteden onderzoeken uit bij gespecialiseerde laboratoria
  • Tussen laboratoria en onderzoeksorganisaties. Om de verspreiding van ziekten te voorkomen worden laboratoriumresultaten gemeld bij onderzoeksinstituten, zoals resistente bacteriën bij het RIVM.

​​Informatiestandaard Laboratoriumuitwisseling

​Voor al deze overdrachtsmomenten heeft Nictiz samen met de verschillende partijen een informatiestandaard ontwikkeld. Deze standaard bestaat uit de berichten Lab2lab, Lab2patiënt, Lab2zorg en Lab2publichealth. Met deze informatiestandaard worden laboratoriumgegevens op een uniforme wijze digitaal uitgewisseld, zodat zorgverleners, patiënten, laboratoriumspecialisten en onderzoekers de gegevens eenduidig kunnen interpreteren. Dit voorkomt fouten en bespaart tijd, omdat handmatig overtypen en eigen interpretaties hiermee overbodig zijn. De informatiestandaard Laboratoriumuitwisseling gebruikt als basis de zorginformatiebouwsteen ‘LaboratoriumUitslag’. Nictiz beheert deze bouwsteen.

Eenheid van taal

Bij het uitwisselen van laboratoriumgegevens is eenheid van taal essentieel. Het zorgt ervoor dat:

  • Zorgverleners, patiënten, laboratoriumspecialisten en onderzoekers laboratoriumgegevens zonder eigen vertaaltabellen uitwisselen;
  • Laboratoriumopdrachten en -resultaten duidelijk zijn bij de zender en ontvanger;
  • Laboratoriumresultaten uniek gecodeerd zijn met internationaal geldende standaarden: SNOMED-CT, LOINC en UCUM;
  • Er mogelijkheden zijn voor beter onderzoek.

Gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse Labcodeset. Dit is een kernset met laboratoriumconcepten die opgezet is door de klinisch chemici (NVKC) en de medisch microbiologen (NVMM). De set ​is in beheer bij Nictiz. Voor uniforme en gestandaardiseerde communicatie tussen medisch microbiologische laboratoria onderling en met het RIVM is er een referentielijst ​met de Nederlandse subset van SNOMED CT micro-organisme codes. Het artikel ‘Nederland kan gidsland worden bij ABR‘ in het blad ICT&health gaat in op het gebruik in de praktijk. Voor de communicatie van laboratoria naar huisartsen wordt gebruik gemaakt van de NHG-Tabel Diagnostische Bepalingen (tabel 45).

Relaties tussen informatiestandaard en eenheid van taal

De relaties tussen de informatiestandaard Laboratoriumuitwisseling en eenheid van taal zijn als volgt:

  • De informatiestandaard Laboratoriumuitwisseling kan verschillende labcodesets aan.
  • De berichten Lab2zorg, Lab2patiënt, Lab2lab en Lab2publichealth uit de informatiestandaard Laboratoriumuitwisseling kunnen laboratoriumgegevens met codes uit de Nederlandse Labcodeset transporteren.
  • Het bericht lab2zorg kan ook laboratoriumgegevens met codes uit de NHG-Tabel Diagnostische Bepalingen transporteren. In het bericht wordt aangegeven welke codelijst gebruikt wordt, zodat de ontvanger het kan verwerken.
  • Het bericht lab2patiënt kan informatie over een laboratoriumresultaat eenduidig transporteren, zodat de patiënt precies weet wat de laboratoriumwaarden zijn.
  • Het bericht lab2lab kan informatie over een uitbesteed laboratoriumonderzoek eenduidig transporteren, zodat het inbestedend laboratorium precies het juiste onderzoek kan doen en het uitbestedend laboratorium precies het juiste resultaat krijgt.
  • Het bericht lab2publichealth kan informatie over een antibioticaresistentie eenduidig transporteren, zodat de ontvanger precies weet om welk micro-organisme het gaat. Hiervoor maakt het bericht gebruik van de referentielijst micro-organismen.

Project Eenheid van Taal Antibioticaresistentie

Samen met het RIVM en de NVMM werken we aan het verbeteren en versnellen van het uitwisselen van laboratoriumgegevens tussen medisch microbiologische laboratoria (MML’s). Zowel onderling als ook met de landelijke monitoring- en surveillancesystemen van het RIVM. Om dit te realiseren is een gemeenschappelijke taal ontwikkeld in de vorm van de referentielijst met micro-organisme codes en de labcodeset met de gezamenlijke lijst van bepalingen (in LOINC) inclusief de vertalingen. Dit zorgt ervoor dat gebruikers de vastgelegde informatie op eenzelfde manier interpreteren. Daarnaast zijn samenwerkingsafspraken nodig en aanpassingen aan systemen. In een pilot wordt hiervoor een blauwdruk ontwikkeld. Voor meer informatie zie de pagina over antibioticaresistentie en de website van het RIVM​.

Project uniform Lab2zorg-bericht

Met het NHG, de VZVZ en de ICT-leveranciers is de eerste stap gezet om de verschillende Lab2zorg-berichten, die allemaal hetzelfde doel hebben, te vervangen door één bericht. Hiervoor is het Lab2zorg-bericht (HL7v3 CDA) bericht aangepast op basis van de zorginformatiebouwsteen ‘LaboratoriumUitslag’. Dit bericht wordt in een pilot getest. De berichten EDIFACT en Lab2zorg (HL7v3 query/response) zullen na verloop van tijd door dit nieuwe Lab2zorg-bericht worden vervangen. Hierdoor kunnen alle ICT-systemen met één bericht alle gegevens uniform versturen.