“Van adviseren naar samen realiseren”
Hoe zie je de rol van VWS als het gaat om de digitale gegevensuitwisseling binnen Europa?
Tim Postema: “VWS bepaalt de beleidskaders en maakt keuzes. Daarna krijgen partijen het verzoek, de ruimte en soms opdracht om dat beleid verder uit te werken en uit te voeren. Dat gaat over wat er moet gebeuren. Hoe dat er precies uitziet en hoe partijen samenwerken, wordt nu verder uitgewerkt, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van de GDA, de Gezondheidsdata Autoriteit.
In Europa brengt VWS onder meer de Nederlandse visie en aanpak in. Ook kijkt VWS hoe bestaande Nederlandse bouwblokken voor gegevensuitwisseling gebruikt kunnen worden in Europa. Nictiz monitort de impact en kansen van ontwikkelingen uit andere landen en de EU. We helpen bepalen op welke onderwerpen Nederland zich moet richten in onderhandelingen, en waar samenwerking met andere landen belangrijk is. Ook signaleren we waar extra actie nodig is, zowel technisch als in de aansturing. Zo draagt VWS ook met Nictiz actief bij aan de invulling van de EHDS (European Health Data Space), met oog voor wat voor Nederland belangrijk en haalbaar is.”
Wat biedt Nictiz aan VWS als het gaat om digitale gegevensvoorziening?
“Wij doen meerdere dingen. We ontwikkelen bouwblokken die nodig zijn om gegevens goed beschikbaar te maken, zoals zibs en SNOMED. Ook ondersteunen en adviseren we VWS om beleid goed en samenhangend uit te werken. Daarbij gebruiken we onze kennis van architectuur, zodat keuzes passen binnen het hele gezondheidsinformatiestelsel. Met onze kennis dragen we bij van architectuur tot concrete programma’s als Medicatieoverdracht.
We denken ook mee over de samenhang van nationale met Europese wetgeving. Welke aanpak werkt echt, en voorkomt dat regels alleen ‘afvinkbaar’ zijn zonder dat ze bijdragen aan betere gegevensuitwisseling?
Verder adviseren we VWS op basis van analyses. Zo vergelijken we Europese afspraken met wat er in Nederland al is, in zogenaamde fit-gap-analyses, en kijken we wat dat betekent voor taken en verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld voor de toekomstige GDA.”
Wat zie je in 2026 als belangrijkste ontwikkeling binnen de Europese gegevensuitwisseling?
“De Europese ontwikkelingen dwingen ons keuzes te maken. De planning is strak: in 2027 moeten organisaties voor de GDA zijn aangewezen en in 2029 moet deze functioneren en gelden de eerste verplichtingen vanuit Europa.
Dat betekent dat we nu moeten prioriteren. We richten ons op herbruikbare bouwblokken tussen alle standaarden en op de gegevensuitwisselingen die als eerste verplicht worden. In onze advisering kijken we vooral naar de samenhang tussen nationale en Europese regels. Die focus zorgt voor minder discussie en meer gelijkgerichtheid, zodat we bijvoorbeeld werkelijk een eenduidige patiëntsamenvatting realiseren.”