Veelgestelde vragen over Eenheid van taal
Wat is de grondplaat Eenheid van Taal (EvT)?
In 2018 hebben Nictiz en het RIVM een visie op eenheid van taal vastgesteld. De visie adviseerde het gebruik van de grondplaat: een gedeeld woordenboek met SNOMED CT in combinatie met LOINC (observaties) en IDMP (medicatie). Deze drie internationale standaarden samen dekken het grootste gedeelte van de informatievoorziening in de zorg.
Lees hier meer. De grondplaat kun je ook hier vinden in het SNOMED-advies.
Waarom hebben we Eenheid van Taal nog nodig als we AI hebben?
We gebruiken terminologiestelsels om informatie beter vindbaar en duidelijker te maken. Diagnosen worden bijvoorbeeld beter vindbaar door aan een uitgebreide ontslagbrief een specifieke code voor de hoofddiagnose toe te voegen. Informatie wordt duidelijker door de afkorting OAC te koppelen aan een code voor oraal anticonceptivum (de pil) of juist aan een code voor oraal anticoagulantium (antistollingsmedicijn).
AI-systemen zoals large language models (LLMs) laten nog veel steken vallen. Maar ook als ze net zo goed als mensen gaan presteren, blijft terminologie nodig. Het LLM heeft namelijk wel eenduidige input nodig welke informatie relevant is en wat hij daarmee moet. Eenheid van Taal vormt hier de basis voor. Daarnaast gebruikt een AI-systeem energie wanneer het een ontslagbrief analyseert, relevante informatie eruit haalt en verduidelijkt. Voor een energiezuinige oplossing laat je het AI-systeem eenmalig analyseren en sla je het resultaat op – met codes uit terminologiestelsels.
Hoe bereik je eenheid van taal als niet iedereen op hetzelfde detail niveau vastlegt?
Onze visie op Eenheid van Taal is dat elke zorgpartij in Nederland SNOMED gebruikt voor problemen, aandoeningen en verrichtingen, maar niet per sé dezelfde concepten uit SNOMED. Het detailniveau mag afwijken. Zo zal een cardioloog veel specifiekere diagnosen stellen voor hartaandoeningen dan een huisarts; ook heeft een dermatoloog voor hartaandoeningen genoeg aan een algemene code, terwijl hij voor huidaandoeningen natuurlijk wel heel specifiek wil kunnen vastleggen. De rijke structuur en hiërarchie van SNOMED maakt het mogelijk om verbanden te leggen tussen specifieke, gespecialiseerde codes en de algemenere codes waar zij onder vallen. Zo kun je met een query achterhalen dat 233830008 |acuut non-Q-golfinfarct van onderwand (aandoening)| een soort 22298006 |myocardinfarct (aandoening)| is. Dat is het middel waarmee we eenheid van taal creëren, zonder het hele zorgveld te dwingen om met één enkele ‘one size fits nobody’-lijst te gebruiken voor vastlegging.
Welke terminologiestandaarden zijn onderdeel van Eenheid van Taal voor microbiologie?
Zowel SNOMED als LOINC worden gebruikt om vast te leggen welke micro-organismen geïdentificeerd zijn, maar op verschillende manieren. LOINC legt het type bepaling vast en wordt dus wel gebruikt voor organismespecifieke kweken, waarbij het antwoord een (SNOMED-)code voor aangetoond/niet aangetoond is. Maar het is ook mogelijk om een LOINC-bepaling voor algemene kweek vast te leggen en als uitkomst het species met een SNOMED-code. De NVMM heeft een subset van SNOMED-organismen gemaakt die maandelijks wordt bijgewerkt en die het eenvoudiger maakt om de juiste SNOMED-codes te vinden. Op https://nictiz.nl/wat-we-doen/activiteiten/terminologie/referentielijsten-2/micro-organismen/ kun je de lijst inzien en meer informatie vinden.
De afgelopen jaren heeft RIVM zich samen met NVMM ingezet om de rapportage van antibioticaresistentie in te richten met gebruik van LOINC en SNOMED. Op https://nictiz.nl/sectoren/laboratoria/antibioticaresistentie/ staat daarover meer informatie, waaronder instructies voor mappen en een codeerconventie.
Voor gebruik in het zorgdomein adviseer ik om SNOMED te gebruiken voor de vastlegging van organisme-soorten. Dat is conform de Nederlandse Labcodeset, die door het Informatieberaad is aangewezen als essentiële standaard; en belangrijker nog, het is ook conform de standaard voor labuitslagen die door EHDS wordt opgesteld.
De inzichten omtrent taxonomie van organismen veranderen regelmatig en het kan gebeuren dat de SNOMED-taxonomie daarop achterloopt. Om fouten zo snel mogelijk op te sporen en te corrigeren nodigen wij iedereen uit om ze te melden via https://nictiz.nl/toepassing-en-gebruik/nictiz-servicedesk/. Zulke fouten worden doorgaans snel opgepakt en SNOMED wordt maandelijks gepubliceerd - het duurt gemiddeld 2-3 maanden voor de wijziging zowel internationaal als in Nederland gepubliceerd is. Via deze weg kunnen ook nieuwe concepten voor ontbrekende organisme-soorten worden aangevraagd.
Als je in Nederland lengte vastlegt in cm en dit uitwisselt met iemand in Engeland. Wordt dat dan automatisch vertaald naar inches?
Dit gebeurt niet automatisch. Er moet gebruik worden gemaakt van een omrekentabel die cm in inches omrekent en dit zou moeten worden ingebouwd in de software. Is systeemafhankelijk. (Eenheid wordt in NL vastgelegd met UCUM, niet met SNOMED)
Wat is Eenheid van Taal en welk probleem lossen we ermee op?
