Europese afspraken helpen de zorg in Nederland vooruit

Meer inzicht voor patiënten, betere afspraken in de zorg

Volgens Vincent van den Berg maken zorginformatiebouwstenen het voor patiënten steeds makkelijker om uniform hun eigen medische gegevens in te zien en te gebruiken. Doordat informatie op een gestandaardiseerde manier wordt uitgewisseld, kunnen patiënten uit verschillende bronnen een gestructureerde samenvatting van hun gegevens ontvangen – bijvoorbeeld van de huisarts of het ziekenhuis. Dat geeft meer inzicht en kan ook nieuwe vragen oproepen over de eigen gezondheid.

Tegelijk zorgen zibs ervoor dat zorgverleners informatie beter met elkaar delen. Dat leidt allereerst tot betere afspraken over welke gegevens nodig zijn en uiteindelijk op langere termijn ook hoe die zouden moeten worden vastgelegd. Zo dragen zibs stap voor stap bij aan betere en beter afgestemde zorg, voor zowel patiënten als zorgverleners.

Vincent van den Berg: “Als patiënten hun gegevens in een vaste, herkenbare vorm zien, gaan ze ook andere vragen stellen. Dat helpt ons om beter af te spreken wat we vastleggen en met elkaar delen.”

Nu de praktijk: samen leren en verbeteren

Vincent van den Berg: “We hebben nu bereikt dat data over de lijn kan. De volgende stap is dat we met elkaar gaan leren hoe we die informatie goed uitwisselen en gebruiken in de praktijk.”

Volgens Vincent van den Berg werken ICT-leveranciers in de zorg steeds nauwer samen om gegevensuitwisseling goed te laten werken in de praktijk. De afgelopen jaren is gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk, waardoor zorggegevens steeds beter tussen systemen kunnen worden uitgewisseld. Dat netwerk is nog in ontwikkeling, maar vormt wel de basis voor verdere digitalisering. Daarmee verschuift de aandacht naar de volgende stap: zorgen dat die gegevens ook op dezelfde manier worden vastgelegd, gedeeld en begrepen.

Via branchevereniging OIZ en samenwerkingsverband SILIZO trekken leveranciers daarin gezamenlijk op, ook richting het ministerie van VWS. Die samenwerking is nodig, omdat standaardisatie alleen werkt als alle systemen op de afgesproken manier met gegevens kunnen omgaan. Tegelijk laat de praktijk zien dat dit niet vanzelf gaat. Leveranciers bouwen standaarden in hun systemen in, maar doen dat ieder op hun eigen manier. Daardoor ontstaan verschillen in wat er wordt verstuurd en ontvangen.

Juist door samen te testen en ervaringen te delen, leren partijen van elkaar en worden afspraken steeds beter. Zo groeit stap voor stap een manier van werken die in de hele zorg toepasbaar is.

“De praktijk maakt verschillen zichtbaar”

In programma’s zoals eOverdracht werken verschillende sectoren in de zorg samen aan het uitwisselen van gegevens, bijvoorbeeld tussen ziekenhuis en langdurige zorg. Daarbij blijkt dat dezelfde informatie vaak anders wordt vastgelegd. Wanneer die informatie volgens een standaard wordt uitgewisseld, ontstaan verschillen in verwachtingen: wat stuurt de ene partij, en wat verwacht de andere te ontvangen?

Juist door dit in de praktijk te testen, wordt zichtbaar waar afspraken nog niet goed aansluiten. Dat levert waardevolle inzichten op om de standaard verder te verbeteren.

Vincent van den Berg: “Pas als je echt gaat uitwisselen, zie je dat dezelfde informatie verschillend wordt vastgelegd en geïnterpreteerd. Daar leer je van.”

Geen wondermiddel, wel een belangrijke basis

Zorginformatiebouwstenen zijn een belangrijke stap naar betere gegevensuitwisseling, maar volgens Vincent van den Berg niet de oplossing voor alles. In de praktijk blijft meer nodig dan alleen gestandaardiseerde gegevens. Ook ongestructureerde, of niet gestandaardiseerde informatie, zoals brieven of toelichtingen, blijft belangrijk om de juiste context te geven.

Juist de combinatie van gestructureerde en ongestructureerde informatie helpt zorgverleners om gegevens goed te begrijpen en toe te passen in de zorg.