Met Eenheid van taal bedoelen we een taal van de zorgverlener die ook door patiënt en computers begrepen wordt.
In Nederland is om Eenheid van Taal te bevorderen de Grondplaat Eenheid van Taal vastgesteld. Door met elkaar een taal informatie vast te leggen zorg je ervoor dat het voor iedereen duidelijk is wat er wordt bedoeld met een concept. Door het terminologiestelsel achter het concept kan er geen verwarring ontstaan. Bijvoorbeeld of met fundus een deel van het oog wordt bedoeld of een deel van de baarmoeder. Doordat verschillende beroepsgroepen binnen de zorg eenzelfde taal gebruiken ontstaan er geen taalverschillen of informatieverliezen.
Wat is pre- en postcoördinatie?
Postcoördinatie is het combineren van codes tot een groter brokje informatie, op zo’n wijze dat later kan worden vastgesteld of het resultaat dezelfde betekenis draagt als een precoördinatie (i.e. een code)
Combinaties die vaak worden vastgelegd, verdienen een eigen code (precoördinatie) om vastlegging zo efficiënt mogelijk te maken.
De consequentie is dat in sommige usecases lateraliteit wordt geprecoördineerd (bijv. 15251000087101 |computertomografie van linker rib (verrichting)|) terwijl het in andere usecases als apart veld wordt geregistreerd (bijv. 77477000 |computertomografie (verrichting)|+ 113197003 |botstructuur van costa (lichaamsstructuur)| met lateraliteit (attribuut) = 7771000 |links (kwalificatiewaarde)|. Postcoördinatie is dan nodig om vast te kunnen stellen of hetzelfde wordt bedoeld als de precoördinatie uit een andere usecase!
Postcoördinatie kan middels SNOMED-syntax maar ook middels een dataset.
Er wordt nu een visie uitgewerkt hoe postcoordinatie het beste toegepast kan worden.
Wat is Orphanet?
Orphanet is een internationale organisatie die informatie verzamelt en aanbiedt over zeldzame aandoeningen. Het heeft als doel de zorg voor patiënten met een zeldzame aandoening te verbeteren. Daarvoor onderhoudt het onder andere de ‘Orphanet rare disease nomenclature’. Dit is een classificatiesysteem met unieke codes voor zeldzame aandoeningen. Het wordt gebruikt voor rapportage, statistiek en onderzoek. Daarnaast geeft het per code informatie over de aandoening. Zoals hoe vaak het voorkomt, de manier van overerving, symptomen en verwijzingen naar andere codestelsels en wetenschappelijke bronnen. Als je de term ‘Orphanet’ tegenkomt in het kader van terminologiestelsels en/of Eenheid van Taal, dan bedoelen we meestal de nomenclatuur.
Meer informatie: https://www.orpha.net/ https://nationalebibliotheek.nictiz.nl/bibliotheek/orphanet/
Welke rol speelt Orphanet bij Eenheid van Taal?
Als een medisch specialist de diagnose van een zeldzame aandoening stelt bij een patiënt, dan legt diegene dat vast met een SNOMED-code via de Diagnosethesaurus. De Diagnosethesaurus leidt deze code vervolgens automatisch af naar een code uit Orphanet, de ORPHA-code. SNOMED International beheert in samenwerking met INSERM, de organisatie die Orphanet coördineert, een mapping tussen SNOMED en Orphanet. Elke relevante SNOMED-code heeft een koppeling met een unieke ORPHA-code (1:1 mapping). Orphanet bevat een hiërarchie met verschillende niveaus van aandoeningen: groepen aandoeningen, aandoeningen en subtypes van aandoeningen. De mapping van SNOMED naar Orphanet is op het niveau van aandoeningen en bevat enkele subtypes van aandoeningen.
De registratie van ORPHA-codes maakt rapportage, statistiek en onderzoek over zeldzame aandoeningen mogelijk.
Meer informatie: https://www.orpha.net/ ; https://nationalebibliotheek.nictiz.nl/bibliotheek/orphanet/ ; https://www.snomed.org/news/inserm-and-snomed-international-release-snomed-ct-to-orphanet-map-supporting-representation-and-use ; https://www.dhd.nl/producten-diensten/patientenzorg-kwaliteit/zeldzame-aandoeningen-in-beeld
Hoe verhoudt SNOMED zich tot zorginformatiebouwstenen (zibs) en informatiestandaarden?
- Een startpunt voor ontwikkeling van een informatiestandaard is dat je afspraken maakt over Eenheid van Taal: je moet weten wat iemand bedoelt. Daarvoor gebruiken we standaarden zoals zorginformatiebouwstenen (zibs) en terminologiestelsels.
- Nictiz ontwikkelt zibs. Deze vormen de basis voor standaardisatie van zorginformatie. Ze zijn generiek en dus gemakkelijk te hergebruiken. In het Nictiz lagenmodel zit Eenheid van Taal op de informatielaag.
Wat is het verschil in vastleggen van informatie voor het primaire proces en het secundaire proces?
Met SNOMED leg je het primaire zorgproces rondom de patiënt vast. Omdat SNOMED gedetailleerd is en niet ambigu kan je daarmee heel duidelijk vastleggen wat er aan de hand is, zonder dat dit (in de overdracht) verwarring oplevert. Door het primaire proces vast te leggen met SNOMED beschik je over belangrijke detailinformatie. Een classificatie zoals ICD-10 is minder specifiek en wordt gebruikt voor landenstatistiek en zorgstatistiek. Voor de behandeling van iemand met huidkanker is het belangrijk dat de behandelaar weet welk type het is. Voor de statistieken is dit minder van belang. .